ECLI:NL:HR:2025:1026 Hoge Raad , 01-07-2025 / 23/00951

Medeplegen diefstal uit woning met braak en/of inklimming, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr). Verjaring, art. 70 (oud) Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld voor feiten die onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 zijn tenlastegelegd. Recht tot strafvervolging voor tenlastegelegde feiten is vervallen. Wat betreft het onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 tlgd. staan redenen da...

Source officielle

4 min de lecture 854 mots

Inhoudsindicatie. Medeplegen diefstal uit woning met braak en/of inklimming, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr). Verjaring, art. 70 (oud) Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld voor feiten die onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 zijn tenlastegelegd. Recht tot strafvervolging voor tenlastegelegde feiten is vervallen. Wat betreft het onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 tlgd. staan redenen daarvoor vermeld in CAG. Op vergelijkbare gronden moet ook wat betreft onder 1 subsidiair B en 2 subsidiair B en C tenlastegelegde (schuldheling) – op welk feit steeds gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren is gesteld – worden geoordeeld dat recht tot strafvervolging voor deze feiten is vervallen. CAG: Het moet ervoor worden gehouden dat verjaring van onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C en 7 bewezenverklaarde feiten niet is gestuit vóór verstrijken van fatale 12-jaarstermijn respectievelijk 20-jaarstermijn.

Inhoudsindicatie. Volgt partiële vernietiging en n-o verklaring OM in vervolging t.a.v. de onder 1, 2 en 7 tlgd. feiten.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00951

Datum 1 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 3 mei 2001, nummer 23-002382-99, in de strafzaak

tegen

[verdachte] (volgens opgave BRP: [verdachte] ),

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het hof en de in eerste aanleg gedane uitspraak van de rechtbank Alkmaar in de strafzaak met het parketnummer 14.020326.99, tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding en tot compensatie van de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel voert aan dat het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen.

Aan de verdachte is – zakelijk weergegeven – onder meer tenlastegelegd:

– onder 1 primair A en 2 primair A: gekwalificeerde diefstal door twee of meer verenigde personen, respectievelijk gepleegd op of omstreeks 22 en/of 23 september 1998 en op of omstreeks 28 en/of 29 september 1998;

– onder 1 primair B en 2 primair B en C: gekwalificeerde diefstal door twee of meer verenigde personen, respectievelijk gepleegd op of omstreeks 23 september 1998 en op of omstreeks 29 september 1998;

– onder 1 subsidiair B en 2 subsidiair B en C: (schuld)heling, respectievelijk gepleegd op of omstreeks 23 september 1998 en op of omstreeks 29 september 1998;

– onder 7: gekwalificeerde diefstal, gepleegd op of omstreeks 26 maart 1999.

Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor, kort gezegd, de feiten die onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C, en 7 zijn tenlastegelegd.

Het recht tot strafvervolging voor de onder 2.2.1 genoemde tenlastegelegde feiten is vervallen. Wat betreft het onder 1 primair A en B, 2 primair A, B en C, en 7 tenlastegelegde staan de redenen daarvoor vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2. Op vergelijkbare gronden moet ook wat betreft het onder 1 subsidiair B en 2 subsidiair B en C tenlastegelegde – op welk feit steeds een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren is gesteld – worden geoordeeld dat het recht tot strafvervolging voor deze feiten is vervallen.

De Hoge Raad zal wat betreft de onder 2.2.1 genoemde tenlastegelegde feiten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Gelet op de hierna volgende beslissing is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig ander rechtsgevolg te verbinden. De Hoge Raad zal daarom met dat oordeel volstaan.

5Beslissing

De Hoge Raad:

– vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 24 augustus 1999, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over de hiervoor onder 2.2.1 genoemd feiten;

– verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wat betreft het onder 1, onder 2 en onder 7 tenlastegelegde;

– verklaart de [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding;

– compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.