ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.021
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.021 Rolnummer: A. 243939/XII-9826 Zaak: Arrest 262021 - Dierenwelzijn - 20/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-23 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-05-28 17:56 Fiche Arrest nr 262.021 van 20 januari 2025 Sociale zaken...
10 min de lecture · 1,996 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 20 januari 2025
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.021
Rolnummer:
A. 243939/XII-9826
Zaak:
Arrest 262021 – Dierenwelzijn – 20/01/2025
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2025-01-23
Raadplegingen:
102 – laatst gezien 2026-05-28 17:56
Fiche
Arrest nr 262.021 van 20 januari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 262.021 van 20 januari 2025
in de zaak A. 243.939/XII-9826
In zake: D.D.
wonende te 9080 Zaffelare Kerkstraat 48
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Van Gerven kantoor houdend te 9080 Lochristi Dorp West 73
tegen:
het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID
VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge Karel van Manderstraat 123
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 13 januari 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 18.11.2024 van het FAVV m.b.t. de maatregelen in verband met de hond (stuk 9): Pomeriaan, chipnummer 528210008251218, geboortedatum 01/08/2024, Europees paspoort 528-NL B 63923, genaamd ‘Marie’, dewelke op een niet conforme manier in België werd binnengebracht en in verband met de andere dieren van verzoekster (referte FAVV: CONT/OVB/PRI/2024/1924)”.
XII-9826-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking van 13 januari 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025
De nota en het administratief dossier zijn ingediend overeenkomstig de procedurekalender.
Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Nathalie Sterck, die loco advocaat Erik Van Gerven verschijnt voor verzoekster, en advocaat Frédérick Valcke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 28 oktober 2024 krijgt de verwerende partij informatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over het niet-conform binnenbrengen van een hond in België. De hond was niet geïdentificeerd, ging vergezeld van een vals paspoort, was te jong voor de invoer (want nog niet geldig gevaccineerd tegen rabiës) en het was onduidelijk waar de hond precies vandaan kwam.
3.2. Op 29 oktober 2024 gaat de Lokale Controle Eenheid van de verwerende partij langs bij verzoekster en verzoekster wordt verhoord. De hond in
XII-9826-2/8
kwestie en de andere hond van verzoekster worden diezelfde dag administratief in beslag genomen. Ook de paspoorten van de honden worden in beslag genomen.
3.3. Op 30 oktober 2024 laat de inspecteur-dierenarts die het dossier behandelt telefonisch aan verzoekster weten dat het FAVV de intentie heeft een beslissing tot terugzending op te leggen.
Vervolgens bezorgt verzoekster bijkomende informatie aan de inspecteur-dierenarts.
3.4. Op 4 november 2024 betekent de verwerende partij aan verzoekster de intentie tot het nemen van een beslissing tot terugzending of euthanasie, tenzij verzoekster erin slaagt om de plaatsing in een erkende quarantaine-inrichting te organiseren, ofwel verdere elementen bezorgt die de verwerende partij in staat zou stellen het risico op rabiës opnieuw te beoordelen.
3.5. Op 4 november 2024 vraagt verzoekster om een thuisquarantaine op te leggen, daar zij de andere maatregelen als praktisch onhaalbaar dan wel onwenselijk beschouwt.
3.6. Op 18 november 2024 brengt de verwerende partij opnieuw een bezoek aan verzoekster, waarbij ook de twee katten van verzoekster administratief in beslag worden genomen.
Tegelijk betekent de verwerende partij op die datum de beslissing houdende de maatregelen eensdeels, in verband met de hond die op een niet-conforme manier in België is binnengebracht, en anderdeels, in verband met de andere dieren van verzoekster die in contact zijn geweest met deze hond. Deze beslissing legt de euthanasie op van de hond die op een niet-conforme manier in België is binnengebracht op en vermeldt dat de euthanasie “onmiddellijk”, zijnde uiterlijk de dag na de ontvangst van de beslissing, moet worden uitgevoerd. Wat de andere dieren van verzoekster betreft, legt deze beslissing een thuisafzondering op
XII-9826-3/8
met de verplichting tot een klinisch onderzoek om de vijftien dagen tot de opheffing van het beslag.
Dit is de bestreden beslissing.
De bestreden beslissing werd op 18 november 2024 in de brievenbus van verzoekster achtergelaten en vervolgens ook per aangetekende zending betekend en afgeleverd op 20 november 2024.
IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan worden verantwoord en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is waardoor de zaak binnen een termijn van vijftien dagen of minder moet worden behandeld.
V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
5. Verzoekster zet in het verzoekschrift uiteen dat de bestreden beslissing inhoudt dat de euthanasie van haar hond onmiddellijk, hetzij uiterlijk de dag na de ontvangst van de beslissing, moet worden uitgevoerd door een dierenarts en dat de fatale gevolgen van de bestreden beslissing onomkeerbaar zijn. De aard van de maatregel en de opgelegde termijn wettigen volgens verzoekster het beroep op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Voorts wijst verzoekster erop dat zowel zijzelf, haar partner als haar drie kinderen intussen heel gehecht zijn aan hun hond Marie.
XII-9826-4/8
Beoordeling
6. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij.
De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 8, § 1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”.
Dit impliceert dat een verzoekende partij aan de hand van precieze, concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk maakt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen.
De uiterst dringende noodzakelijkheid kan daarenboven niet voortkomen uit de enkele omstandigheid dat ingevolge de doorlooptijd van de zaak een uitspraak volgens de gewone schorsingsprocedure of een uitspraak ten gronde zou tussenkomen in een min of meer verre toekomst, waardoor de gewone schorsings- of annulatieprocedure een verzoekende partij niet toelaat een arrest te
XII-9826-5/8
verkrijgen voordat de bestreden handeling haar volledige uitwerking heeft gehad.
Opdat aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan zou zijn, moet deze vaststelling ten minste gepaard gaan met andere feitelijke gegevens die eigen zijn aan de voorliggende zaak en die aantonen dat de uiterst dringende noodzakelijkheid eraan inherent is.
Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, is daartoe vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om haar beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen.
De toepassing van de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan bovendien alleen worden aanvaard indien ook de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen. Dit impliceert dat de verzoekende partij met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid.
7. Uit wat voorafgaat volgt dat, wie meent in een geval te verkeren waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de bestreden beslissing moet worden bevolen, dienovereenkomstig moet handelen. Een verzoekende partij die zonder afdoende reden talmt met het instellen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, geeft er blijk van die uiterst dringende noodzakelijkheid zelf niet ernstig te nemen.
8. Te dezen stelt de Raad van State vast dat verzoekster van de bestreden beslissing kennis nam, minstens kon nemen, hetzij op 18 november 2024, zijnde de dag waarop de bestreden beslissing in de brievenbus van verzoekster werd achtergelaten daar zij – aldus de verwerende partij – weigerde de deur van haar woonst te openen, hetzij uiterlijk op 20 november 2024, zijnde de dag waarop de bestreden beslissing via een aangetekende zending aan verzoekster werd aangeboden en – blijkens het administratief dossier – ook afgeleverd.
XII-9826-6/8
Niettegenstaande de bestreden beslissing aan verzoekster oplegt haar hond “onmiddellijk […] en dit uiterlijk de dag na ontvangst van deze beslissing” te laten euthanaseren, wacht verzoekster vervolgens tot 13 januari 2025
om een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen, waarmee zij bijna de volledige beroepstermijn uitput. Waarom zij minstens 54 dagen wacht om haar vordering in te dienen, verklaart verzoekster in haar verzoekschrift niet.
9. Dat tijdsinterval spreekt de uiterst dringende noodzakelijkheid tegen. Het laat zich des te minder verantwoorden in het licht van het concrete nadeel dat verzoekster laat gelden, met name de onmiddellijk opgelegde tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, de onomkeerbaarheid van de opgelegde euthanasie en het gegeven dat het gezin intussen gehecht is aan de hond die moet worden geëuthanaseerd.
10. De ter terechtzitting aangevoerde reden voor dit gebrek aan diligentie – met name dat verzoekster nog een recent attest van een dierenarts wenste voor te leggen waaruit blijkt dat de hond gezond is – doet niet anders oordelen. Verzoekster maakt immers niet aannemelijk – zet zelfs niet uiteen –
waarom zij pas op 10 januari 2025 over een attest van een dierenarts kon beschikken, nog daargelaten de vaststelling dat zij dan nog eens drie dagen wacht om haar verzoekschrift neer te leggen.
VI. Conclusie
11. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.
XII-9826-7/8
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Ann Coolsaet, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Ann Coolsaet
XII-9826-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.021
Gerelateerde publicatie(s)
gevolgd door:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.545
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...