ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.000

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.000 Rolnummer: A. 242511/VII-42594 Zaak: Cassatiebeschikking 16000 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-16 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-04 05:10 Fiche Beschikking nr 16.000 van 12 september 2024...

Source officielle

6 min de lecture 1 142 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Beschikking van 12 september 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.000

Rolnummer:

A. 242511/VII-42594

Zaak:

Cassatiebeschikking 16000 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 12/09/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-09-16

Raadplegingen:

82 – laatst gezien 2026-06-04 05:10

Fiche

Beschikking nr 16.000 van 12 september 2024 Vreemdelingen – Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.000 van 12 september 2024
in de zaak A. 242.511/VII-42.594
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter-Jan De Block kantoor houdend te 1060 Brussel Sint-Bernardusstraat 96-98
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 18 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 308.703 van 24 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 26 juli 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele
VII-42.594-1/4
motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vermeldt in het bestreden arrest eerst dat verzoeker “een aanvullende nota neer[legt] waarin in toepassing van artikel 39/76 van de Vreemdelingenwet volgende nieuwe elementen worden voorgelegd: discharge card van ziekenhuis + vertaling waarin wordt gesteld dat verzoeker in het ziekenhuis was van 12 mei 1393 tot 15 juni 1393 […]”. Verder overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over de bomaanslag en verzoekers voorgehouden hospitalisatie ten gevolge daarvan:
“Verder stelt de Raad vast dat verzoeker in het verzoekschrift evenmin stelt dat de bomaanslag en dreigbrieven of dreigberichten te maken hadden met het werk van zijn vader. In het verzoekschrift stelt verzoeker dat het toch wel toevallig Is dat de bomaanslag gebeurt in een periode dat zijn vader hiervoor een uitdrukkelijke angst had uitgesproken. De Raad leest dat evenwel niet in het gehoor. Bovendien geeft dit geen verklaring voor de tegenstrijdige verklaringen die verzoeker vervolgens heeft afgelegd over een dreigbrief aan het adres van zijn vader die hij enerzijds onmiddellijk zou geopend hebben, maar waarover hij vervolgens stelt niet zeker te zijn dat zijn vader brieven heeft gekregen, maar dat te denken. Of nog heeft de Raad geen verklaring voor het feit dat verzoeker ook nog verklaarde te weten dat zijn vader brieven heeft gekregen, maar enkel het bericht op de telefoon heeft gelezen.
Waar verzoeker verklaart dat hij bij die bomaanslag wel degelijk gewond is geraakt en voor verzorging naar het ziekenhuis moest en stelt hierover nog een bewijs te zullen voorleggen, blijkt dat verzoeker inderdaad in de aanvullende nota nog een attest heeft voorgelegd, zijnde een ‘discharge card’ met vertaling naar het Engels. Volgens dit attest verbleef verzoeker in het ziekenhuis van 1393/05/12 tot 1393/06/15 (Afghaanse kalender), dit houdt ongeveer een verblijf van een maand in. Echter, ter zitting stelt verzoeker zelf dat het attest verkeerd is, dat de ‘6′ in de datum 1393/6/15 eigenlijk een ‘5′ had moeten zijn omdat hij maar enkele nachten in het ziekenhuis verbleef om metalen stukjes te verwijderen. De Raad kan alleen maar vaststellen dat het stuk dus niet strookt met de verklaringen van verzoeker ter zitting.”
Hiermee geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een duidelijk antwoord op verzoekers standpunt in zijn aanvullende nota met de voornoemde
VII-42.594-2/4
discharge card van het ziekenhuis, zodat voldaan is aan de in artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de vreemdelingenwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht.
Het eerste en het tweede onderdeel van het enige middel zijn kennelijk ongegrond.
3. Verzoeker leidt een schending van het recht van verdediging af uit het feit dat uit de motieven van het bestreden arrest geen adequaat antwoord blijkt op zijn aanvullende nota en stukken.
Uit een voorgehouden motiveringsgebrek kan geen schending van het recht van verdediging worden afgeleid. Verzoeker beperkt zich overigens tot letterlijk dezelfde kritiek die supra bij de behandeling van het eerste en het tweede middelonderdeel kennelijk ongegrond is bevonden.
Het derde onderdeel van het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
VII-42.594-3/4
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf september tweeduizend vierentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Carlo Adams
VII-42.594-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.000

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.000

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.