ECLI:NL:GHARL:2025:6373 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-10-2025 / Wahv 200.349.361/01

Machtigingskwestie. Door de leasemaatschappij wordt aan alle lessees van de voertuigen waarvoor aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie wordt opgelegd, een brief gestuurd waarin de lessee wordt gemachtigd om beroep in te stellen. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter deze brief niet ontoereikend heeft kunnen achten.

Source officielle

8 min de lecture 1 750 mots

Inhoudsindicatie. Machtigingskwestie. Door de leasemaatschappij wordt aan alle lessees van de voertuigen waarvoor aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie wordt opgelegd, een brief gestuurd waarin de lessee wordt gemachtigd om beroep in te stellen. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter deze brief niet ontoereikend heeft kunnen achten.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.349.361/01

CJIB-nummer

: 255041208

Uitspraak d.d.

: 12 augustus 2025

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 november 2024, betreffende

mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht,

beweerdelijk optredend namens

[de betrokkene] B.V . (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

mr. Rissema (hierna: Rissema) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 25 september 2025 zijn nog e-mails van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. De gemachtigde van de betrokkene heeft daarbij het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat – kort gezegd – geen deugdelijke machtiging is overgelegd en Rissema geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om dit verzuim te herstellen.

2. Rissema stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De sanctie is opgelegd aan de leasemaatschappij [de betrokkene] B.V . Wanneer voornoemd bedrijf een sanctie doorstuurt naar de lessee, verleent zij daarbij automatisch toestemming om beroep in te stellen tegen de opgelegde sanctie. De lessee ontvangt de sanctie per e-mail van [de betrokkene] waarin de volgende passage staat opgenomen: “ [de betrokkene] B.V machtigt u hierbij om bij de daartoe bevoegde instantie in beroep te gaan. Bij het indienen van een beroepschrift dient u een kopie van dit schrijven mee te sturen.” Gelet op het feit dat het doorbelasten van sancties aan de feitelijke bestuurder onderdeel is van het bedrijfsmodel van de leasemaatschappij, kon er in alle redelijkheid geen twijfel bestaan over de machtiging. Bovendien is een aparte machtiging overgelegd waarin de betrokkene (naar het hof begrijpt: de lessee), de heer [naam lessee] , de juristen van Bezwaartegenverkeersboetes.nl machtigt om beroep in te stellen tegen de sanctie. De heer [naam lessee] heeft ondubbelzinnig aangetoond dat hij door [de betrokkene] B.V is gemachtigd om beroep in te stellen. Het eisen van een aanvullend KVK-uittreksel of een extra machtiging en het beroep vervolgens niet-ontvankelijk verklaren is aldus niet gerechtvaardigd, aldus Rissema.

3. Het hof stelt vast dat de inleidende beschikking is gericht aan [de betrokkene] B.V . Op 20 februari 2023 is administratief beroep ingesteld door Rissema (Bezwaartegenverkeersboete.nl). Het administratief beroep is door de officier van justitie inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard.

4. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv kan tegen de beslissing van de officier van justitie beroep worden ingesteld door de betrokkene. Dat is gedaan door Rissema. Daarbij is een bericht gevoegd met daarin een betaalverzoek d.d. 16 januari 2023 van [de betrokkene] B.V . aan de heer [naam lessee] (lessee). In dit bericht wordt vermeld dat de betrokkene een sanctie heeft ontvangen ten aanzien van het voertuig met het kenteken [kenteken] en dat met de werkgever van de lessee is overeengekomen dat sancties rechtstreeks per e-mail met de lessee worden afgehandeld. Verder vermeldt het bericht specificaties ten aanzien van de vermeende gedraging. Ook wordt de lessee erop gewezen dat hij er zorg voor dient te dragen dat het boetebedrag tijdig wordt betaald en wordt in het bericht vermeld dat de betrokkene de lessee machtigt om bij de daartoe bevoegde instantie in beroep te gaan. Verder bevat het dossier een machtiging waarin de heer [naam lessee] Bezwaartegenverkeersboete.nl machtigt in de onderhavige zaak beroep in te stellen.

5. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, kan de rechter naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van degene die het heeft ingesteld, in dit geval Rissema, een schriftelijke machtiging verlangen. Daartoe bestaat aanleiding als redelijkerwijze betwijfeld kan worden dat degene die beroep instelt namens de beroepsgerechtigde, daartoe ook bevoegd is.

6. Bij tussenbeslissing van 2 juli 2024 is Rissema in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzenddatum van de beslissing een machtiging over te leggen waaruit blijkt door wie namens de betrokkene beroep is ingesteld, dan wel dat degene die het beroep ondertekend heeft vertegenwoordigingsbevoegd is. Om dat te kunnen vaststellen zal ook een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel moeten worden bijgevoegd. Verder blijkt uit de tussenbeslissing dat de kantonrechter heeft overwogen dat indien de bestuurder van de betrokkene een rechtspersoon is, ook een uittreksel van deze rechtspersoon dient te worden overgelegd, en van de eventuele rechtspersonen die deze rechtspersoon besturen, totdat een natuurlijk persoon als bestuurder wordt genoemd. De keten van machtigingen van bevoegd bestuurder van de betrokkene naar de beweerdelijk gemachtigde zal controleerbaar ononderbroken moeten zijn. Omdat Rissema deze informatie niet heeft overgelegd, heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

7. Het hof is op basis van de stukken die in de procedure bij de officier van justitie zijn overgelegd van oordeel dat voldoende blijkt dat Rissema is gemachtigd om namens de lessee en de betrokkene als kentekenhouder op te treden. Het hof stelt dat vast het bericht d.d. 16 januari 2023 een algemeen bericht betreft dat – naar moet worden aangenomen – wordt toegezonden aan alle lessees van de betrokkene geleasede voertuigen waarvoor de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd krijgt als met dat voertuig een gedraging zou zijn verricht. Ook is een machtiging overgelegd waarin de heer [naam lessee] (lessee) Rissema machtigt om namens hem beroep in te stellen. Hoewel de kantonrechter een eigen bevoegdheid heeft om vast te stellen of degene die beroep instelt daartoe gemachtigd is, heeft de kantonrechter in dit verband ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

8. Gelet op het voorgaande kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen. Vervolgens zal het hof overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, waarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Het hof beschouwt het hoger beroep als ingesteld namens de betrokkene.

9. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie van

€ 250,- opgelegd, voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 januari 2023 om 18.30 uur op de Generaal Spoorlaan (Kr. Steenvoordelaan ri. S106 Pr. Beatrixlaan) in Rijswijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

10. De gemachtigde voert namens de betrokkene aan dat de gedraging op basis van het zaakoverzicht en de foto’s niet kan worden vastgesteld. Op de door de ambtenaar overgelegde foto’s is niet te zien dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd. Te zien is dat het geflitste voertuig zich op beide foto’s al voorbij het verkeerslicht bevindt. Uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring blijkt ook niet dat de betrokkene al voorbij het rode licht is gereden. Daaruit blijkt slechts dat de betrokkene na de eerste foto verder is gereden.

11. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

12. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.

Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 1.1 seconden.

Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. De tijdsduur van de geellichtfase is op de foto vermeld. (…)”

13. Verder bevat het dossier twee foto’s van de gedraging. De eerste foto is weliswaar donker van kleur, maar duidelijk is de achterzijde van het voertuig van de betrokkene te zien. Op dat moment straalt het verkeerslicht 1,1 seconden rood licht uit. Verder is op deze foto te zien dat

rechts naast het voertuig drie (lichte) witte strepen op het wegoppervlak zijn aangebracht. Gelet op de tweede foto – die duidelijker van kleur is – betreffen deze strepen het zebrapad en de daarachter gelegen blokmarkering. Vóór het zebrapad en de blokmarkering is een stopstreep op het wegdek aangebracht. Op de tweede foto is het voertuig van de betrokkene verder gereden en is te zien dat het voertuig zich ter hoogte van de blokmarkering bevindt. Het verkeerslicht straalt op dat moment 1,4 seconden rood licht uit.

14. Gelet op de foto's en de daarbij behorende gegevens kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De stelling van de gemachtigde dat uit de gegevens in het zaakoverzicht en op basis van de foto’s niet kan worden afgeleid dat de betrokkene het rode verkeerslicht is gepasseerd, treft, mede gelet op het voorgaande, geen doel. Ook als het voor een bestuurder geldende verkeerslicht rood licht uitstraalt op het moment dat (de achterzijde) van het voertuig het licht passeert, kan worden gezegd dat de bestuurder daarvan door rood licht is gereden.

De aangevoerde gronden falen.

15. Gelet op het voorgaande zal het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaard het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond;

wijst een verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.