ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.054
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.054 Rolnummer: A. 242484/VII-42588 Zaak: Cassatiebeschikking 16054 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-14 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-04 10:06 Fiche Beschikking nr 16.054 van 11 oktober 2024...
6 min de lecture · 1,255 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Beschikking van 11 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.054
Rolnummer:
A. 242484/VII-42588
Zaak:
Cassatiebeschikking 16054 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 11/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-14
Raadplegingen:
79 – laatst gezien 2026-06-04 10:06
Fiche
Beschikking nr 16.054 van 11 oktober 2024 Vreemdelingen – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Beslissing : Niet toegelaten
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.054 van 11 oktober 2024
in de zaak A. 242.484/VII-42.588
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Romy Jessen kantoor houdend te 4000 Luik Rue Paul Devaux 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 13 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 308.481 van 18 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 26 juli 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
1. Noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ noch de materiëlemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak met hervormingsbevoegdheid is gedaan.
Het enige middel is in die mate kennelijk niet ontvankelijk.
VII-42.588-1/4
2. Verzoeker citeert wat hij in zijn aanvullende nota onder “B. wat de subsidiaire bescherming betreft” heeft aangevoerd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Hij laat gelden dat in het bestreden arrest “niet of alleszins niet afdoende wordt gemotiveerd waarom men concludeert dat de landeninformatie die geenszins actueel en betrouwbaar zijn alsnog in aanmerking genomen kan worden” en hij besluit “dat er geen afweging en onderzoek van de argumenten van verzoeker heeft plaatsgevonden en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich zonder inhoudelijk in te gaan op de aangevoerde middelen volledig bij de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing aansluit”.
3. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet)
aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
4. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst in punt 3.1. van het bestreden arrest naar de bij de aanvullende nota van de verwerende partij gevoegde geüpdatete informatie, waaronder een COI Focus Afghanistan van 14 december 2023, een rapport van UNAMA van juni 2023 en een Country Focus van het EUAA over Afghanistan van december 2023. Hij vermeldt in punt 3.2. ook verzoekers aanvullende nota van 17 maart 2024, met daarbij (onder meer) ook gevoegd de Country Focus van het EUAA over Afghanistan van december 2023.
VII-42.588-2/4
In punt 4.5. van het bestreden arrest antwoordt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitdrukkelijk op het door verzoeker voorgehouden gebrek aan objectieve en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan:
“Verzoeker klaagt een gebrek aan objectieve en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan aan. De commissaris-generaal heeft bij aanvullende nota van 14 maart 2024 evenwel de beschikbare objectieve landeninformatie inmiddels geactualiseerd en aangevuld.
De Raad is er zich van bewust dat de machtsovername door de taliban een impact heeft gehad op de aanwezigheid van bronnen in het land en op de mogelijkheid om verslag uit te brengen. Er kan opgemerkt worden dat, in vergelijking met de periode vóór de machtsovername, waarin bijzonder veel bronnen en organisaties in Afghanistan actief waren en over de veiligheidssituatie rapporteerden, heden minder gedetailleerde en betrouwbare informatie over de situatie in Afghanistan voorhanden is. Er moet echter worden vastgesteld dat de berichtgeving uit en over het land niet is gestopt, dat tal van bronnen nog steeds beschikbaar zijn en nieuwe bronnen zijn verschenen. Bovendien zijn verschillende gezaghebbende experten, analisten en (internationale) instellingen de situatie in het land blijven opvolgen en rapporteren zij over gebeurtenissen en incidenten. De verbeterde veiligheidssituatie heeft verder als gevolg dat meer regio’s dan vroeger toegankelijk zijn. De Raad oordeelt aldus dat er wel degelijk voldoende informatie voorhanden is om de nood aan internationale bescherming, zowel op grond van artikel 48/3 als op grond van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet te analyseren.”
In punt 5.9. van het bestreden arrest gaat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen omstandig in op het door verzoeker voorgehouden gevaar ingevolge (gepercipieerde) verwestering bij een terugkeer naar Afghanistan. Hierbij steunt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich ook op de recentste informatie uit de bij de aanvullende nota’s van de partijen gevoegde landeninformatie betreffende de algemene situatie in Afghanistan. Hieruit blijkt nogmaals, nu impliciet, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordeelt over voldoende informatie te beschikken over de situatie in Afghanistan. Dat verzoeker het niet eens is met de desbetreffende door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen gemaakte beoordeling, houdt niet in dat artikel 149 van de Grondwet of artikel 39/65 geschonden is.
5. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond.
VII-42.588-3/4
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf oktober tweeduizend vierentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
VII-42.588-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.054
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...