ECLI:NL:HR:2020:171 Hoge Raad , 14-02-2020 / 19/01556
Artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, Wet op belastingen van rechtsverkeer, netwerkvrijstelling, elektronisch communicatienetwerk, bijbehorende faciliteiten, zendmast.
3 min de lecture · 599 mots
Inhoudsindicatie. Artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, Wet op belastingen van rechtsverkeer, netwerkvrijstelling, elektronisch communicatienetwerk, bijbehorende faciliteiten, zendmast.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/01556
Datum 14 februari 2020
ARREST
in de zaak van
[X1] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2019, nr. 18/00304, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 16/5565) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 6 augustus 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2019:800).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende heeft op 29 september 2010 de juridische eigendom van 80 zendmasten verkregen van [A] B.V. Deze zendmasten zijn vrijstaande antenne-opstelpunten, bestaande uit betonnen funderingen met daarop stalen mastconstructies (hierna: de zendmasten). De zendmasten worden onder meer ten behoeve van het telecommunicatienetwerk van [A] B.V. gebruikt. Belanghebbende is niet gerechtigd tot aan de zendmasten gekoppelde voorwerpen voor telecommunicatie, zoals kabels, leidingen, antennes en schotels.
Belanghebbende heeft ter zake van de verkrijging van de eigendom van de zendmasten geen overdrachtsbelasting op aangifte voldaan.
De Inspecteur heeft ter zake van de verkrijging van de eigendom van de zendmasten aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd.
Voor het Hof was in geschil of de verkrijging van de zendmasten is vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR), ook wel aangeduid als de netwerkvrijstelling.
Het Hof heeft bij de beoordeling van het beroep op die bepaling tot uitgangspunt genomen dat de verkrijging van de zendmasten een verkrijging van onroerende zaken als bedoeld in artikel 2, lid 1, WBR is. Uit de tekst en de parlementaire geschiedenis van de netwerkvrijstelling heeft het Hof afgeleid dat belanghebbende zich op die vrijstelling niet kan beroepen, omdat belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet een net heeft verkregen als bedoeld in artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, WBR.
Het middel is gericht tegen het hiervoor in 2.2.2 vermelde oordeel van het Hof. Het betoogt vanuit diverse invalshoeken dat belanghebbende met de verkrijging van de zendmasten wel een net als bedoeld in artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, WBR heeft verkregen.
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 19/01555 (ECLI:NL:HR:2020:170), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2020.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...