ECLI:NL:HR:2018:295 Hoge Raad , 02-03-2018 / 17/02830
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
3 min de lecture · 536 mots
Inhoudsindicatie. HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
2 maart 2018
Nr. 17/02830
Arrest
gewezen op de beroepen in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem(-Leeuwarden) van 4 december 2012, 22 september 2015 en 30 maart 2016, nrs. 12/00160 respectievelijk 14/00365 en 15/00258, op de verzetten van belanghebbenden tegen de uitspraken van het Hof van 10 juli 2012, 29 oktober 2014 en 7 juli 2015, alsmede tegen de uitspraak van het Hof van 8 november 2016, nr. 16/00506, waarbij het hoger beroep telkens niet‑ontvankelijk is verklaard.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie
Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraken van het Hof, nrs. 12/00160, 14/00365 en 15/00258, hebben belanghebbenden reeds eerder beroepen in cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Bij arresten van de Hoge Raad van 26 april 2013, nr. 12/05601, ECLI:NL:HR:2013:BZ8630, 8 juli 2016, nr. 16/01807, ECLI:NL:HR:2016:1448 en 20 januari 2017, nr. 16/04277, ECLI:NL:HR:2017:50, zijn die beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk verklaard. Bij het instellen van deze herhaalde beroepen in cassatie was de cassatietermijn verstreken. Om die reden moeten deze herhaalde beroepen in cassatie in zoverre wederom niet‑ontvankelijk worden verklaard (vgl. HR 30 september 2016, nr. 16/03572, ECLI:NL:HR:2016:2216).
Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraak van het Hof, nr. 16/00506, heeft het volgende te gelden.
Belanghebbenden hebben ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
Na ontvangst van de door belanghebbenden overgelegde gegevens omtrent inkomen en vermogen, heeft de griffier bij brief van 28 november 2017 het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in deze brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk kan worden verklaard.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 28 december 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 januari 2018, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in de reactie van 29 januari 2018 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2018.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...