ECLI:NL:HR:2025:1640 Hoge Raad , 04-11-2025 / 23/01885
Vervoeren van 1.985,61 gram cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet t.a.v. vervoeren en hoeveelheid. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsvoering blijkt dat hof heeft vastgesteld (i) dat verdachte tijdens verkeerscontrole als bestuurder van auto met Duits kenteken door politie staande is gehouden, (ii) dat bij inspecti...
3 min de lecture · 547 mots
Inhoudsindicatie. Vervoeren van 1.985,61 gram cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet t.a.v. vervoeren en hoeveelheid.
Inhoudsindicatie. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsvoering blijkt dat hof heeft vastgesteld (i) dat verdachte tijdens verkeerscontrole als bestuurder van auto met Duits kenteken door politie staande is gehouden, (ii) dat bij inspectie van voertuig een professioneel aangebrachte verborgen ruimte werd aangetroffen met daarin 4 gesealde blokken, (iii) dat alle 4 de blokken indicatief testten op cocaïne en (iv) dat later door NFI getest monster voldoende representatief wordt geacht voor vaststelling dat gehele aangetroffen partij blokken bestond uit (in totaal 1.985,61 gram) cocaïne. Gelet op deze feiten en omstandigheden is ‘s hofs oordeel dat verdachte opzet had op het vervoeren van aangetroffen cocaïne niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Inhoudsindicatie. Volgt verwerping.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01885
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 mei 2023, nummer 20-001551-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. Kizilocak bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden.
5Beslissing
De Hoge Raad:
– vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
– vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt;
– verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...