ECLI:NL:HR:2019:1448 Hoge Raad , 01-10-2019 / 18/02394
Zware mishandeling door ander met sleutel in gezicht te snijden waardoor deze blijvend litteken in gezicht heeft opgelopen, art. 302.1 Sr. Kan opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel uit b.m. worden afgeleid? Hof heeft tot bewijs o.m. gebezigd verklaring van verdachte “ik had sleutels in mijn handen die was ik vergeten”. Hof heeft dit onderdeel in zoverre redengevend kunnen achten voor bew...
5 min de lecture · 896 mots
Inhoudsindicatie. Zware mishandeling door ander met sleutel in gezicht te snijden waardoor deze blijvend litteken in gezicht heeft opgelopen, art. 302.1 Sr. Kan opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel uit b.m. worden afgeleid? Hof heeft tot bewijs o.m. gebezigd verklaring van verdachte “ik had sleutels in mijn handen die was ik vergeten”. Hof heeft dit onderdeel in zoverre redengevend kunnen achten voor bewezenverklaring dat scherp voorwerp, waarmee verdachte stekende beweging heeft gemaakt, een sleutel betrof. Dat onderdeel ”die ik was vergeten” op zichzelf voor bewezenverklaring niet redengevend is, staat hier, gelet op bewijsvoering in haar geheel, aan behoorlijke motivering van bewezenverklaring niet in de weg. Volgt verwerping. CAG: anders.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/02394
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 mei 2018, nummer 21/001970-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het middel
Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het onder 4 primair tenlastegelegde feit.
Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezenverklaard dat:
“hij op 6 november 2015 te Utrecht aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht, heeft toegebracht door die [slachtoffer] met een scherp voorwerp in het gezicht te snijden.”
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1.
De aangifte door [slachtoffer] van 9 november 2015, als opgenomen in het door [verbalisant 1], BOA domein generieke opsporing, op 9 november 2015 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina’s 5 en 6, voor zover van belang inhoudende:
Ik doe aangifte van mishandeling. Het geweld dat op mij werd uitgeoefend veroorzaakte pijn en letsel. Ik verklaar u daarover het volgende:
Op vrijdag 6 november 2015 omstreeks 10:30 uur bevond ik mij in de [a-straat] te Utrecht.
Ik zag dat [verdachte] terug de woning in liep. De deur bleef op een kier staan. Ik weet dat [verdachte] de keuken ingelopen is want ik hoorde een keukenla hard open en dichtslaan. Ineens hoorde ik de verzorger die nog binnen voor de deur stond roepen: ‘Niet doen!’ Ik zag dat de verzorger de deur probeerde dicht te duwen. Ik was ondertussen al drie meter doorgelopen omdat ik de weg naar mijn werk wilde vervolgen. Ik stond even stil om een telefoontje te plegen. Net voordat ik een straat in wilde lopen, vermoedelijk de [b-straat], zag ik uit mijn ooghoeken [verdachte] naar mij toe lopen. Ik stond op dat moment met mijn rug naar de woning gericht, met mijn linkerzijde iets naar de woning gedraaid. Ineens zag ik vanuit mijn ooghoeken [verdachte] een stekende beweging maken richting mijn bovenlichaam. Met mijn linkerarm probeerde ik hem af te weren maar op dat moment voelde ik een stekend gevoel in mijn gezicht. Ik voelde direct een hoop nattigheid. Ik voelde met mijn hand aan mijn wang en zag vervolgens dat mijn hand onder het bloed zat. Ik zag dat [verdachte] de woning van zijn moeder inrende.
Ik ben naar het Diaconessen ziekenhuis gegaan. Ik heb 13 hechtingen in mijn wang gekregen en het bovenste stukje is gelijmd. De arts kon mij vertellen dat ik er wel blijvend letsel aan zal overhouden. Waarschijnlijk zal het litteken altijd zichtbaar blijven. Ik heb nog steeds pijn aan de wond.
2.
De verklaring van verdachte tijdens het verhoor van 4 december 2016, als opgenomen in het door [verbalisant 2], hoofdagent, en [verbalisant 3], hoofdagent, op 4 december 2016 op ambtseed opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 46, voor zover van belang inhoudende:
V: Wat is er gebeurd toen jullie elkaar tegenkwamen?
A: Hij wilde mij spreken en mijn moeder deed de deur open. Hij gaf mijn moeder een duw en toen heb ik hem een klets gegeven. Ik had sleutels in mijn handen die was ik vergeten.”
Het Hof heeft tot het bewijs onder meer gebezigd de verklaring van de verdachte “ik had sleutels in mijn handen die was ik vergeten”. Het Hof heeft dit onderdeel in zoverre redengevend kunnen achten voor de bewezenverklaring dat het scherpe voorwerp, waarmee de verdachte een stekende beweging heeft gemaakt, een sleutel betrof. Dat het onderdeel ‘die ik was vergeten’ op zichzelf voor de bewezenverklaring niet redengevend is, staat hier, gelet op de bewijsvoering in haar geheel, aan een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg. Het middel faalt.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...