ECLI:NL:GHSHE:2025:1442 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 22-05-2025 / 200.353.293_01
Bekrachtiging weigering toelating WSNP
10 min de lecture · 2 009 mots
Inhoudsindicatie. Bekrachtiging weigering toelating WSNP
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 22 mei 2025
Zaaknummer : 200.353.293/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/01/411741 / FT RK 25/33
in de zaak in hoger beroep van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. M.A.J. Emonds te 's-Hertogenbosch.
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 27 maart 2025.
2Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties 1 en 2, ontvangen op 4 april 2025, heeft [appellante] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de schuldsaneringsregeling alsnog op haar van toepassing te verklaren.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025. Bij die gelegenheid is gehoord:
– [appellante], bijgestaan door mr. Emonds.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 20 maart 2025;
– de brief van mr. Emonds met bijlagen 1 t/m 9, ontvangen op 6 mei 2025.
3De beoordeling
[appellante] heeft de rechtbank verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. Uit de crediteurenlijst bij het verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw) van [appellante] blijkt een totale schuldenlast van € 193.054,35. Uit de verklaring ex artikel 285 lid 1 FW blijkt dat het minnelijke traject is mislukt, omdat negen crediteuren niet hebben ingestemd met het daarin aangeboden percentage (0%) en meerdere crediteuren niet hebben gereageerd op het voorstel.
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het verzoek van [appellante] afgewezen.
De rechtbank heeft daartoe op de voet van artikel 288 lid 1 aanhef en sub b Fw overwogen dat niet voldoende aannemelijk is dat [appellante] ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.
De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd.
“4.4. Ingevolge artikel 7.3.4. van de Landelijke uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsanering is van een situatie als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder b Fw in beginsel geen sprake indiende verzoeker schulden is aangegaan terwijl, gelet op het inkomen en/of vermogen van verzoeker redelijkerwijs geen uitzicht bestond op de aflossing ervan. Hoewel de rechtbank door het ontbreken van administratie geen volledig beeld heeft, volgt uit de verklaringen van verzoekster dat zij op te grote voet geleefd heeft en de gaten vulde door leningen aan te gaan. Zo heeft zij niet alleen de winst uit de onderneming maar de gehele omzet gespendeerd. Verzoekster is zich er van bewust, zo gaf ze ter zitting aan, dat ze nagelaten heeft om tijdig maatregelen te nemen. Ze heeft het salaris aangehouden dat ze, als werkneemster, in de jaren voor het starten met haar onderneming ontving, zijnde circa € 2.000,00 netto. Ondanks dat de onderneming niet winstgevend was heeft zij diverse leningen afgesloten bij klanten. De overeenkomsten van deze leningen noch een plan om de leningen terug te kunnen betalen heeft verzoekster overgelegd. Desgevraagd heeft verzoekster aangegeven dat ze het geld van de leningen nodig had om de wijnen voor de proeverijen in te kunnen kopen. Onduidelijk is wat er met de voorraad wijn gebeurd is. De rechtbank is van oordeel dat een actiever optreden van verzoekster verwacht had mogen worden. Het argument van verzoekster dat de financiën werden beheerd door haar zakenpartner en dat de voormalig boekhouder zijn werk niet goed heeft gedaan, gaat voor de rechtbank niet op. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van verzoekster zelf om zorg te dragen voor dan wel in ieder geval toezicht te houden op een correcte uitvoering van de boekhouding. De rechtbank kan niet om de conclusie heen dat verzoekster de schulden in de onderneming onnodig hoog heeft laten oplopen. Dat maakt ook dat haar goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden niet kan worden aangenomen.
Verzoekster heeft verzocht om toepassing van artikel 288 lid 3 Fw (de hardheidsclausule). De rechtbank ziet hiertoe in dit geval geen aanleiding. Verzoekster dient voordat zij in aanmerking komt voor de schuldsaneringsregeling eerst orde op zaken te stellen. Zij dient ervoor te zorgen dat inzichtelijk wordt wanneer de schulden ontstaan zijn. Indien zij hiertoe niet in staat is dient zij aan te tonen wat zij gedaan heeft om de ontstaansdata te achterhalen. Het feit dat haar voormalig zakenpartner niet mee wil werken doet daar niet aan af. Het ligt op de weg van verzoekster zelf om contact op te nemen met haar schuldeisers en de benodigde stukken op te vragen. Daarnaast dient verzoekster de contracten die ten grondslag lagen aan de door haar afgesloten leningen te verstrekken. Indien het haar niet lukt om deze te ontvangen van haar voormalig zakenpartner dan dient zij de schuldeisers zelf te verzoeken om een kopie van de overeenkomsten. Ook dient zij inzichtelijk te maken wat er met de voorraad wijn is gebeurd en dient zij aan te tonen of en indien dit het geval is op welke wijze de vennootschap onder firma is afgewikkeld.”
[appellante] kan zich met deze beslissing niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen. [appellante] heeft in het beroepschrift – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
[appellante] heeft een onderneming (VOF) gedreven, maar er is nagenoeg geen boekhouding beschikbaar. [appellante] tracht met behulp van haar schuldhulpverlener nogmaals de administratie boven water te krijgen bij de andere vennoot. Indien deze weigerachtig blijft, dan zal ook dat worden aangetoond.
[appellante] heeft de onjuiste ontstaansdata van haar schuldenlast gecorrigeerd in een nieuw overzicht van haar schuldenlast.
[appellante] had niet voorzien dat informatie over de leaseauto’s benodigd was, omdat deze reeds niet meer in haar bezit waren. [appellante] heeft de onderliggende documentatie toegevoegd aan het verzoekschrift.
De rechtbank heeft geoordeeld dat van goede trouw geen sprake kan zijn, omdat [appellante] schulden zou zijn aangegaan terwijl redelijkerwijs geen uitzicht bestond op de aflossing van de schulden. De rechtbank is van oordeel dat [appellante] op grote voet heeft geleefd en de gaten vulde door leningen aan te gaan. [appellante] kan zich niet met dit oordeel verenigen omdat zij juist zelf geruime tijd (twee jaar) geen inkomen heeft genoten, omdat hiervan de vaste lasten van de onderneming moesten worden voldaan, waaronder de rentelasten.
[appellante] heeft de oorzaak van het ontstaan van haar schulden wel degelijk onder controle gekregen en handhaaft daarom haar verzoek om de hardheidsclausule ex artikel 288 derde lid Fw toe te passen.
Hieraan is door en namens [appellante] ter zitting in hoger beroep – zakelijk weergegeven – het volgende toegevoegd. Het geld dat de onderneming verdiende heeft [appellante] gespendeerd om het bedrijf intact te houden. Ook is zeker één schuldeiser door de vennootschap tot het eind afbetaald. [appellante] heeft nog steeds de administratie van de onderneming niet in handen kunnen krijgen omdat haar voormalig zakenpartner weigert deze over te dragen. Er is niet overwogen om de voormalig zakenpartner van [appellante] te dwingen de administratie van de vennootschap over te dragen.
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
Goede trouw
Ingevolge artikel 288 lid 1 aanhef en sub b Fw wordt het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Hierbij gaat het om een gedragsmaatstaf die mede wordt gehanteerd om beoogd misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan, waarbij de rechter met alle omstandigheden van het geval rekening kan houden. Daarbij spelen (onder meer) een rol de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten en het gedrag van de schuldenaar voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door schuldeisers juist te frustreren.
Volgens bijlage III Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken 2024 inhoudende ‘landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling’ is van goede trouw ten aanzien van het ontstaan van schulden in beginsel geen sprake, indien in de periode van drie jaren voorafgaand aan de indiening van het verzoek de verzoeker een eigen onderneming (eenmanszaak) heeft gevoerd en (nagenoeg) geen boekhouding heeft bijgehouden en beschikbaar is. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat (een deel van) de schulden van [appellante] in beginsel niet te goeder trouw zijn ontstaan. Het is aan [appellante] om feiten en omstandigheden aan te dragen die het hof aanleiding geven om in haar geval van voorgenoemd uitgangspunt af te wijken en haar stellingen hierover met stukken te onderbouwen.
Het hof stelt vast dat verzoekster vennoot is geweest van een vennootschap onder firma en dat de administratie van deze vennootschap onder firma ontbreekt. [appellante] heeft aangegeven dat zij binnen de vennootschap onder firma verantwoordelijk was voor de wijnproeverijen en dat haar zakenpartner de administratie en het financiële gedeelte op zich had genomen. Deze interne taakverdeling ontslaat [appellante] echter niet van haar eigen administratieplicht als medevennoot (vergelijk art. 3:15i BW). [appellante] stelt dat zij geen toegang heeft tot de administratie en dit blijkt ook uit de reactie van haar zakenpartner op haar verzoek om inzage te krijgen. Toch is het hof van oordeel dat [appellante] meer stappen had kunnen en moeten ondernemen om de administratie alsnog in handen te krijgen. Nu de administratie ontbreekt is het namelijk niet duidelijk welke activa de vennootschap onder firma bezat en op welke wijze de vennootschap onder firma is afgewikkeld. Ook heeft het hof geen althans onvoldoende zicht op de omstandigheden waaronder de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten. Het is door het gebrek aan administratie niet vast te stellen of er onverantwoord is gehandeld door de vennootschap. De enkele stellingen van [appellante] dat op het laatst al het geld dat binnenkwam, is gebruikt voor de onderneming en de crediteuren en dat in ieder geval één schuldeiser tot het eind werd betaald, zijn zonder schriftelijke onderbouwing en/of bescheiden niet aannemelijk geworden. Zo ontbreekt onder andere een doorlopend mutatieoverzicht van de zakelijke rekening(en), waardoor het hof onder meer niet kan toetsen hoe de stortingen en opnamen de tegoeden zijn verlopen. Het is, kortom, door het gebrek aan administratie van de onderneming onmogelijk voor het hof om de goede trouw te kunnen beoordelen. Gelet hierop ziet het hof geen aanleiding om van het onder 3.6.2 genoemde uitgangspunt af te wijken.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat (een deel van) de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan in de zin van artikel 288 lid 1 aanhef en sub b Fw. Het hof acht de hiervoor vermelde omstandigheden voldoende ernstig om afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te rechtvaardigen.
Hardheidsclausule
Voor een succesvol beroep op de hardheidsclausule is vereist dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de niet te goeder trouw ontstane schulden onder controle heeft gekregen. Dat wil zeggen dat er sprake moet zijn van een bestendige, uit concrete omstandigheden blijkende gedragsverandering, waardoor in redelijkheid kan worden aangenomen dat de problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen. Het hof is van oordeel dat het, door het grotendeels ontbreken van de administratie van de onderneming, niet duidelijk is geworden onder welke omstandigheden de schulden van [appellante] zijn ontstaan. Hierdoor kan [appellante] niet aannemelijk maken/heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij thans die specifieke omstandigheden onder controle heeft. Het enkele staken van de onderneming duidt namelijk nog niet op de bedoelde gedragsverandering. Het hof kan [appellante] daarom op deze grond niet alsnog toelaten tot de schuldsaneringsregeling. Het beroep op de hardheidsclausule wordt daarmee verworpen.
Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.
4De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, N.W.M. van den Heuvel en R.L.G. Kraaijvanger en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...