ECLI:NL:GHARL:2026:2042 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-04-2026 / 200.366.466/01

Art. 1: 265b BW. Hof vernietigt machtiging uithuisplaatsing ongeboren kind vanaf geboorte omdat niet is gebleken dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in belang verzorging en opvoeding. Maatregel uithuisplaatsing is ultimum remedium en aan eisen daarvan is niet voldaan.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Art. 1: 265b BW. Hof vernietigt machtiging uithuisplaatsing ongeboren kind vanaf geboorte omdat niet is gebleken dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in belang verzorging en opvoeding. Maatregel uithuisplaatsing is ultimum remedium en aan eisen daarvan is niet voldaan.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.366.466/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 252992)

beschikking van 3 april 2026

over de uithuisplaatsing van het [ongeboren kind]

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder),

en

[verzoeker] (de vader)

hierna samen te noemen: de ouders,

die wonen in [woonplaats] ,

verzoekers in hoger beroep,

advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Noord Nederland, locatie Groningen.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (de GI),

die is gevestigd in Amsterdam.

1Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft het nog ongeboren kind van de ouders met ingang van 10 maart 2026 onder toezicht gesteld van de GI tot 10 maart 2027 en een machtiging verleend om dat kind vanaf de geboorte uit huis te plaatsen in een ouder- en kindhuis dan wel een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden. Het hof beslist dat dit voor wat betreft de verleende machtiging tot uithuisplaatsing niet zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2De feiten

De moeder en de vader hebben een relatie en wonen samen. De moeder is zwanger en is [in] 2026 uitgerekend.

De vader heeft het ongeboren kind erkend. Hierdoor zullen de vader en de moeder na de geboorte van rechtswege gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over het kind.

De moeder heeft uit een eerdere relatie een zoon (geboren [in] 2023), die in een pleeggezin woont.

3De procedure bij de kinderrechter

De raad heeft de kinderrechter verzocht om het ongeboren kind voor een periode van een jaar onder toezicht te stellen van de GI. Verder heeft de raad verzocht de GI te machtigen het nu nog ongeboren kindje van de ouders met ingang van de geboorte uit huis te plaatsen samen met ouders in een ouder-kind huis, dan wel in een voorziening voor pleegzorg, voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter heeft het ongeboren kind onder toezicht gesteld en een machtiging verleend om het ongeboren kind te plaatsen in een ouder-kindhuis dan wel een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte voor de duur van zes maanden. De kinderrechter heeft het verzoek voor het overige deel aangehouden.

Die beslissing van 10 maart 2026 is op 18 maart 2026 schriftelijk vastgelegd.

4De procedure bij het hof

De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de kinderrechter voor zover het de machtiging tot uithuisplaatsing betreft. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beslissing van de kinderrechter voor zover het deze machtiging betreft ongedaan maakt.

De raad wil dat de beslissing in stand blijft.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
– het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 18 maart 2026;
– een e-mailbericht namens de ouders van 23 maart 2026 met bijlage(n);
– een brief van de raad van 25 maart 2026 waarin deze meedeelt zijn verzoek in hoger beroep
te handhaven en dit ter zitting nader toe te lichten;
– een brief namens de ouders met bijlage(n).

De zitting bij het hof was op 31 maart 2026. Verschenen zijn:

– de ouders, bijgestaan door mr. V. de Roo als waarnemer van mr. De Gruijl;

– een vertegenwoordiger van de raad;

– twee vertegenwoordigers van de GI.

5Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind of voor onderzoek van het kind (artikel 1:265b lid 1 BW).

Hoe oordeelt het hof?

De verleende machtiging voor de uithuisplaatsing van het ongeboren kind loopt vanaf de geboorte tot zes maanden daarna. Het hof zal de verleende machtiging vernietigen. Het hof zal dit hierna uitleggen.

Voor het hof is het een gegeven dat er een ernstige ontwikkelingsbedreiging is van de baby. Daarom is een ondertoezichtstelling uitgesproken, waartegen de ouders zich niet verzetten.

Op de zitting heeft de raad uitdrukkelijk verklaard dat het niet de bedoeling is dat de baby in een pleeggezin komt en dat de raad een opname van de ouders met de baby in een ouder-kindhuis wil met de bedoeling zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden van de ouders. Het standpunt van de raad komt er in feite op neer dat de ouders in het ouder-kindhuis moeten aantonen dat zij hun baby goed kunnen verzorgen en opvoeden.

Uit de stukken en wat is besproken op de zitting blijkt dat de ouders openstaan voor alle vormen van hulp, behalve voor een opname in een ouder-kindhuis of opname van het kind in een pleeggezin. Gebleken is dat de moeder hulp heeft van [naam1] , een organisatie die haar begeleidt in de zwangerschap en opvoedingstips kan geven, en die twee jaren lang betrokken kan blijven. Daarnaast heeft zij hulp van [naam2] voor huishoudelijke ondersteuning en het aanbrengen van structuur in haar leven. Ook bezoekt zij de [naam3] , heeft zij ondersteuning van [naam4] bij haar wens tot het afbouwen van het roken en heeft zij contact met maatschappelijk werk. De vader heeft eveneens ondersteuning van [naam4] . Beide ouders staan open voor hulp van [naam5] , die de ouders 24/7 kan ondersteunen, hulp van [naam6] (thuisondersteuning) of andere vormen van hulpverlening. Kortom: de ouders omarmen de hulpverlening die er (mogelijk) is. Zij willen een goede relatie met de GI.

Ter zitting is verder gebleken dat de raad het netwerk in de buurt van met name de vader niet heeft betrokken in zijn onderzoek. Niet is gebleken dat de kwaliteit van het door de vader genoemde netwerk in de buurt van de ouders (de moeder van de vader, een tante van de vader en een oma van de vader) niet voldoet. De ouders verkeren niet in een isolement.

Daarbij komt dat de huidige situatie van de moeder een andere is dan die ten tijde van de uithuisplaatsing van haar zoon: de moeder en de vader hebben een bestendige stabiele relatie, de vader ondersteunt de moeder op alle gebieden en inmiddels zijn de financiële problemen verholpen, omdat de moeder nu een Wajong-uitkering ontvangt. Niet is gebleken dat de vader niet in staat zou zijn om de baby mede te verzorgen en op te voeden. Verder hebben de ouders hun woning ingericht met babybenodigdheden. De moeder zal in het ziekenhuis bevallen en daar dan nog 48 uur blijven. Hulpverlening en de GI zijn betrokken, zodat er zicht is op de situatie bij de ouders. Voor zover er zorgen zijn genoemd over een verstoord dag- en nachtritme, hebben de ouders een verklaring gegeven voor de keren dat zij zich hebben verslapen, te weten de nachtdiensten van de vader, welke verklaring het hof aannemelijk voorkomt.

Naar het oordeel van het hof dient de kinderbeschermingsmaatregel van uithuisplaatsing als ultimum remedium. Een uithuisplaatsing vormt een ingrijpende inmenging in het leven van het kind en de ouders. Deze inmenging kan alleen gerechtvaardigd worden als alle alternatieve mogelijkheden om het kind in een veilige omgeving te laten opgroeien voldoende zijn onderzocht, of – in geval van een nog niet geboren kind – op voorhand vaststaat dat deze veilige omgeving niet kan worden geboden. Voor het hof is niet vast komen te staan dat de ouders, met de nodige hulp, hun kind niet zouden kunnen verzorgen. Het feit dat de moeder rookt en de vader, zoals hij ter zitting vertelde, in het kader van zijn ADHD zo nu en dan een jointje rookt, maakt dat niet anders. Mocht na de geboorte van de baby blijken dat ondanks alle ingezette en in te zetten hulpverlening een uithuisplaatsing als uiterst middel noodzakelijk is, dan kan daarvoor alsnog een verzoek worden ingediend.

6

6. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 10 maart 2026 voor zover het betreft de verleende machtiging tot uithuisplaatsing van het [ongeboren kind] en wat in verband daarmee in de bestreden beschikking onder 6.4 t/m 6.7 is beslist;

wijst het verzoek van de raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van het nu nog ongeboren kind alsnog af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C. Koopman, L. van Dijk en F. Menso, bijgestaan door mr. J.M.G. van Wijk als griffier, en is op 3 april 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.