ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.891

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.891 Rolnummer: A. 243780/IX-10601 Zaak: Arrest 261891 - Examens (onderwijs) - 27/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-27 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-05-31 13:50 Fiche Arrest nr 261.891 van 27 december 2024 Onderwijs...

Source officielle

21 min de lecture 4,584 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 27 december 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.891

Rolnummer:

A. 243780/IX-10601

Zaak:

Arrest 261891 – Examens (onderwijs) – 27/12/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-12-27

Raadplegingen:

99 – laatst gezien 2026-05-31 13:50

Fiche

Arrest nr 261.891 van 27 december 2024 Onderwijs en cultuur – Examens
(onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 261.891 van 27 december 2024
in de zaak A. 243.780/IX-10.601
In zake: XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Minnen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Ballaarstraat 69-71 bus 5
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de GEMEENTE BRASSCHAAT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Van Caeneghem kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vrijheidstraat 32
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 20 december 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 2 december 2024 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat waarbij het intern beroep als onontvankelijk werd afgewezen en bijgevolg de aanvankelijke beslissing d.d. 12 november 2024 van de delibererende klassenraad van het Gemeentelijk Instituut Brasschaat […] werd bevestigd waarbij het B-attest van [verzoeker] met clausulering doorstroom-
finaliteit en met een ongunstig advies tot overzitten, werd bevestigd”.
IX-10.601-1/17
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 december 2024 om 10.00 uur.
Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Hilde Minnen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Wim Van Caeneghem, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2023-2024 leerling in het eerste leerjaar van de tweede graad sportwetenschappen (doorstroomfinaliteit) in het Gemeentelijk Instituut Brasschaat (GIB), waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is.
3.2. Op het einde van het schooljaar scoort verzoeker ondermaats voor wiskunde, fysica en Frans. De delibererende klassenraad verklaart verzoeker “geslaagd met voorbehoud”, met clausulering voor de doorstroomfinaliteit. De motivering luidt als volgt:
IX-10.601-2/17
“[N]a analyse van al je evaluaties stelt de delibererende klassenraad vast dat je geslaagd bent en mag overgaan naar een volgend studiejaar. Je kan echter niet eender welke richting uit.
Voor wiskunde heb je de belangrijkste ontbrekende kennis en vaardigheden voor het volgende jaar onvoldoende behaald. Dit vind je terug in de tekort(en) van het hele jaar.
Concreet beheers je de volgende leerstofonderdelen onvoldoende:
a) Voor getallenleer:
Reële getallen; Rekenen met reële getallen; Werken met intervallen;
Werken met percent, formules en wetenschappelijke notatie; Reële functies; Eerstegraadsfuncties; Eerstegraadsvergelijkingen; Ordening van reële getallen; Eerstegraadsongelijkheden; Stelsels van 2
eerstegraadsvergelijkingen in 2 onbekenden b) Voor meetkunde:
De stelling van Thales; Gelijkvormigheden; De homothetie; De stelling van Pythagoras; Goniometrie; Vectoren Dit vind je terug in de testen van het dagelijkse werk en de examens.
Het studeren van zowel getallenleer als meetkunde is moeilijker voor jou.
Probleemoplossende vaardigheden toepassen en de algemene rekenvaardigheden verlopen moeizaam. Dit zie je o.a. in inzichtsvragen, vraagstukken en het opstellen van bewijzen. Grote hoeveelheden kennen en kunnen vraagt veel van jou, dit stel ik o.a. vast in theorievragen en het oplossen van basisoefeningen.
Van de aangepaste leerbegeleiding die je kreeg aangeboden, heb je geen gebruik gemaakt omdat je thuis extra begeleiding kreeg. In de wekelijkse inhaallessen was je 5x aanwezig gedurende het ganse schooljaar. Je maakte geen gebruik van het aanbod om testen te verbeteren en deze terug af te geven ter nazicht.
Dit vak weegt extra zwaar door omdat het specifiek is voor de studierichting Sportwetenschappen.
Voor fysica heb je de belangrijkste ontbrekende kennis en vaardigheden voor het volgende jaar onvoldoende behaald. Dit vind je terug in de tekort(en) van DW1, EX1 en EX juni (32%)
a) Algemene doelen:
Nauwkeurig werken met meetinstrumenten (meetnauwkeurigheid);
gebruik S.I.-eenheden (grootheden en eenheden: herleiden courante eenheden) wetenschappelijke notatie, beduidende cijfers; vectoriële en scalaire grootheden; realistische uitkomsten / formules en grafieken (opstellen en interpreteren van grafieken en formules) / verhoudingen en evenredigheden (massadichtheid van een stof) / modelleren (deeltjesmodel, puntmassa) / wetenschappelijke methode b) Thema beweging:
Positie, tijdstip, verplaatsing, afgelegde weg (verschil ∆x, ∆s), tijdsverloop (en verbanden) / ERB / EVRB / snelheid, gemiddelde snelheid, ogenblikkelijke snelheid / versnelling, gemiddelde versnelling,
IX-10.601-3/17
ogenblikkelijke versnelling / Grafieken ERB / Grafieken EVRB /
Formules (en omvormen)
Dit vak weegt extra zwaar door omdat het specifiek is voor de studierichting Sportwetenschappen.
Voor Frans heb je de belangrijkste ontbrekende kennis en vaardigheden voor het volgende jaar onvoldoende behaald. Dit vind je terug in de tekorten van DW2 (47%) en de syntheseopdracht (TT2 35%).
Je scoort al te vaak zwak op de compétences CE en EE.
Volgende connaissances onderdelen zijn niet gekend: verbes, vocabulaire, pronoms en adjectifs démonstratifs, pronoms en adjectifs possessifs, les pronoms COD/COI/en/y.
Daardoor kan je niet naar een doorstroomfinaliteit, maar maak je wel een kans in de dubbele finaliteit.”
Het advies van de klassenraad om het jaar over te zitten luidt:
“niet”.
Aan verzoeker wordt voorts geadviseerd om zijn “schoolloopbaan verder te zetten in een richting met dubbele finaliteit met een minder zwaar pakket wiskunde en wetenschappen die aan [zijn] mogelijkheden beantwoordt”.
Verzoeker bestrijdt deze beslissing op dat ogenblik niet.
3.3. Verzoeker vat het schooljaar 2024-2025 aan in het tweede leerjaar van de tweede graad in de studierichting sport (dubbele finaliteit) in een andere onderwijsinstelling.
Omdat, naar eigen zeggen, “[i]n de periode voorafgaand aan de herfstvakantie [blijkt] dat de richting voor [hem] geen uitdaging [vormt], dat hij hoge resultaten [behaalt] zonder er iets voor te moeten doen”, maakt verzoeker vanaf 7 november 2024 opnieuw de overstap naar het GIB en dit in het eerste leerjaar van de tweede graad sportwetenschappen.
3.4. Op 14 november 2024 schrijft de adjunct-directeur van het GIB
aan de ouders van verzoeker wat volgt:
IX-10.601-4/17
“Eind juni werd er een B-attest met clausulering van de doorstroomfinaliteit uitgereikt. Daarbij werd een ongunstig advies tot overzitten uitgesproken. Dat advies is bindend. [Verzoeker] heeft zich vorige week op het GIB aangemeld voor een inschrijving in 3 SWS, maar achteraf bleek dat administratief niet mogelijk. Op dat moment was de enige optie: de klassenraad van 3 SWWa van vorig schooljaar opnieuw samenroepen en de vraag stellen om het ongunstige advies opnieuw te bekijken. Dat is gebeurd en na overleg tussen de leerkrachten werd er beslist om het ongunstige advies te behouden.”
3.5. Nadat de moeder van verzoeker aandringt om de motivering van de klassenraad te mogen ontvangen, deelt de adjunct-directeur op 21
november 2024 het volgende mee:
“U vraagt de motivatie van de klassenraad. Die kan u hieronder vinden:
De beslissing om [verzoeker] een ongunstig advies tot overzitten te geven is vorig jaar genomen omdat [verzoeker] toen al een jaar ouder was. De scores vorig jaar toonden duidelijk aan dat de richting Sportwetenschappen te moeilijk was. [Verzoeker] heeft vorig jaar ook ondersteuning gekregen. Op basis van die gegevens wordt de inschatting gemaakt dat de leerstof en de verwerking ervan in de volgende jaren te zwaar zullen zijn en daarom is de dubbele finaliteit een zeer goed traject om een diploma te behalen.”
Daartegen dient verzoeker een bezwaar in bij het schoolbestuur.
3.6. Op 2 december 2024 verklaart het college van burgemeester en schepenen het bezwaar van verzoeker onontvankelijk:
“Met het aangetekend schrijven van 25 november 2024 betwistte u de beslissing van de klassenraad van 12 november 2024, waarin beslist werd om aan [verzoeker], voormalig leerling van 3 sportwetenschappen aan het GIB tijdens het schooljaar 2023-2024, een B-attest toe te kennen met clausulering [voor] de doorstroomfinaliteit en met het advies overzitten ongunstig.
Met het besluit van 2 december 2024 wordt door het college van burgemeester en schepenen beslist om het beroep tegen de beslissing van
IX-10.601-5/17
de klassenraad van 12 november 2024 onontvankelijk te verklaren, omdat het eindrapport van [verzoeker] werd overhandigd op 30 juni 2024.
Het is enkel mogelijk de beslissing in verband met het eindrapport te betwisten binnen de drie werkdagen vanaf de bekendmaking van de uitslag van het eindrapport. De beslissing van het eindrapport met het advies tot het niet overzitten kon enkel betwist worden tot en met 5 juli 2024.”
Dat is de bestreden beslissing.
IV. Ontvankelijkheid van de vordering
4.1. De verwerende partij werpt in haar nota de exceptie op dat de voorliggende vordering onontvankelijk is omdat het intern beroep niet op ontvankelijke wijze werd uitgeput.
4.2. Deze exceptie valt samen met de bespreking van het enige middel, waarin verzoeker net betwist dat zijn intern beroep als onontvankelijk kon worden afgedaan.
V. Herinnering aan de grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts bij uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
IX-10.601-6/17
VI. Ernst van het enige middel
Uiteenzetting van het middel
6. In een enig middel voert verzoeker de schending aan van artikel 123/15, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs, van “artikel 6.4.5. van het schoolreglement”, van “het motiveringsbeginsel” en van het zorgvuldigheids-
beginsel.
Verzoeker betoogt dat de bestreden beslissing bevestigt dat de delibererende klassenraad op 12 november 2024 opnieuw is samengekomen om zijn vraag tot heroverweging van het B-attest met clausulering voor de doorstroomfinaliteit en een ongunstig advies tot overzitten, opnieuw te beoordelen. De klassenraad heeft zijn beslissing van 30 juni 2024 bevestigd, maar de beslissing van 12 november 2024 is een nieuwe beslissing inzake leerlingenevaluatie. Daartegen staat, overeenkomstig artikel 123/15, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs en het schoolreglement, een beroep open. Niet wordt betwist, zo stelt verzoeker, dat een overleg heeft plaatsgevonden tussen de directeur en de ouders van verzoeker in de zin van artikel 115/6, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs. Daarop heeft de directeur beslist om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. Aangezien de klassenraad opnieuw is samengekomen op 12 november 2024 en hij de oorspronkelijke beslissing heeft bevestigd, heeft de beroeps-commissie het beroep van verzoeker ten onrechte onontvankelijk verklaard. Een dergelijk oordeel vindt volgens verzoeker geen steun in de voormelde bepalingen van de Codex Secundair Onderwijs en het schoolreglement. Verzoeker wijst tevens erop dat artikel 11 van de omzendbrief SO64 uitdrukkelijk bepaalt dat “zowel tegen de enige beslissing van de delibererende klassenraad een verhaalmogelijkheid bestaat als nadat de klassenraad door de directeur of zijn afgevaardigde eventueel opnieuw is samengeroepen”. De bepalingen van de Codex Secundair Onderwijs en van het schoolreglement ontnemen niet de kans voor de leerlingen of hun ouders om
IX-10.601-7/17
beslissingen van de klassenraad die “vele maanden later” worden genomen, te bestrijden.
Volgens verzoeker mist de bestreden beslissing eveneens een deugdelijke motivering. Hij acht ook het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.
Verzoeker licht zulks als volgt toe:
“Tevens geeft de bestreden beslissing blijk van een onzorgvuldige studie van het dossier. Zo stellig als de verwerende partij is in haar uiteenzetting dat verzoekers beroep onontvankelijk is wegens laattijdigheid zo passief lijkt de directeur te zijn gebleven bij het op weg zetten van [verzoeker]
met [zijn] beroep. Immers uit de e-mail d.d. 21 november 2024 van de directeur aan [verzoeker] blijkt dat hij de bestreden beslissing niet overmaakte aan [verzoeker] en dit enkel per mail die dag doet, maar daarbij aangeeft zelf niet te weten of er nog [een] beroepsmogelijkheid is, dan wel verschillende adviezen hierover bij juridische instanties te hebben ingewonnen, doch zonder duidelijk antwoord te hebben gekregen. De directeur zal er ook later niet meer op terugkomen. Elke verdere communicatie vanuit GIB blijft achterwege en de toegang tot smartschool werd abrupt beëindigd.”
Beoordeling
7. Artikel 115/6, §§ 3 en 4, van de Codex Secundair Onderwijs, luidt als volgt:
“§ 3. De betrokken personen nemen het evaluatieresultaat in ontvangst op een in het school- of centrumreglement vastgelegde datum en wijze. Het school- of centrumbestuur wijkt af van die datum voor individuele gevallen als de beslissing tot stand komt na uitstel of na beroep; in voorkomend geval stelt het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk in kennis van de voorziene ontvangstdatum. Bij het niet in ontvangst nemen door de betrokken personen wordt het evaluatieresultaat geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum.
§ 4. Als het evaluatieresultaat inhoudt dat aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, dan is de school of het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ertoe gehouden:
1° aan de betrokken personen een schriftelijke motivering te geven;
IX-10.601-8/17
2° de betrokken personen schriftelijk te verwijzen naar de mogelijkheid tot beroep met overeenkomstige procedure doch enkel mits voorafgaandelijk overleg, vermeld in 3°, te hebben gepleegd;
3° met de betrokken personen te overleggen op hun vraag.
Het overleg, bedoeld in 3°, vindt plaats tussen de directeur of zijn afgevaardigde en de betrokken personen binnen een redelijke termijn nadat die laatsten het evaluatieresultaat in ontvangst hebben genomen. Die termijn wordt in het school- of centrumreglement bepaald. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Het overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen. Nadat de klassenraad al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd, beslist diezelfde klassenraad om het oorspronkelijk evaluatieresultaat te bevestigen of door een ander evaluatieresultaat te vervangen. De betrokken personen nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen op de voorziene datum door de betrokken personen wordt de beslissing geacht te zijn ontvangen.”
Artikel 123/15, § 1, eerste en tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs bepaalt:
“Tegen eindbeslissingen inzake leerlingenevaluatie die door de betrokken personen worden betwist, hebben die personen verhaalmogelijkheid overeenkomstig een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het school- of centrumreglement, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze afdeling.
In het secundair onderwijs hebben de betrokken personen slechts verhaalmogelijkheid na een overleg als vermeld in artikel 115/6, § 4.”
8. Uit deze bepalingen volgt dat de “betrokken personen” – dit zijn “de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf” (artikel 3, 9°, van de Codex Secundair Onderwijs) – eerst een overleg met de directeur moeten vragen. Dat overleg leidt al dan niet tot een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad. Een volgende procedurestap houdt in dat tegen de niet-overtuigende beslissing om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen, dan wel de niet-overtuigende beslissing van de opnieuw
IX-10.601-9/17
samengeroepen klassenraad, een bezwaar kan worden ingesteld bij het schoolbestuur.
9. In de voorliggende zaak heeft de behandeling van het beroep geleid tot een afwijzing op grond van onontvankelijkheid omdat, zo lijkt, “het eindrapport van [verzoeker] werd overhandigd op 30 juni 2024” en “het eindrapport met het advies tot niet overzitten […] enkel [kon] betwist worden tot en met 5 juli 2024”.
Aldus lijkt de verwerende partij aanstoot te nemen aan het niet-
naleven van de omtrent het aan het beroep voorafgaande overleg met de directeur in het schoolreglement opgenomen vormvereisten.
10. Het doel van het voorafgaand overleg lijkt in de eerste plaats informatief; het dient namelijk om de betrokken personen in staat te stellen terdege te oordelen of het zin heeft aan te dringen op een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad.
Hoe het overleg moet worden aangevraagd, binnen welke termijn dit moet gebeuren en wat het overleg precies moet inhouden, heeft de decreetgever niet nader uitgewerkt. Aan het schoolreglement laat hij enkel uitdrukkelijk over om de “redelijke termijn” nader te bepalen waarbinnen het overleg moet plaatsvinden.
11. Ofschoon dit overleg niet behoort tot de “formele procedure”
die de Codex Secundair Onderwijs organiseert en de decreetgever daarmee in een voorafgaande “bemiddelingsfase” heeft willen voorzien, lijkt de wijze waarop dat is gebeurd – in het bijzonder door die fase verplicht te stellen – ervoor te zorgen dat het overleg met de directeur niet volledig los kan worden gezien van de eigenlijke georganiseerde beroepsprocedure.
IX-10.601-10/17
De decreetgever heeft niet zelf een termijn voorgeschreven waarbinnen de betrokken personen het overleg moeten aanvragen; hij verbiedt evenmin uitdrukkelijk, zo lijkt, dat schoolbesturen in het eigen schoolreglement zelf nadere regels bepalen voor het aanvragen en het verloop van dat overleg.
Wel moet, op het eerste gezicht, een schoolbestuur erover waken dat elk nader voorschrift dat hij in een schoolreglement opneemt, niet belemmert dat de doelstelling van het overleg wordt bereikt. Een dergelijk voorschrift mag, zo lijkt, bijgevolg niet op een onredelijke wijze het optreden van de betrokken personen beperken om opheldering te verkrijgen bij het toegekende studieresultaat, de eventuele clausulering en het daarmee gepaard gaande advies over de mogelijkheid tot het overzitten van een leerjaar.
12. De bestreden beslissing is het eindresultaat van een betwisting van het evaluatieresultaat van verzoeker, die op gang is gebracht door het overleg met de directeur aan te vragen.
Dat overleg lijkt gericht tegen de beslissing van de delibererende klassenraad van 30 juni 2024, waarbij aan verzoeker een B-attest met clausulering voor de doorstroomfinaliteit werd toegekend en waarbij het bindend advies van niet-overzitten werd gegeven.
13. Voor die klassenraadbeslissing lijkt het schoolreglement voor het schooljaar 2023-2024 te moeten worden toegepast. Punt ‘6.4.10. Betwisting’ van het schoolreglement voor het schooljaar 2023-2024 van het GIB – dat inhoudelijk overigens niet lijkt te verschillen van punt ‘6.4.5 Betwisting’ van het schoolreglement voor het schooljaar 2024-2025 – bepaalt onder meer wat volgt:
“Als je ouders en/of jij (alleen als je meerderjarig bent) het niet eens zijn met je eindrapport, dan kunnen jullie je uitslag betwisten.
De beroepsprocedure verloopt als volgt:
Stap 1: Jullie hebben uiterlijk drie werkdagen, vanaf de bekendmaking van de uitslag, om de beslissing te betwisten.
IX-10.601-11/17
Jullie stappen of bellen naar de school en vragen een persoonlijk onderhoud aan met de directeur. ”
14. Uit deze bepaling volgt prima facie dat het schoolreglement een termijn van “uiterlijk drie werkdagen, vanaf de bekendmaking van de uitslag”
verbindt aan de mogelijkheid om het overleg aan te vragen.
Een dergelijke termijn mag op het eerste gezicht kort worden genoemd. Hij lijkt evenwel niet onredelijk kort. Immers, het overleg kan ertoe leiden dat de delibererende klassenraad opnieuw samenkomt. Voor die nieuwe samenkomst is vereist dat de leden ervan, gelet op de zomervakantie, in voldoende aantal nog aanwezig zijn. Vervolgens staat nog de procedure bij de beroeps-commissie open. Dat alles moet dan ook nog zijn afgerond, aldus de decreetgever, “uiterlijk op 15 september” (artikel 123/15, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs).
Zoals gezien, kan de informele overlegfase niet volledig los worden gezien van de formelere procedure voor de beroepscommissie. Dat doet vooralsnog aannemen dat ook de termijnen voor dat overleg de openbare orde raken en bijgevolg door de betrokken personen op straffe van onontvankelijkheid moeten worden nageleefd, ook wanneer zulks niet met zoveel woorden in een bepaling tot uitdrukking is gebracht.
15. Te dezen lijkt niet te worden betwist dat de “bekendmaking van de uitslag” plaatsvond in de periode kort vóór zondag 30 juni 2024.
Evenmin lijkt te worden betwist dat door verzoeker – of namens verzoeker – het overleg werd aangevraagd kort na 7 november 2024, dit is de dag waarop hij zich opnieuw in het GIB heeft aangemeld.
Dit is op het eerste gezicht ruimschoots ná de in het school-
reglement voorgeschreven termijn van drie werkdagen vanaf de mededeling van het rapport.
IX-10.601-12/17
Zelfs als bij de uitreiking van de rapporten de beroeps-
mogelijkheid niet zou zijn meegedeeld – waardoor naar luid van artikel II.21, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 “de termijn om een beroep in te dienen […] pas vier maanden na de kennisgeving [start]” – lijkt het overleg laattijdig te zijn aangevraagd.
16. Wat voorafgaat, doet prima facie besluiten dat de verwerende partij het beroep van verzoeker als onontvankelijk vermocht af te wijzen.
17. Dat de klassenraad op 12 november 2024 opnieuw is samengekomen en een beslissing heeft genomen, doet hieraan geen afbreuk, zo lijkt. Immers, ingevolge het devolutieve karakter ervan, valt het finaal aan de verwerende partij toe om te beslissen over het beroep.
18.1. Overigens kan op het eerste gezicht evenmin met verzoeker worden meegegaan, waar hij voorhoudt dat de klassenraadbeslissing van 12 november 2024 een “nieuwe beslissing inzake leerlingenevaluatie” inhoudt ten opzichte van de beslissing van einde juni 2024.
Daartoe is vooralsnog vereist dat de klassenraadbeslissing van 12 november 2024 door nieuwe feitelijke of juridische omstandigheden is ingegeven of dat aan die nieuwe beslissing ook een nieuw onderzoek ten gronde is voorafgegaan.
Daarvan lijkt te dezen geen sprake.
18.2. Daarover ter terechtzitting ondervraagd, heeft de raadsvrouw van verzoeker verklaard dat de betrokken personen de volgende drie argumenten hebben aangevoerd om de klassenraad ertoe te brengen zijn oorspronkelijke beslissing te herzien: (1) de betrokken personen wisten pas na de poging tot
IX-10.601-13/17
herinschrijving in het GIB dat het advies van de klassenraad van juni over het niet-overzitten bindend is; (2) verzoeker heeft al snel tijdens het schooljaar 2023-
2024 te kennen gegeven te willen overstappen naar een richting met vier uren wiskunde; (3) de resultaten van verzoeker in de studierichting die hij thans volgt, zijn van dien aard dat te vrezen valt dat schoolmoeheid en demotivatie van de leerling zal optreden.
18.3. Naar luid van artikel 82, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 ‘over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft’, geeft de klassenraad, samen met de evaluatie-
beslissing dat de leerling een leerjaar met vrucht en met clausulering heeft beëindigd, een gunstig of ongunstig advies over het overzitten van een leerjaar.
Dat advies is, zo leert de tweede paragraaf van dezelfde bepaling, bindend.
Alleen een gunstig advies voor overzitten biedt mogelijkheid tot overzitten als regelmatige leerling.
Zulks wordt ook in het schoolreglement voor het schooljaar 2023-2024 toegelicht:
“6.4.7. Advies […]
Overzitten van een leerjaar De delibererende klassenraad spreekt een advies uit over het overzitten van een leerjaar na een A-attest met uitsluitingen (eerste leerjaar) of na een B-attest (tweede tot vierde leerjaar en 5 tso).
[…]
Overzitten bij een B-attest of A-attest met uitsluiting, kan enkel nog na een gunstig advies van de delibererende klassenraad.
Bij een ongunstig advies van de delibererende klassenraad moet je, ongeacht de school, naar het hogere leerjaar overgaan. We vermelden het advies van de klassenraad systematisch op het betrokken oriënteringsattest.”
In die omstandigheden kan verzoeker bezwaarlijk voorhouden, zo lijkt, niet eerder dan in november 2024 ervan op de hoogte te zijn geweest dat het advies bindend is. Alleszins schrijft de regelgeving op het eerste gezicht niet
IX-10.601-14/17
voor dat het bindend karakter expressis verbis op het oriënteringsattest moet worden vermeld.
Vooralsnog kan verzoeker niet ervan overtuigen dat dit argument als een nieuwe feitelijke of juridische omstandigheid is te beschouwen.
18.4. Dat lijkt evenmin het geval voor wat betreft de door verzoeker gewenste overstap van vijf uren naar vier uren wiskunde. Zoals hij zelf in zijn verzoekschrift aangeeft, is die wens bij de school gekend sinds oktober 2023.
18.5. Wat wél een nieuwe omstandigheid lijkt, zijn de schoolresultaten van verzoeker sinds september 2024.
18.6. Daartegenover staat echter prima facie dat de klassenraad-
beslissing van 12 november 2024 geenszins ervan blijk geeft de zaak van verzoeker aan een nieuwe beoordeling te hebben onderworpen. Géén van de voormelde argumenten, zo lijkt, komt daarin ter sprake.
Er wordt gesteld dat “[d]e beslissing […] vorig jaar [is]
genomen omdat [verzoeker] toen al een jaar ouder was”, dat “[d]e scores vorig jaar […] duidelijk [aantoonden] dat de richting Sportwetenschappen te moeilijk was” en dat hij “vorig jaar ook ondersteuning [heeft] gekregen”. “Op basis van die gegevens” heeft de klassenraad “de inschatting gemaakt dat de leerstof en de verwerking ervan in de volgende leerjaren te zwaar zullen zijn” en dat “daarom de dubbele finaliteit een zeer goed traject [is] om een diploma te behalen”.
Aldus lijkt de klassenraad op 12 november 2024 niets meer te hebben gedaan dan laten begrijpen op grond van welke motieven hij op het einde van het vorige schooljaar tot zijn advies is gekomen. Vooralsnog leest de Raad van State daarin geen nieuwe beoordeling van nieuwe feitelijke of juridische omstandigheden. Deze beslissing lijkt dan ook louter bevestigend.
IX-10.601-15/17
19. In die mate is het middel niet ernstig.
20. Voor zover verzoeker aan de directeur verwijt “passief” te zijn gebleven bij hem “op weg [te] zetten” bij zijn beroep – bij de mededeling van de klassenraadbeslissing van 12 november 2024 geeft de directeur aan “zelf niet te weten of er nog [een] beroepsmogelijkheid is”, heeft hij het over “verschillende adviezen […] bij juridische instanties”, maar laat hij verzoeker “zonder duidelijk antwoord” en “zal [hij] er ook later niet meer op terugkomen” – en aan de school als een tekortkoming aanrekent dat “[e]lke verdere communicatie […]
achterwege [blijft]” en dat “de toegang tot smartschool […] abrupt [werd]
beëindigd”, laat hij op het eerste gezicht niet begrijpen hoe de “onzorgvuldigheden” die hij opsomt, de wettigheid van de thans bestreden beslissing vermogen aan te tasten.
In die mate is het middel bijgevolg evenmin ernstig.
21. Het middel is in zijn geheel niet ernstig.
VII. Conclusie
22. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht
IX-10.601-16/17
van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Jurgen Neuts
IX-10.601-17/17

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.891

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.891

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.