ECLI:NL:HR:2019:62 Hoge Raad , 18-01-2019 / 17/02767

Proceskosten; art. 29f AWR; verzoek om veroordeling in de proceskosten na intrekking cassatieberoep; art. 29f AWR ziet slechts op kosten gemaakt voor het geding in cassatie; vergoeding van wettelijke rente over proceskostenveroordeling door Hof.

Source officielle

3 min de lecture 584 mots

Inhoudsindicatie. Proceskosten; art. 29f AWR; verzoek om veroordeling in de proceskosten na intrekking cassatieberoep; art. 29f AWR ziet slechts op kosten gemaakt voor het geding in cassatie; vergoeding van wettelijke rente over proceskostenveroordeling door Hof.

18 januari 2018

Nr. 17/02767

Arrest

gewezen op het hierna vermelde verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende).

1Verzoek

De Staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 mei 2017, nr. 15/01368, betreffende een beschikking op een verzoek van belanghebbende om teruggaaf van omzetbelasting over de periode 27 juni 2013 tot en met 30 september 2013. Hij heeft dat beroep ingetrokken. Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie.

Verder heeft belanghebbende verzocht de Staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de door het Hof aan belanghebbende toegekende kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad ziet, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken.

Belanghebbende heeft verzocht het te vergoeden bedrag te stellen op dat van de werkelijk gemaakte proceskosten.

Op grond van artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) wordt een vergoeding toegekend met inachtneming van het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief. In bijzondere omstandigheden kan daarvan op grond van artikel 2, lid 3, van het Besluit worden afgeweken.

De omstandigheid dat de Inspecteur, zoals belanghebbende stelt, ter zitting van het Hof niet ermee heeft ingestemd met het voorstel van belanghebbende om de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad arrest zou hebben gewezen in de procedure met nr. 15/05937, is niet een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Ook overigens is niet gebleken dat zich in dit geval bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.3 is overwogen, zal de Hoge Raad de vergoeding voor de proceskosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie vaststellen met inachtneming van het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief.

Het verzoek van belanghebbende om vergoeding van wettelijke rente over de door het Hof aan belanghebbende toegekende kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof komt niet voor inwilliging in aanmerking. Artikel 29f AWR, waarop het verzoek is gebaseerd, strekt zich niet uit tot veroordeling van de Staatssecretaris in een dergelijke vergoeding. Belanghebbende had het Hof, dat de verplichting tot vergoeding van proceskosten heeft vastgesteld, moeten verzoeken te beslissen dat de wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum waarop zijn uitspraak is gedaan, indien die vergoeding niet tijdig wordt voldaan (vgl. HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358, rechtsoverweging 2.2.3).

3Beslissing

De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.