ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.225

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.225 Rolnummer: A. 240498/X-18504 Zaak: Arrest 262225 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 04/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-07 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-05-22 10:02 Fiche Arrest nr 262.225 van...

Source officielle

17 min de lecture 3 646 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 04 februari 2025

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.225

Rolnummer:

A. 240498/X-18504

Zaak:

Arrest 262225 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 04/02/2025

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2025-02-07

Raadplegingen:

75 – laatst gezien 2026-05-22 10:02

Fiche

Arrest nr 262.225 van 4 februari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 262.225 van 4 februari 2025
in de zaak A. 240.498/X-18.504
In zake : M.P.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2600 Antwerpen Koninklijkelaan 16/000
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD DENDERMONDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Karlien Vernieuwe kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Dendermonde van 4 juli 2023 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Achterhaalde bestemmingen’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
X-18.504-1/15
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 januari 2025.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jens Joossens, die loco advocaat Konstantijn Roelandt verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bram Van den Berghe, die loco advocaten Peter De Smedt en Karlien Vernieuwe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoekster is eigenares van percelen gelegen ‘Hoeksken’, Dendermonde (hierna: verzoeksters percelen).
3.2. Zoals toegelicht in de startnota bij het bestreden gemeentelijk RUP, wenst de verwerende partij “een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken voor het herbestemmen van een aantal achterhaalde bestemmingszones. De vigerende planologische bestemming is gedateerd waardoor nieuwe gewenste ontwikkelingen niet realiseerbaar zijn. Het herbestemmen van achterhaalde bestemmingen is als actie opgenomen binnen het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Dendermonde”.
X-18.504-2/15
Het planinitiatief voorzag aanvankelijk in de ordening van negen deelplannen, waaronder het te dezen relevante deelplan 6 ‘Hoeksken’. Op de grafische weergave hierna wordt dit deelplan aangeduid met rode stippellijn –
verzoeksters percelen worden er ter verduidelijking op aangegeven:
Verzoeksters percelen
3.3. Verzoeksters percelen zijn volgens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Dendermonde bestemd tot bufferzone:
X-18.504-3/15
Verzoeksters percelen
3.4. In de startnota wordt met betrekking tot het deelplan ‘Hoeksken’ initieel onder meer het volgende gesteld:
“Specifieke bepalingen binnen het GRS
Binnen de herziene versie van het GRS is het herbestemmen van een deel van de bufferzone zoals voorzien in het BPA ‘Lutterzele’ […] bindend opgenomen. De bufferzone van deelplan 6 is niet opgenomen binnen het BPA, maar maakt principieel wel deel uit van deze zelfde achterhaalde bufferzone. Het wordt echter niet specifiek omschreven in het structuurplan.”
En nog:
“8.10.1 Algemene visie Voorliggend deelplan is bestemd als groenbuffer volgens het gewestplan.
De bufferzone was initieel ingetekend voor een bedrijventerrein, maar werd echter nooit aangelegd door de komst van de N41 die dwars door de groenbuffer loopt en een harde grens vormt voor het bedrijventerrein. Het deelplan betreft dus een restperceel van een achterhaalde bufferzone. Het overige gedeelte van de bestemmingszone groenbuffer werd reeds eerder herbestemd door het BPA Lutterzele.
Het deelplan sluit aan op het woongebied van Lutterzele. Het ligt daarbij aan een nieuwe verkavelingswijk in realisatie, Elsbos genoemd. Het betreft de ontwikkeling van een woonuitbreidingsgebied volgens het gewestplan, herbestemd naar woongebied via het RUP Elsbos […]. De verkaveling
X-18.504-4/15
Elsbos wordt voorzien van heel wat publiek toegankelijk en kindvriendelijk gemeenschapsgroen. Gelet op de aansluiting met het ruimere woongebied, staat het herbestemmen naar wonen dan ook voorop.
De eerste 50m vanaf de rooilijn van Hoeksken wordt herbestemd naar wonen. Het achtergelegen deel blijft de groene bestemming behouden. Een planologisch kader wordt geboden dat toelaat in te spelen op de evoluties in de tijd. Ruimtelijke randvoorwaarden zullen worden opgelegd in stedenbouwkundige voorschriften die ruimtelijke kwaliteit moeten garanderen.
8.10.2 Kwalitatieve woonverdichting Het deelplan is onregelmatig van vorm. Het omvat enerzijds enkele woonpercelen langsheen Hoeksken, en anderzijds het achtertuingedeelte van een aantal andere percelen langsheen diezelfde Hoeksken. Het woonlint kent een aantal oudere woningen opgericht alvorens het gewestplan in werking trad, waardoor deze als vergund geacht worden beschouwd. Een aantal andere percelen zijn onbebouwd gebleven omwille van de bestemming bufferzone.
Een verdere invulling van het woonlint wordt voor de onbebouwde percelen vooropgesteld. Dit is te verantwoorden aangezien de nabije omgeving reeds over heel wat publiek toegankelijk en kwalitatief buurt- en speelgroen beschikt alsook tal van recreatiemogelijkheden. De nabijgelegen woonprojecten Elsbos en Vlietenberg hebben deze voorzieningen geïntegreerd in hun inrichtingsplan, echter kan de ruimere omgeving hiervan mee profiteren en betekent dit een grote meerwaarde voor de woonbuurt.
De groene inrichting en het natuurveld leveren speelruimte voor de wijk, volkstuinen, wandelmogelijkheden alsook ruimte voor water.
[…]
De woontypologie van de omgeving wordt aangehouden, met name grondgebonden wooneenheden in gesloten of halfopen bouworde. Het deelplan kan hierbij ca. 10 bijkomende wooneenheden voorzien. Hierbij wordt enkel het afwerken van het bestaande woonlint toegestaan. Bouwen in tweede bouwlijn of orthogonaal op Hoeksken via een nieuwe wegenis zullen daarbij niet mogelijk worden gemaakt.
Het gedeelte van het deelplan dat niet rechtstreeks grenst aan Hoeksken of binnen de 50-m zone vanaf de rooilijn van Hoeksken ligt, behoudt een groene bestemmingszone. Bestaande bebouwing in dit gedeelte krijgt een uitdovend karakter.
X-18.504-5/15
[…]”
3.5.1. Op 22 september 2021 verleent het departement Omgeving van de Vlaamse overheid een ongunstig advies met betrekking tot het deelplan ‘Hoeksken’. Na onder meer te hebben overwogen dat “[h]et gebied […] slechts voor een gedeelte aan de straatzijde [grenst]”, dat “Hoeksken […] niet [wordt]
gekenmerkt door een gesloten bouwlint”, dat “[e]en cluster van woningen [telkens]
wordt […] onderbroken door een onbebouwde groenruimte”, besluit het advies:
“Conclusie: De bedoeling van het GRS (richtinggevend gedeelte) was het herzien van het BPA Lutterzele en niet de bufferzone zoals voorzien op het gewestplan. De bufferzone heeft geen kernversterkend karakter en ligt in een gebied dat onder druk staat van geluidsbelasting. De herbestemming van dit gebied houdt in dat het woonlint wordt versterkt. De ruimtelijke ontwikkeling staat los van de woonontwikkeling van Elsbos. Het departement Omgeving ziet geen ruimtelijke meerwaarde in de
X-18.504-6/15
herbestemming van dit deelgebied om bijkomende woningen mogelijk te maken. Dit deelplan wordt ongunstig geadviseerd.”
3.5.2. Op 18 januari 2022 wordt de ruimtelijke visie voor wonen in Dendermonde (hierna “de woonvisie” genoemd) opgesteld. De inleiding van de woonvisie luidt :
“Deze nota vormt het eerste luik van de studie ‘ruimtelijke visie voor wonen’ in Dendermonde. Er is nood aan een hernieuwde visie op wonen voor de stad. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dateert van 2000
met een herziening in 2012 en het woonplan dateert van 2009.
Het stadsbestuur wil met deze studie onderzoeken waar, in welke mate en onder welke vorm bijkomende woongelegenheden worden voorzien.
De stad Dendermonde heeft zijn bevolking de laatste jaren sterk zien groeien. De komende decennia wordt net als de algemene Vlaamse trend, een stijging van het bevolkingsaantal verwacht. Dit gaat gepaard met een continue vraag naar bijkomende woongelegenheden. De ruimte in Vlaanderen is echter beperkt. De stad Dendermonde wenst bijkomende woningen en ontwikkelingen te voorzien op locaties die daarvoor het meest geschikt zijn en deze op adequate wijze inpassen. Daarenboven zijn de woningbehoeften ook niet meer dezelfde als bij de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en wordt ook onderzocht welke type van woningen gerealiseerd moeten worden.
Verder wordt ingezoomd op de nog resterende onbebouwde binnengebieden. […]”
3.6. Op 14 februari 2022 beslist het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij om het deelplan ‘Hoeksken’ te schrappen uit het voorgenomen gemeentelijk RUP.
3.7. Op 15 mei 2022 beslist de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid “dat werd aangetoond dat voorliggend plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben” en “dat er geen plan-MER opgesteld moet worden voor het voorliggende RUP”.
3.8. Op 6 december 2022 stelt de gemeenteraad van de verwerende partij het ontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Achterhaalde bestemmingen’ voorlopig vast.
X-18.504-7/15
3.9. Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 2 januari tot 3 maart 2023 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt georganiseerd, dient verzoekster een bezwaarschrift in.
3.10. Op 16 mei 2023 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: Gecoro) de bezwaren en verleent zij een advies.
3.11. Op 4 juli 2023 stelt de gemeenteraad van de verwerende partij het gemeentelijk RUP definitief vast. Daarin leest men over het geschrapt deelplan ‘Hoeksken’ :
“Dit is een pure beleidsbeslissing. De stad kan niet verplicht worden om een RUP op te maken voor een bepaald gebied. Als dit in de bindende bepalingen van het GRS staat, hoeft ze dit niet in één planinitiatief te doen.
Het deelplan is niet zomaar uit het RUP gehaald, maar naar aanleiding van een negatief advies van het departement Ruimte en een intussen door de stad opgemaakt[e] woonvisie die een andere beleidsmatig gewenste ontwikkeling vooropstelt voor dit deelplan.”
IV. Onderzoek van de middelen
A. Eerste middel
Uiteenzetting van het middel
4.1. Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van “de artikelen 2.1.2, § 3 [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna:
VCRO)] VCRO juncto artikel 214 tot 216 decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, de hiërarchie der normen, artikel 2.2.4, § 3 VCRO juncto 2.2.18 VCRO, artikel 2.2.11 & 2.1.12 VCRO, artikel 2.2.21, §5 VCRO, het materieel motiveringsbeginsel, zorgvuldigheids- legaliteits-, het patere legem en het redelijkheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur”.
X-18.504-8/15
4.2. Verzoekster betoogt, in een eerste middelonderdeel, dat het gemeentelijk RUP het eigen gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS)
schendt. Zij zet uiteen dat het deelplan ‘Hoeksken’ “[e]en zone zonder functie”
betreft, waarvan “het nut van de bestemming volledig verdwenen is”, en dat aldus een achterhaalde bestemming heeft. Volgens de startnota bij het gemeentelijk RUP
is het herbestemmen van achterhaalde bestemmingen “als actie opgenomen binnen het [GRS]”. Het kwestieuze deelplan bevindt zich volgens het GRS in ‘structuurondersteunend kleinstedelijk gebied’, waarin volgens de startnota “het beleid erop gericht [moet] zijn de stedelijke kern en het stedelijk functioneren te consolideren en te versterken door het creëren van ruimte voor een bijkomend aanbod aan woningbouw”. Ook stellen de richtinggevende bepalingen van het GRS dat in geval van “organisch gegroeide bebouwing” “de aanwezige ruimtelijk kwalitatieve elementen voor woninggroepen behouden [worden] en waar mogelijk versterkt”, dat het beleid aldaar gericht is op “het invullen van de geselecteerde binnengebieden […] en de aangegeven zones met een planologisch achterhaalde bestemming naar ‘wonen’ (en aanverwante voorzieningen) toe”. De bindende bepalingen van punt ‘4.1 Wonen’ van het GRS zijn hierover zeer duidelijk:
“Herbestemming van gebieden met achterhaalde bestemmingen naar wonen (in de ruime zin) toe”. In het bestreden besluit wordt dit ook uitdrukkelijk bevestigd. De motivering van het bestreden besluit is “inherent tegenstrijdig”, waar, enerzijds, wordt gesteld “dat de hervalorisatie conform het GRS dient te worden doorgevoerd maar dit niet noodzakelijk inhoudt in (dit) planinitiatief, suggererend dat het gebied in een ander – toekomstig – RUP zou opgenomen worden” en, anderzijds, “men [verwijst] naar een beleidsmatig gewenste ontwikkeling om de achterhaalde bestemming niet te remediëren”. Ook wordt het redelijkheidsbeginsel geschonden, nu volgens de rechtspraak van de Raad van State niet kan worden aanvaard dat de plannende overheid een aspect dat ze zelf als een belangrijk aandachtspunt heeft erkend, onttrekt aan het besluitvormingsproces, en verschuift naar een later, onbepaald tijdstip. Het motiveringsbeginsel wordt meermaals geschonden door geen antwoord te bieden op verzoeksters bezwaren en door roekeloos om te gaan met het planningsproces en de rechten/verwachtingen van burgers. De motivering is daarenboven gebrekkig door de verwijzing naar een “beleidsmatig gewenste
X-18.504-9/15
ontwikkeling”. Voor ruimtelijke uitvoeringsplannen is niet in die afwijkingsmogelijkheid voorzien.
4.3. In een tweede middelonderdeel betoogt verzoekster dat de “gemeentelijke woonvisie”, waarop wordt gesteund om het deelplan ‘Hoeksken’ uit te sluiten, niet voldoet aan de procedure voor “wijziging/opmaak van een ruimtelijk beleidsplan”. De visie van een gemeentelijke overheid wordt neergeschreven in structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen. Door de woonvisie rechtstreeks bij het planningsproces van het gemeentelijk RUP te betrekken, tegen de bepalingen van het GRS in, schendt de verwerende partij “de regelgeving, het motiveringsbeginsel en het vertrouwensbeginsel”. “Louter ondergeschikt” stelt verzoekster dat de woonvisie hoegenaamd niet bepaalt dat verzoeksters percelen niet opgenomen zouden kunnen worden in het gemeentelijk RUP.
Beoordeling
5.1. Het bindend gedeelte van het GRS, schrijft in onderdeel 4
‘Andere acties en taakstellingen’, punt 4.1 ‘Wonen’ voor:
“- Voeren van een actief woon-aanbod beleid naar de planhorizon 2017 toe inzake wonen in het kleinstedelijk gebied door de vernieuwing van het bestaande woonweefsel en kwantitatieve en kwalitatieve in- en uitbreiding van deze stedelijke omgeving:
[…]
– Herbestemming van gebieden met achterhaalde bestemmingen naar wonen (in de ruime zin) toe […].”
5.2. Uit de hiervoor geciteerde bindende actie van het GRS blijkt dat bij de herbestemming van achterhaalde bestemmingen naar wonen, rekening dient gehouden te worden met de “kwantitatieve en kwalitatieve in- en uitbreiding” van de stedelijke omgeving. De geciteerde bindende bepalingen van het GRS laten aldus wel degelijk ruimte om bij de opmaak van het gemeentelijk RUP rekening te houden met gewijzigde inzichten op het vlak van wonen. Bij de uiteenzetting van
X-18.504-10/15
het middelonderdeel gaat verzoekster daaraan voorbij. Zij geeft aldus een onvolledige lezing van het GRS en toont geen schending ervan aan.
5.3. De in 2021-22 opgestelde woonvisie van de verwerende partij (zie randnummer 3.5.2) kan ingepast worden in de door het GRS gestelde vereiste van een “kwantitatieve en kwalitatieve in- en uitbreiding” van de stedelijke omgeving.
5.4.1. De uitsluiting van het deelplan ‘Hoeksken’ vindt steun in de woonvisie. Na een woonbehoeftestudie (deel 1) en een woonwensenonderzoek (deel 2), volgt een “gedifferentieerde verdichtingsstrategie”, waarbij met betrekking tot de woonlinten, waaronder Hoeksken wordt begrepen, gesteld wordt dat “[h]et behoud van de open ruimte […] voorop staat”.
5.4.2. Voorts vindt de uitsluiting van het deelplan ‘Hoeksken’ steun in het negatief advies van het departement Omgeving van 22 september 2021 (zie randnummer 3.5.1), waarin wordt geconcludeerd dat de bufferzone zoals voorzien op het gewestplan “geen kernversterkend karakter [heeft] en ligt in een gebied dat onder druk staat van geluidsbelasting”, dat “[d]e herbestemming van dit gebied [in]houdt […] dat het woonlint wordt versterkt”, dat “[d]e ruimtelijke ontwikkeling […] los[staat] van de woonontwikkeling van Elsbos”, en dat “[h]et departement Omgeving […] geen ruimtelijke meerwaarde [ziet] in de herbestemming van dit deelgebied om bijkomende woningen mogelijk te maken”.
5.5. In de mate dat verzoekster voor het eerst in haar memorie van wederantwoord betwist dat Hoeksken een woonlint betreft, is haar betoog laattijdig en om die reden onontvankelijk.
5.6. Waar verzoekster het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel geschonden acht om reden dat met de uitsluiting van het deelplan ‘Hoeksken’ de eigenaars blijvend geconfronteerd worden met een achterhaalde bestemming, wordt erop gewezen dat, zoals ook de Gecoro aangeeft,
X-18.504-11/15
de verwerende partij niet verplicht is om alle gebieden met achterhaalde bestemmingen in één en hetzelfde gemeentelijk RUP op te nemen.
5.7. Gelet op wat voorafgaat, toont verzoekster niet aan dat de beslissing tot schrapping van het deelplan ‘Hoeksken’ de grenzen van de redelijkheid zou te buiten gaan of anderszins onwettig zou zijn.
5.8. Het middelonderdeel wordt verworpen.
6.1. Uit wat voorafgaat, blijkt dat verzoeksters standpunt, zoals aangevoerd in het tweede middelonderdeel, te weten dat de woonvisie niet mag ingaan tegen de bindende bepalingen van het GRS, van een onvolledige lezing van die bindende bepalingen uitgaat.
6.2. De woonvisie verbiedt voorts niet dat de achterhaalde bestemming van verzoeksters percelen wordt omgezet naar de bestemming wonen.
Enkel heeft de verwerende partij zonder de aangevoerde rechtsregels te schenden geoordeeld dat het voorliggend concept van het kwestieuze deelplan indruist tegen de woonvisie.
6.3. Het tweede middelonderdeel wordt verworpen.
7. Het middel wordt in zijn geheel verworpen.
B. Tweede middel
Uiteenzetting van het middel
8.1. Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan van artikel 2.2.4 VCRO en het zorgvuldigheids- en het materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
X-18.504-12/15
8.2. Verzoekster betoogt, in een eerste middelonderdeel, dat in het dossier geen deugdelijke motivering terug te vinden is waarom het deelplan ‘Hoeksken’ van het gemeentelijk RUP wordt uitgesloten. De enige motivering is het voortschrijdend inzicht van het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij. Verzoekster stelt dat er op 15 februari 2022 geen collegezitting heeft plaatsgevonden. Daarbij komt volgens haar nog dat het advies van meerdere geconsulteerde adviesinstanties positief is.
8.3. In een tweede middelonderdeel bekritiseert verzoekster het standpunt van de Gecoro dat het niet meer mogelijk zou zijn om het plan aan te passen, wat volgens haar “de volledige ondergraving van het openbaar onderzoek”
inhoudt. Voorts bekritiseert zij dat de uitsluiting van het kwestieuze deelplan uit het gemeentelijk RUP door de Gecoro wordt gemotiveerd door te stellen dat “[h]et begrip ‘achterhaalde bestemmingen’ […] geen juridisch begrip [is]”, maar een loutere naam die aan het gemeentelijk RUP wordt gegeven. De motivering dat het gemeentelijk RUP niets te maken heeft met achterhaalde bestemmingen is niet ernstig. Verzoekster heeft in haar bezwaarschrift aangegeven dat de bestemming nog steeds achterhaald is. Op dit bezwaar werd niet “gedegen” geantwoord. Het advies van het departement Omgeving waarnaar zijdelings verwezen wordt om de uitsluiting van het kwestieuze deelplan te rechtvaardigen, “[is] behept […] met een manifeste schending van de regelgeving” waar het stelt dat “[d]e bedoeling van het GRS (richtinggevende gedeelte) […] het herzien van het BPA Lutterzele [was] en niet de bufferzone zoals voorzien op het gewestplan”. Verzoekster wijst er tenslotte op dat uit de kaarten bij het GRS blijkt dat haar percelen zich in de zone ‘Kwalitatief versterken bestaand woonweefsel (Dendermonde centrum, Sint-Gillis en Baasrode)’ bevindt.
Beoordeling
9.1. Bij de beoordeling van het eerste middel is reeds gebleken dat de beslissing tot uitsluiting van het deelplan ‘Hoeksken’ uit het gemeentelijk RUP op afdoende wijze steun vindt in het advies van het departement Omgeving van 22 september 2021 en in de woonvisie van de verwerende partij. Dat adviezen van
X-18.504-13/15
andere instanties “positief” zijn, doet niet anders besluiten. Hetzelfde geldt voor verzoeksters betoog dat uit de kaarten bij het GRS blijkt dat haar percelen zich in de zone ‘Kwalitatief versterken bestaand woonweefsel (Dendermonde centrum, Sint-Gillis en Baasrode)’ bevinden.
9.2. Uit de stukken van het dossier blijkt dat de Gecoro uitdrukkelijk ingaat op alle aspecten aangevoerd in het bezwaar van verzoekster. Het advies van de Gecoro dient in zijn geheel gelezen te worden. De kritiek op enkele passages uit het advies, zonder het gehele antwoord op verzoeksters bezwaren voor ogen te houden, kan niet overtuigen.
Gezien dit laatste, en nu de motieven om het deelplan ‘Hoeksken’ te schrappen afdoende blijken en niet onwettig zijn, zoals aangenomen bij de beoordeling van het eerste middel, is verzoeksters kritiek op het standpunt van de Gecoro dat het niet meer mogelijk is om het kwestieuze deelplan in het gemeentelijk RUP op te nemen zonder de procedure te hernemen, en haar kritiek op de toelichting van de Gecoro in verband met de draagwijdte van het begrip “achterhaalde” bestemming, niet van aard om het bestreden besluit te vitiëren,
9.3. Waar verzoekster tenslotte nog stelt dat uit de woonvisie niet kan opgemaakt worden waarom deze de uitsluiting uit het RUP zou rechtvaardigen, volstaat het te verwijzen naar het gestelde onder randnummer 5.4.1 bij de beoordeling van het eerste middel.
9.5. Gelet op wat voorafgaat, toont verzoekster geen schending van de aangevoerde rechtsregels aan.
10. Het middel wordt in zijn geheel verworpen.
11. De middelen zijn ongegrond bevonden. Het beroep moet hoe dan ook als ongegrond verworpen worden.
X-18.504-14/15
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Jan Clement
X-18.504-15/15

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.225

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.225

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.