ECLI:NL:GHDHA:2025:2815 Gerechtshof Den Haag , 16-01-2025 / nummers BK-24/982 tot en met BK-24/984
Geheimhouding
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Geheimhouding
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
enkelvoudige geheimhoudingskamer
nummers BK-24/982 tot en met BK-24/984
Beslissing van 16 januari 2025
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: A.A. Feenstra)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
op het geheimhoudingsverzoek van de Inspecteur als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Procesverloop
De Inspecteur heeft aan belanghebbende drie informatiebeschikkingen gegeven.
Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de informatiebeschikkingen gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank). De Rechtbank heeft op 9 oktober 2024 uitspraak gedaan. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:
“De rechtbank:
– verklaart de beroepen gegrond;
– vernietigt de uitspraken op bezwaar;
– vernietigt de informatiebeschikkingen met dagtekening 4 oktober 2021 (informatiebeschikking I), 21 september 2021 (informatiebeschikking II) en 16 november 2021 (informatiebeschikking III);
– bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
– veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 417;
– veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 83;
– veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot het bedrag van € 2.248,50;
– draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.”
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Inspecteur heeft op 17 december 2024 een verzoek om beperkte kennisneming als bedoeld in artikel 8:29 Awb gedaan. De griffier van het Hof heeft de Inspecteur bij bericht van 19 december 2024 erop gewezen dat zijn verzoek niet in behandeling kon worden genomen en hem verzocht het verzoek nader te motiveren. De Inspecteur heeft de motivering op 23 december 2024 ingediend.
Belanghebbende is bij bericht van 24 december 2024 in de gelegenheid gesteld op het verzoek van de Inspecteur te reageren en aan te geven of behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek van de Inspecteur. Belanghebbende heeft bij bericht van 6 januari 2025 op het verzoek van de Inspecteur gereageerd en aangegeven geen bezwaar te hebben tegen beperkte kennisneming.
De geheimhoudingskamer heeft besloten het verzoek zonder zitting te behandelen.
Overwegingen
Op grond van artikel 8:29, lid 1, Awb kan de Inspecteur, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, weigeren stukken, of gedeelten daarvan, te overleggen (geheimhouding) dan wel deze alleen aan de rechter ter kennis brengen (beperkte kennisneming). Ingevolge artikel 8:29, lid 5, Awb is beperkte kennisneming enkel toegestaan met toestemming van de andere partij. Bij de toepassing van artikel 8:29 Awb dient de grootst mogelijke terughoudendheid te worden betracht. Slechts indien de door de Inspecteur aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die de weigering om stukken te verstrekken rechtvaardigen.
In de stukken zijn de namen van vier medewerkers van de Belastingdienst en van een officier van justitie weggelakt, alsmede een telefoonnummer. De Inspecteur beroept zich op de privacy van deze personen. Het Hof volgt de Inspecteur in dit standpunt, mede gelet op de mededeling van belanghebbende dat zij geen bezwaar heeft tegen beperkte kennisneming.
Beslissing
Het Gerechtshof bepaalt dat de door de Inspecteur verzochte beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is gedaan door A. van Dongen, lid van de geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd. De beslissing is op 16 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Een afschrift van deze beslissing is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Tegen tussenbeslissingen, zoals die bedoeld in artikel 8:29, lid 3, Awb, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open. Tegen dergelijke beslissingen kan ingevolge artikel 28, lid 5, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...