ECLI:NL:HR:2025:1214 Hoge Raad , 02-09-2025 / 23/00836
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416.2 Sv. 1. Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen? 2. Kon hof op rolzitting verstek verlenen tegen niet verschenen betrokkene, bevelen dat met behandeling van zaak zal worden voortgegaan en betrokkene ex art. 416.2 Sv n-o verklaren in zijn h.b.? Middelen leiden niet tot cassatie om redenen ve...
3 min de lecture · 458 mots
Inhoudsindicatie. Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416.2 Sv. 1. Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen? 2. Kon hof op rolzitting verstek verlenen tegen niet verschenen betrokkene, bevelen dat met behandeling van zaak zal worden voortgegaan en betrokkene ex art. 416.2 Sv n-o verklaren in zijn h.b.?
Inhoudsindicatie. Middelen leiden niet tot cassatie om redenen vermeld in HR:2025:1213 (strafzaak).
Inhoudsindicatie. Volgt verwerping. Samenhang met 23/00834.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00836 P
Datum 2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023, nummer 23-002749-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat B.G.M.C. Peters bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De cassatiemiddelen zijn identiek aan de cassatiemiddelen die zijn ingediend in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de onder 2.1 bedoelde strafzaak onder nummer 23/00834, ECLI:NL:HR:2025:1213.
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die bij de Hoge Raad aanhangig is onder nummer 23/00834, ECLI:NL:HR:2025:1213, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. In de strafzaak zal worden beoordeeld of deze overschrijding tot compensatie moet leiden. Gelet daarop volstaat de Hoge Raad in deze ontnemingszaak met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. (Vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3575.)
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...