ECLI:NL:HR:2025:1782 Hoge Raad , 25-11-2025 / 24/03752
Diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 weken), art. 359.6 Sv. Heeft hof (enkelvoudige kamer) in het bijzonder redenen opgegevn die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Aantekening van mondeling arrest hof bevat geen redenen voor keuze van ...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 weken), art. 359.6 Sv. Heeft hof (enkelvoudige kamer) in het bijzonder redenen opgegevn die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf?
Inhoudsindicatie. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Aantekening van mondeling arrest hof bevat geen redenen voor keuze van onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor duur van 3 weken. Hof heeft oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet gemotiveerd overeenkomstig art. 359.6 Sv.
Inhoudsindicatie. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging, met uitzondering van opgelegde schadevergoedingsmaatregel. CAG (strekking): (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03752
Datum 25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2024, nummer 21-005129-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat V.P.J. Tuma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof in strijd met artikel 359 lid 6 van het Wetboek van Strafvordering in zijn uitspraak niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3Beslissing
De Hoge Raad:
– vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel;
– wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
– verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...