ECLI:NL:HR:2019:266 Hoge Raad , 08-03-2019 / 17/05027

Artikel 11, lid 1, aanhef en onder g, Wet LB 1964 jo artikel 13a Wet LB, overgangsregeling artikel 39f, lid 1, Wet LB, schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stamrechtvrijstelling niet van toepassing.

Source officielle

3 min de lecture 578 mots

Inhoudsindicatie. Artikel 11, lid 1, aanhef en onder g, Wet LB 1964 jo artikel 13a Wet LB, overgangsregeling artikel 39f, lid 1, Wet LB, schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stamrechtvrijstelling niet van toepassing.

8 maart 2019

Nr. 17/05027

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 september 2017, nr. 16/03482, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 15/1165) betreffende het van belanghebbende ingehouden bedrag aan loonheffing over het tijdvak oktober 2014. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 29 november 2018 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:1450).

2Beoordeling van de middelen

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

In mei 2013 heeft belanghebbende een ontslagvergoeding ontvangen van zijn voormalige werkgever. Belanghebbende heeft de vergoeding laten uitbetalen aan [B] B.V. (hierna: de stamrecht-BV). Daarbij is met toestemming van de Inspecteur de stamrechtvrijstelling van artikel 11, lid 1, aanhef en letter g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013; hierna: Wet LB) toegepast.

Op vordering van belanghebbende heeft de Rechtbank Oost-Brabant bij vonnis van 21 augustus 2014 aan belanghebbende een schadevergoeding van € 305.000 toegekend wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst.

Bij brief van 28 augustus 2014 heeft belanghebbende de Inspecteur verzocht om ook op deze schadevergoeding de stamrechtvrijstelling toe te passen. De Inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. De voormalige werkgever heeft op 13 oktober 2014 de schadevergoeding betaald aan de stamrecht-BV onder inhouding van € 158.600 aan loonheffing.

Voor het Hof was onder meer in geschil of terecht loonheffing is ingehouden bij uitbetaling van de schadevergoeding.

Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daartoe heeft het Hof onder meer overwogen dat artikel 11, lid 1, aanhef en letter g, Wet LB is vervallen per 1 januari 2014 en dat de schadevergoeding niet vóór die datum is genoten. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de overgangsregeling van artikel 39f, lid 1, Wet LB omdat geen sprake is van een op 31 december 2013 bestaande aanspraak.

Het eerste middel keert zich tegen de in 2.2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Dit middel faalt op de gronden vermeld in de onderdelen 6.16, 6.23 tot en met 6.26, 6.30 tot en met 6.35 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2019.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.