ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060 Rolnummer: A. 239472/XII-9617 Zaak: Arrest 262060 - Dierenwelzijn - 22/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-23 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-05-23 10:40 Fiche Arrest nr 262.060 van 22 januari 2025 Sociale zaken...
8 min de lecture · 1,717 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 22 januari 2025
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060
Rolnummer:
A. 239472/XII-9617
Zaak:
Arrest 262060 – Dierenwelzijn – 22/01/2025
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2025-01-23
Raadplegingen:
86 – laatst gezien 2026-05-23 10:40
Fiche
Arrest nr 262.060 van 22 januari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060 no lien 281036 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 262.060 van 22 januari 2025
in de zaak A. 239.472/XII-9617
In zake : 1. de BV HOEVE HOOGLAND
2. M.D.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Carolus kantoor houdend te 1090 Brussel Odon Warlandlaan 187
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 30 juni 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing 10 mei 2023 genomen door de heer Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, […] waarbij de erkenningen met nummer HK15106382 en HK25106370 als beroepskwekerij voor honden en katten werd ingetrokken, met een verbod om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 1 augustus 2024[ en waarbij tevens is beslist dat M.D.] geen erkenningsplichtige inrichting [mag] beheren, noch enig direct toezicht uitoefenen op de dieren tot 1 augustus 2024”.
XII-9617-1/6
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 257.114 van 14 juli 2023 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23
augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025.
Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tristan Carolus, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-9617-2/6
III. Feiten
3. In het arrest nr. 257.114 van 14 juli 2023, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is verworpen, worden de feiten als volgt weergegeven:
“3.1. De eerste verzoekende partij is een erkende handelskwekerij voor honden en katten, met een vestiging te Tielen en een vestiging te Kasterlee.
Met betrekking tot de vestiging te Kasterlee is op 26 juni 2019 de erkenning HK15106382 verleend als handelskwekerij voor honden en op 20 juni 2019
de erkenning HK25106370 als handelskwekerij voor katten.
Tweede verzoeker is zaakvoerder van de eerste verzoekende partij en beheerder van de handelskwekerijen.
3.2. Bij beslissing van 10 mei 2023 (met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b) trekt de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand de genoemde vergunningen met ingang van 1 augustus 2023 in. Tevens wordt het verbod opgelegd om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 1 augustus 2024, wat ook het verbod inhoudt om tussen 1 augustus 2023 en 1 augustus 2024 een erkenningsplichtige inrichting te beheren of er een direct toezicht op de dieren uit te oefenen.
Dit is het voorwerp van de voorliggende vordering.
3.3. Nog steeds op 10 mei 2023 trekt de Vlaamse minister die beslissing in en vervangt hij ze door de beslissing (met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b-bis) om de meergenoemde vergunningen met ingang van 1 augustus 2023 in te trekken en om het verbod op te leggen om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 1 augustus 2025, wat ook het verbod inhoudt om tussen 1 augustus 2023 en 1 augustus 2025 een erkenningsplichtige inrichting te beheren of er een direct toezicht op de dieren uit te oefenen. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die de verzoekende partijen tegen deze beslissing instelden (zaak A. 239.471/X[II-9567]), is verworpen bij arrest van de Raad van State nr. 257.113 van 14 juli 2023”.
IV. Toepassing korte debattenprocedure
Ontvankelijkheid
Exceptie van niet-ontvankelijkheid bij gebrek aan voorwerp.
Standpunt van de partijen
4. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord een ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060 XII-9617-3/6
exceptie van niet-ontvankelijkheid van het beroep op nu de bestreden beslissing met referentienummer DWZ/EVA/23/1.5/008b, werd ingetrokken en vervangen door de beslissing met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b-bis.
5. De verzoekende partijen laten in de memorie van wederantwoord dienaangaande gelden dat de verwerende partij van mening lijkt te zijn dat de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer is verdwenen ten gevolge van de vervangende beslissing met referentienummer DWZ/EVA/23/1.5/008b-bis waardoor onderhavige procedure zonder voorwerp is geworden en dat zij evenals als de Raad van State “bij arrest nr. 257.114 dd. 14 juli 2023 in de UDN-procedure”, voorbij lijken te gaan aan het gegeven dat de beslissing met referentie-nummer DWZ/EVA/23/1.5/008b-bis van 10 mei 2023, welke de bestreden beslissing vervangt eveneens het voorwerp uitmaakt van vernietigingsberoepen bij de Raad van State gekend onder rolnummers A.239.390/
XII-9615 en 239.471/XII-9567. Het (bestaan van) voorwerp van huidige procedure is volgens de verzoe-kende partijen aldus afhankelijk van de gegrondheid van de vernietigingsberoepen over de vervangende beslissing, welke, na vernietiging, de bestreden beslissing in onderhavige procedure (al dan niet) kan doen herleven. De verzoekende partijen zijn dan ook de mening toegedaan dat zij zich bij gebrek aan (tijdig) vernietiging(sberoep) in de huidige procedure in de situatie zouden bevinden dat een vernietiging van de vervangende beslissing zonder concreet gevolg zou zijn, gelet op de herleving van de bestreden beslissing, en zij zich in een situatie zonder beroepsmogelijkheid hiertegen zouden bevinden.
Beoordeling
6. Door het auditoraat wordt tot de gegrondheid van de exceptie besloten op grond van de volgende overwegingen:
“6. De bestreden beslissing is ingetrokken en vervangen door een tweede beslissing van 10 mei 2023.
De Raad van State heeft bij arrest nr. 261.385 van 20 november 2024 het beroep tegen deze tweede beslissing verworpen.
7. Terecht dan ook is de verwerende partij van mening dat het voorliggende beroep onontvankelijk is bij gebrek aan voorwerp.
XII-9617-4/6
Tot dezelfde conclusie is het auditoraat gekomen in de zaak A.
239.389/XII-9614 die hetzelfde voorwerp heeft.”
7. Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen.
Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor de verzoekende partijen in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, hebben zij niets daartegen ingebracht.
In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan en dat dient te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen.
V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
8. De bestreden beslissing werd ingetrokken en vervangen door een tweede beslissing van 10 mei 2023. Aangezien de bestreden beslissing werd ingetrokken moet zij worden geacht nooit te hebben bestaan. Deze intrekking heeft tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. Het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is derhalve uitsluitend aan de verwerende partij toe te schrijven. In deze omstandigheden kunnen de verzoekende partijen worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
XII-9617-5/6
In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Chantal Bamps
XII-9617-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.060
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...