ECLI:NL:GHARL:2023:346 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-01-2023 / 200.308.477/01

VOF appellante is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat in het verzoekschrift van 23 maart 2022 niet de gronden (grieven) zijn opgenomen waarop het berust. De alsnog ingediende gronden zijn niet binnen de termijn van hoger beroep ingediend.

Source officielle

4 min de lecture 862 mots

Inhoudsindicatie. VOF appellante is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat in het verzoekschrift van 23 maart 2022 niet de gronden (grieven) zijn opgenomen waarop het berust. De alsnog ingediende gronden zijn niet binnen de termijn van hoger beroep ingediend.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.308.477/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel, locatie Zwolle 9494520)

beschikking van 16 januari 2023

in de zaak van

de vennootschap onder firma [appellante],

die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,

en die hoger beroep heeft ingesteld,

en bij de kantonrechter optrad als verwerende partij samen met haar vennoten [vennoot1] en [vennoot2] ,

hierna VOF [appellante] te noemen,

vertegenwoordigd door mr. R.G.J. Geurts,

tegen:

[geïntimeerde]
,

die woont in [woonplaats1] ,

en die bij de kantonrechter optrad als verzoekende partij,

hierna [geïntimeerde] te noemen,

vertegenwoordigd door mr. T. Martirosyan.

1De procedure bij de kantonrechter

Hoe de procedure bij de kantonrechter is verlopen, blijkt uit de beschikking van de kantonrechter (in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle) van 27 december 2021.

2Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het beroepschrift van 23 maart 2022 met producties;

– de memorie van grieven van 11 april 2022;

– het verzoek van het hof van 11 april 2022 aan VOF [appellante] om zich uit te laten over de ontvankelijkheid;

– de schriftelijke reacties van VOF [appellante] daarop van 11 en 19 april 2022.

De uitspraak is bepaald op heden.

3De kern van de zaak

VOF [appellante] is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat in het verzoekschrift van 23 maart 2022 niet de gronden (grieven) zijn opgenomen waarop het berust. De alsnog ingediende gronden zijn niet binnen de termijn van hoger beroep ingediend.

4De beoordeling in hoger beroep

[geïntimeerde] is op 19 april 2021 als stratenmaker in dienst getreden van VOF [appellante] op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, namelijk tot 18 november 2021. Op 25 augustus 2021 heeft VOF [appellante] [geïntimeerde] op staande voet ontslagen. Dit ontslag heeft VOF [appellante] op 26 augustus 2021 schriftelijk aan [geïntimeerde] bevestigd.

In de beschikking van 27 december 2021 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat VOF [appellante] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW en de kantonrechter heeft VOF [appellante] veroordeeld om aan [geïntimeerde] te betalen:

€ 278,71 aan transitievergoeding;

een gefixeerde schadevergoeding gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de periode van 26 augustus 2021 tot 1 oktober 2021;

€ 3.832,- aan billijke vergoeding.

De kantonrechter heeft het tegenverzoek van VOF [appellante] niet inhoudelijk beoordeeld omdat aan de voorwaarde waaronder dat was ingediend (dat komt vast te staan dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend) niet is voldaan.

Op 23 maart 2022 is bij het hof een verzoekschrift in hoger beroep binnengekomen waarin VOF [appellante] hoger beroep instelt tegen de beschikking van de kantonrechter van 27 december 2021. Bij dat verzoekschrift heeft VOF [appellante] de stukken van de procedure bij de kantonrechter gevoegd.

In het beroepschrift verzoekt VOF [appellante] om de beschikking van de kantonrechter te vernietigen en de verzoeken van [geïntimeerde] alsnog af te wijzen en het (voorwaardelijke) tegenverzoek van VOF [appellante] alsnog toe te wijzen op ‘nader aan te voeren gronden’. Op 11 april 2022 heeft het hof van VOF [appellante] een ‘memorie van grieven’ ontvangen, waarin de gronden van het hoger beroep uiteen zijn gezet.

VOF [appellante] is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De termijn voor het instellen van hoger beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak (artikel 358 lid 2 Rv). De dag van de uitspraak is niet in deze termijn begrepen, zodat 27 maart 2022 de laatste dag van de hoger beroepstermijn van de beschikking van 27 december 2021 is. Op die datum had bij het hof een verzoekschrift binnen moeten zijn dat aan de eisen van de wet voldoet. Het verzoekschrift van 23 maart 2022 voldoet niet aan de wettelijke vereisen omdat in het verzoekschrift niet de gronden van het hoger beroep zijn opgenomen. Artikel 278 lid 1 Rv schrijft in samenhang met artikel 359 Rv (op straffe van niet-ontvankelijkheid) voor dat een verzoekschrift in hoger beroep de gronden moet bevatten waarop het berust. VOF [appellante] heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen op die regel, in die zin dat in eerste instantie kon worden volstaan met een zogeheten blanco beroepschrift en de gronden daarvoor nog in een later stadium konden worden aangevoerd. Die feiten en/of omstandigheden zijn het hof ook niet (anderszins) gebleken. Daarom is VOF [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De gronden zijn pas op 11 april 2022 door het hof ontvangen en dus buiten de appeltermijn. Een reden waarom de gronden niet tijdig konden worden ingediend heeft VOF [appellante] niet gegeven.

5De beslissing

Het hof:

verklaart VOF [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2023.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.