ECLI:NL:GHARL:2025:1074 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-02-2025 / W200.351.254/01
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat het betrekking heeft op leden van het hof die niet met de behandeling van de zaak zijn belast.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat het betrekking heeft op leden van het hof die niet met de behandeling van de zaak zijn belast.
beslissing
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
W
rakingskamer
Locatie Arnhem
Wrakingsnummer W200.351.254/01
Datum beslissing: 25 februari 2025
Beslissing van de wrakingskamer
op het verzoek tot wraking, gedaan door
[verzoekster]
te [woonplaats] (hierna: verzoekster)
1. De procedure
1.1. Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van het Hof is ingeschreven onder het nummer BK-ARN 23/2673.
1.2. Bij bericht van 19 december 2024 heeft de griffier van het Hof aan verzoekster, na een eerder toegewezen verzoek om uitstel van de zitting, medegedeeld dat de vijfde meervoudige belastingkamer het hoger beroep zal behandelen op 18 februari 2025 en dat de samenstelling van de kamer bestaat uit mr. A.J.H. van Suilen, mr. T. Tanghe en mr. P. van der Wal. In dat bericht is verzoekster tevens de gelegenheid geboden om bij de zitting aanwezig te zijn.
1.3. Bij brief van 8 februari 2025, bij de wrakingskamer ingekomen op 12 februari 2025, heeft verzoekster de wraking verzocht van de raadsheren mr. R. den Ouden, mr. R.A.V. Boxem en mr. J. van de Merwe.
2Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uit het hiervoor genoemde artikel blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechters kan betreffen die de zaak van de betrokken partij behandelen. Dit brengt mee dat het wrakingsverzoek, aangezien het betrekking heeft op leden van het Hof die niet met de behandeling van de zaak zijn belast, niet-ontvankelijk is (vgl. HR 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806).
Omdat sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk wrakingsverzoek, laat de wrakingskamer op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol van het Hof een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.
3De beslissing
De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan te Arnhem door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. M.L. van der Bel en mr. M. Keppels, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025.
De griffier, De voorzitter,
(E.D. Postema) (R.F.C. Spek)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (Artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...