ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.152

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.152 Rolnummer: A. 243648/VII-42723 Zaak: Cassatiebeschikking 16152 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/01/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-15 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-05-23 10:18 Fiche Beschikking nr 16.152 van 10 januari 2025...

Source officielle

6 min de lecture 1 136 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Beschikking van 10 januari 2025

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.152

Rolnummer:

A. 243648/VII-42723

Zaak:

Cassatiebeschikking 16152 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 10/01/2025

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2025-01-15

Raadplegingen:

73 – laatst gezien 2026-05-23 10:18

Fiche

Beschikking nr 16.152 van 10 januari 2025 Vreemdelingen – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Beslissing : Niet toegelaten

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.152 van 10 januari 2025
in de zaak A. 243.648/VII-42.723
In zake : 1. XXXXX
2. XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Romy Jessen kantoor houdend te 4000 Luik Rue Paul Devaux 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 3 december 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 315.482 van 29 oktober 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 12 december 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
1. Noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ noch de materiëlemotiveringsplicht, de zorgvuldigheidsplicht, het rechtszekerheidsbeginsel en de “beoordelingsfout” als algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak is gedaan over de
VII-42.723-1/4
ontvankelijkheid ratione temporis van een bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingesteld beroep.
2. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk en ondubbelzinnig gesteld dat geschillen betreffende de toegang tot, het verblijf op en de verwijdering van het grondgebied niet onder de toepassing van artikel 6 van het EVRM
vallen (zie EHRM (GK) 5 oktober 2000, Maaouia/Frankrijk; EHRM (GK) 4 februari 2005, Mamatkulov en Askolov/Turkije; EHRM 14 februari 2008, Hussain/Roemenië;
EHRM 27 februari 2014, Zarmayev/België). Een schending van deze verdragsbepaling kan derhalve niet op ontvankelijke wijze worden opgeworpen tegen het bestreden arrest.
Een schending van artikel 13 van het EVRM betreffende het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel kan niet op zichzelf worden ingeroepen, maar moet steeds samen met de schending van andere door het verdrag beschermde rechten en vrijheden worden opgeworpen. Te dezen koppelen de verzoekende partijen de schending van artikel 13
van het EVRM enkel aan de schending van artikel 6 van het EVRM, doch deze laatste bepaling is te dezen niet van toepassing. Vermits de schending van een ander door het EVRM beschermd recht of beschermde vrijheid dus niet op ontvankelijke wijze is opgeworpen, kan een schending van artikel 13 van het EVRM evenmin op ontvankelijke wijze worden opgeworpen.
3. De verzoekende partijen betwisten omstandig de in het bestreden arrest gemaakte beoordeling dat de laattijdigheid van het door hen ingestelde beroep niet is te wijten aan overmacht. Zij achten de gegeven motieven “onredelijk […] ondanks de voorgelegde bewijzen en verklaringen” en stellen dat zij “weldegelijk [hebben] aangetoond dat het laattijdig indienen van het verzoekschrift duidelijk een gebeurtenis buiten de menselijke wil is die door deze wil niet kon worden voorzien noch vermeden door verzoekers” en zij gaan in op de concrete feitelijke elementen waarna zij het nogmaals “volledig onredelijk” vinden “dat men op basis van de aangehaalde elementen en bewijzen in het arrest alsnog tot de conclusie komt dat er geen overmacht werd aangetoond”.
Met dergelijke kritiek tonen de verzoekende partijen niet aan dat de inhoud van het begrip “overmacht” werd geschonden in het bestreden arrest, maar vragen zij in wezen een nieuwe beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is.
VII-42.723-2/4
4. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
De verzoekende partijen geven niet aan in welke mate het bestreden arrest onvoldoende antwoordt op het door hen ingeroepen verweer met betrekking tot de laattijdigheid van hun beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Zij betwisten de gegeven motieven wel inhoudelijk doch deze kritiek houdt geen verband met de jurisdictionele motiveringsplicht als vormvereiste.
5. Het enige middel is kennelijk niet ontvankelijk.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft.
VII-42.723-3/4
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op tien januari tweeduizend vijfentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
VII-42.723-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.152

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2025:ORD.16.152

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.