ECLI:NL:HR:2017:3129 Hoge Raad , 15-12-2017 / 17/03158
Art. 6.27 Wet IB 2001, kosten inburgeringscursus geen scholingsuitgaven.
3 min de lecture · 484 mots
Inhoudsindicatie. Art. 6.27 Wet IB 2001, kosten inburgeringscursus geen scholingsuitgaven.
15 december 2017
nr. 17/03158
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 6 juni 2017, nr. BK-16/00512, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/4629) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV). De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende is op 12 september 2014 gehuwd met zijn uit China afkomstige partner.
Belanghebbende heeft als persoonsgebonden aftrek in zijn aangifte IB/PVV 2014 een bedrag van € 1421 aan scholingsuitgaven opgevoerd. Dit betreft kosten van een door zijn partner gevolgde inburgeringscursus en de daarvoor benodigde leerboeken (hierna: de kosten).
Bij de aanslagregeling heeft de Inspecteur de opgevoerde scholingsuitgaven niet in aftrek toegestaan.
Voor het Hof was in geschil of de kosten in aftrek kunnen worden gebracht als scholingsuitgaven.
Het Hof heeft geoordeeld dat de kosten niet als scholingsuitgaven in aanmerking kunnen worden genomen.
De klacht die zich richt tegen het in 2.2.2 vermelde oordeel faalt. Scholingsuitgaven komen volgens artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001 voor aftrek in aanmerking als de opleiding wordt gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Het succesvol volgen van een inburgeringscursus is een voorwaarde voor rechtmatig verblijf in Nederland. Voor degene die een inburgeringscursus volgt om in Nederland te mogen verblijven, staan de daaraan verbonden kosten in een te ver verwijderd verband tot een concrete vorm van inkomensverwerving om te kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven. Opmerking verdient dat, anders dan het Hof heeft aangenomen, bijzondere omstandigheden geen aanleiding kunnen geven om van deze regel af te wijken.
De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2017.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...