ECLI:NL:HR:2025:1475 Hoge Raad , 03-10-2025 / 24/00617

Inkomstenbelasting; art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet); Besluit rechtsherstel box 3, werkelijk rendement, ongerealiseerde waardemutaties

Source officielle

5 min de lecture 883 mots

Inhoudsindicatie. Inkomstenbelasting; art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet); Besluit rechtsherstel box 3, werkelijk rendement, ongerealiseerde waardemutaties

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/00617

Datum 3 oktober 2025

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

de erven van [A] (hierna: belanghebbenden)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 januari 2024, nr. BK-23/00030, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 20/6960) betreffende de aan [A] (hierna: erflaatster) voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2Uitgangspunten in cassatie

Op 1 januari 2018 had [A] bank- en spaartegoeden van € 95.428 en een goudbaar met een waarde van € 33.873.

Aan erflaatster is voor het jaar 2018 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: de aanslag) opgelegd naar onder meer een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.658.

De Inspecteur heeft het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen vervolgens verminderd tot € 1.479. De Inspecteur heeft zich daarbij gebaseerd op het Besluit rechtsherstel box 3, welk besluit, voor zover hier van belang, inhoudelijk overeenstemt met de nadien vastgestelde Wet rechtsherstel box 3.

De Rechtbank heeft het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen berekend op basis van het werkelijke rendement en vastgesteld op € 566. Het werkelijke rendement is daarbij bepaald op een gerealiseerde waardevermeerdering van het spaargeld van € 38 en een ongerealiseerde waardevermeerdering van de goudbaar van € 701. Bij de berekening van de belasting in box 3 over dit werkelijke rendement heeft de Rechtbank rekening gehouden met het heffingvrije vermogen.

3De oordelen van het Hof

Voor het Hof was in geschil of het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen naar het juiste bedrag is vastgesteld.

Het Hof heeft geoordeeld dat de Rechtbank de aanslag eerder tot een te hoog dan een te laag bedrag heeft vastgesteld, omdat met de niet-gerealiseerde waardestijging van de goudbaar geen werkelijk rendement is gerealiseerd. Het Hof heeft het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen becijferd op € 29, gebaseerd op een gerealiseerde waardevermeerdering van het spaargeld van € 38 en rekening houdend met het heffingvrije vermogen bij de berekening van de belasting in box 3 over dat bedrag.

4Beoordeling van het middel

Het middel betoogt onder meer dat het aan de wetgever is, en niet aan de rechter, om te voorzien in het rechtstekort dat gepaard gaat met een schending van het EVRM en het EP als gevolg van het stelsel van heffing van inkomstenbelasting in box 3. Het middel faalt in zoverre. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het middel slaagt voor zover het erover klaagt dat het Hof een te beperkte uitleg heeft gegeven aan het begrip werkelijk behaald rendement, aangezien daartoe ook ongerealiseerde waardeveranderingen moeten worden gerekend. De Hoge Raad verwijst naar rechtsoverweging 5.4.8 van het arrest van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705 (hierna: het arrest van 6 juni 2024).

Ook is het middel terecht voorgesteld voor zover het erover klaagt dat het Hof bij het bepalen van het voordeel uit sparen en beleggen rekening heeft gehouden met het heffingvrije vermogen. De Hoge Raad verwijst naar rechtsoverweging 5.4.2 van het arrest van 6 juni 2024.

5Slotsom

Gelet op hetgeen hiervoor in 4.2 en 4.3 is overwogen kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Het Hof heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat de waardevermeerdering van het spaargeld in 2018 € 38 bedraagt en de niet-gerealiseerde waardevermeerdering van de goudbaar € 701 bedraagt. Aangezien die vaststelling in cassatie niet is bestreden, dient het werkelijke rendement van erflater in 2018 te worden gesteld op € 38 + € 701 = € 739.

6Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

7Beslissing

De Hoge Raad:

– verklaart het beroep in cassatie gegrond,

– vernietigt de uitspraak van het Hof,

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behalve de beslissing over het griffierecht,

– vernietigt de uitspraak op bezwaar, en

– vermindert de aanslag tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 739 onder handhaving van de overige elementen van de aanslag.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:GHDHA:2024:230.
  2. Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 28 juni 2022, nr. 2022-176296, Stcrt. 2022, 17063.
  3. Wet van 21 december 2022, Stb. 2022, 533.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.