ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032 Rolnummer: A. 242865/X-18825 Zaak: Arrest 262032 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-24 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-05-23 10:48 Fiche Arrest nr 262.032 van 20 januari...
8 min de lecture · 1 645 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 20 januari 2025
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032
Rolnummer:
A. 242865/X-18825
Zaak:
Arrest 262032 – Bouwvergunningen en gemengde vergunningen – 20/01/2025
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2025-01-24
Raadplegingen:
75 – laatst gezien 2026-05-23 10:48
Fiche
Arrest nr 262.032 van 20 januari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Bouwvergunningen en gemengde
vergunningen Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032 no lien 281013 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 262.032 van 20 januari 2025
in de zaak A. 242.865/X-18.825
In zake: 1. de BV S.P.
2. de BV S.D.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Verhelst en Matthias Ballieu kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de GEMEENTE VOSSELAAR
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Alisa Konevina kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————-
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 2 september 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van:
a) de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Vosselaar van 4 juli 2024
houdende de goedkeuring van de ‘beleidsvisie Woonomgeving 23-50’;
b) de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vosselaar van 24 juni 2024 waarbij de ‘beleidsvisie Woonomgeving 23-50’ aan de gemeenteraad van de gemeente Vosselaar ter goedkeuring wordt voorgelegd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
X-18.825-1/6
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari 2025.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Matthias Ballieu, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Alisa Konevina, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vosselaar beslist op 24 juni 2024 om de ‘beleidsvisie Woonomgeving 23-50’ aan de gemeenteraad voor te leggen, teneinde deze door de gemeenteraad te laten goedkeuren en om van de gemeenteraad de opdracht te verkrijgen om “deze beleidsvisie op korte termijn te vertalen in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening”.
Dit is de tweede bestreden beslissing.
3.2. Met de eerste bestreden beslissing van 4 juli 2024 keurt de gemeenteraad van de gemeente Vosselaar de ‘beleidsvisie Woonomgeving 23-50’ goed.
X-18.825-2/6
3.3. Met een e-mail van 26 augustus 2024 worden de bestreden beslissingen aan de verzoekende partijen meegedeeld.
3.4. De eerste verzoekende partij is eigenaar van onbebouwde percelen, gelegen aan de Breemsedijk en de Oudstrijderslaan te Vosselaar (hierna:
het projectgebied). Het projectgebied wordt door het bij besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 definitief vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout’ bestemd als ‘stedelijk woongebied’.
3.5. De tweede verzoekende partij wil binnen het projectgebied een vastgoedproject realiseren. Daartoe heeft zij op 23 december 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van vier meergezinswoningen met ondergrondse garages en veertien gekoppelde eengezinswoningen, en de aanleg van bijhorende infrastructuur.
Op 2 mei 2022 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vosselaar de gevraagde omgevingsvergunning. Na bestuurlijk beroep verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Antwerpen (hierna: de deputatie) op 29 september 2022 de gevraagde omgevingsvergunning.
Op vordering van de verwerende partij vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen met zijn arrest nummer RvVb-A-2324-0436 van 8 februari 2024 de laatstgenoemde omgevingsvergunning, stelt hij zijn arrest in de plaats van de nieuw te nemen beslissing, en weigert hij de omgevingsvergunning.
Verzoekers lichten toe dat een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag in voorbereiding is.
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032 X-18.825-3/6
onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
V. Schorsingsvoorwaarden
5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
VI. Spoedeisendheid
Uiteenzetting van de verzoekende partijen
6. De verzoekende partijen maken melding van “een kortelings aankomende nieuwe vergunningsaanvraag”, die vermoedelijk zal worden geweigerd op grond van de bestreden beslissingen. De verwerende partij kondigt in de bestreden beslissingen immers aan dat zij “blind” toepassing zal maken van de ‘beleidsvisie Woonomgeving 23-50’. Volgens de verzoekende partijen werd het risico dat een vergunningsaanvraag op korte termijn getoetst zal worden aan een onwettig instrument in de rechtspraak reeds als bewijs van de spoedeisendheid van een schorsingsvordering aanvaard. Verzoekers verwijzen in dit verband naar ’s Raads arrest nr. 247.659 van 27 mei 2020 en nr. 259.855 van 24 mei 2024. Een uitspraak over het vernietigingsberoep zal pas plaatsvinden nadat de nieuwe vergunningsaanvraag al beoordeeld zal zijn. Tenslotte maken de verzoekende partijen gewag van “enorme financiële nadelen”. Zij stellen dat het “duidelijk [is]
dat de weigering van een belangrijk bouwproject op onwettige gronden” voor hen “enorme financiële nadelen met zich meebrengt”, dat de eerste verzoekende partij als volle eigenaar “zware financieringslasten” draagt, en dat zij al bijzonder veel tijd en middelen in de ontwikkeling van het vastgoedproject hebben geïnvesteerd.
X-18.825-4/6
Beoordeling
7.1. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de eigen zaak, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.
Er kan in beginsel alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd.
7.2. De verzoekende partijen gewagen van een “kortelings aankomende nieuwe vergunningsaanvraag”. Zij geven aldus zelf aan dat er nog geen nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag voor het vastgoedprojectgebied is ingediend. Op de terechtzitting bevestigen zij dat dit nog steeds niet het geval is.
Zij maken aldus niet aannemelijk dat enige vergunningsaanvraag op korte termijn aan de kwestieuze beleidsvisie zal worden getoetst, dat een uitspraak over het vernietigingsberoep te laat zou komen, en dat zij “enorme financiële nadelen” door de weigering van hun “belangrijk bouwproject” “op onwettige gronden” zullen ondergaan. In verband met die financiële nadelen weze overigens opgemerkt dat de verzoekende partijen geen enkel stavingsstuk bijbrengen.
Het betoog van de verzoekende partijen ter terechtzitting dat het vooroverleg met de verwerende partij over een nieuw in te dienen omgevingsvergunningsaanvraag stroef verloopt, vermag aan het voormelde geen afbreuk te doen, en toont de spoedeisendheid van hun vordering niet aan. Wanneer het door de verzoekende partijen aangevoerde nadeel zich daadwerkelijk dreigt te realiseren, kunnen zij alsnog een nieuwe schorsingsvordering indienen.
7.3. De verwijzing door de verzoekende partijen naar ’s Raads arrest nr. 247.659 van 27 mei 2020 mist pertinentie. Het arrest heeft immers betrekking ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032 X-18.825-5/6
op een situatie waarin reeds een vergunningsaanvraag door de verzoekende partijen was ingediend, en waarbij een beslissing over die vergunningsaanvraag op korte termijn kon worden verwacht. Eveneens pertinentie mist het door de verzoekende partijen aangehaalde arrest nr. 259.855 van 24 mei 2024 van de Raad van State, dat een situatie betreft waarin de verzoekende partijen op korte termijn geconfronteerd dreigden te worden met de inwilliging van een – eveneens reeds ingediende – omgevingsvergunningaanvraag, waardoor zij als omwonenden een aanzienlijk nadeel dreigden te ondergaan.
7.4. Het spoedeisend karakter van de vordering is niet aangetoond.
VII. Besluit
8. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Stephan De Taeye ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032 X-18.825-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.032
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...