ECLI:NL:GHAMS:2025:3159 Gerechtshof Amsterdam , 25-11-2025 / 000397-25
GHAMS BRR - art. 530 en 533 Sv - indien een zaak eindigt met een einduitspraak vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift aan op de dag van het onherroepelijk worden van die einduitspraak – verschoonbaarheid termijnoverschrijding
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. GHAMS BRR – art. 530 en 533 Sv – indien een zaak eindigt met een einduitspraak vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift aan op de dag van het onherroepelijk worden van die einduitspraak – verschoonbaarheid termijnoverschrijding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000397-25 (530 Sv) en 000398-25 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000398-24
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. T. Mustafazade,
Keizersgracht 555, 1017 DR Amsterdam.
1Procesverloop
Het verzoekschrift is op 26 mei 2025 ingekomen.
Op 17 juni 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 4 november 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 560,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3Beoordeling van het verzoek
Ontvankelijkheid
Een verzoek ex artikel 533 Sv kan volgens artikel 2 van dat artikel slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Indien een zaak eindigt met een einduitspraak vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift aan op de dag van het onherroepelijk worden van die einduitspraak. In hoger beroep is na schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd en het opnieuw aanvangen en sluiten van het onderzoek op 16 december 2024 direct uitspraak gedaan. Verzoeker is voor die zitting niet in persoon opgeroepen en was ook niet ter zitting aanwezig. Blijkens de aantekeningen van de griffier was de raadsvrouw van verzoeker wel aanwezig en heeft zij verklaard gemachtigd te zijn om in hoger beroep de verdediging te voeren, tevens heeft zij aangegeven dat verzoeker van de zitting op die dag op de hoogte was. Gelet op artikel 408 Sv is de strafzaak tegen de verdachte daarom op 31 december 2024 onherroepelijk geworden en is het onderhavige verzoek niet binnen de daarvoor geldende termijn van drie maanden ingediend.
De advocaat van verzoeker heeft gesteld dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Volgens de advocaat verbleef verzoeker op het moment van de vrijspraak niet meer in Nederland, maar was hij reeds uitgezet naar Marokko. Hij was om die reden voor zijn advocaat niet bereikbaar was en hij wist ook niet van de vrijspraak.
Het hof volgt het standpunt van de advocaat niet. Het enkele feit dat verzoeker reeds voorafgaande aan de behandeling van de strafzaak in hoger beroep was uitgezet, is zonder nadere onderbouwing onvoldoende voor het aannemen van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het is in beginsel aan verzoeker om er voor te zorgen dat hij voor zijn advocaat bereikbaar is, waarbij hier bovendien ook nog speelt dat verzoeker wist van de behandeling van zijn zaak op 16 december 2025. Het lag daarom op de weg van verzoeker om kort na die datum contact op te nemen met zijn advocaat, teneinde de uitspraak te kunnen vernemen. Het hof zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
4Beslissing
Het hof :
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 november 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...