ECLI:NL:HR:2025:845 Hoge Raad , 03-06-2025 / 22/02613

Uitlokking van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden, art. 285.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. zinsnede “en (…) brand is gesticht bij deze woning”. Kennelijke misslag in bewezenverklaring? Bewezenverklaring houdt in dat medeverdachte de dochter van persoon met wie verdachte een zakelijk conflict heeft en haar familieleden heeft bedreigd door het achterlaten van brief...

Source officielle

6 min de lecture 1 233 mots

Inhoudsindicatie. Uitlokking van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden, art. 285.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. zinsnede “en (…) brand is gesticht bij deze woning”. Kennelijke misslag in bewezenverklaring? Bewezenverklaring houdt in dat medeverdachte de dochter van persoon met wie verdachte een zakelijk conflict heeft en haar familieleden heeft bedreigd door het achterlaten van brief met dreigende inhoud in brievenbus van haar woning en stichten van brand bij die woning en dat verdachte dit “vorenomschreven feit” opzettelijk heeft uitgelokt. Hof heeft verdachte daarbij vrijgesproken van zinsnede “en/of waarbij na het achterlaten van deze brief” die in tll. voorafgaat aan zinsnede: “en (…) brand is gesticht bij deze woning”. Verder heeft hof bewezenverklaarde gekwalificeerd als het uitlokken van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden. Kennelijk is bij het uitstrepen van bewezenverklaring door vergissing de zinsnede “en (…) brand is gesticht bij deze woning” blijven staan. HR leest de bewezenverklaring met verbetering van deze misslag.

Inhoudsindicatie. Volgt verwerping. Samenhang met 22/02575.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02613

Datum 3 juni 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2022, nummer 21-002305-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en S. van den Akker bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde, in het bijzonder over de daar tenlastegelegde uitlokking van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden voor zover het hof heeft bewezenverklaard “en brand is gesticht bij deze woning”.

Aan de verdachte is onder 1 primair tenlastegelegd dat:

“medeverdachte [medeverdachte 2], en/of medeverdachte [medeverdachte 1] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te [plaats] tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [benadeelde 1] en/of haar familieleden, (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

– openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

– enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of góederen ontstaat, en/of

– enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

– zware mishandeling, en/of

– brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [benadeelde 1] (gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats]) een brief achter te laten met daarin de tekst: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing, je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet dan volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes”,

en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht bij deze woning, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te [plaats] en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

– contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

– (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [benadeelde 2] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

– (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [benadeelde 1].”

Ten laste van de verdachte is onder 1 primair bewezenverklaard dat:

“medeverdachte [medeverdachte 1] op 9 december 2019 te [plaats] [benadeelde 1] en/of haar familieleden, (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

– openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

– enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

– enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

– zware mishandeling, en/of

– brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [benadeelde 1] (gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats]) een brief achter te laten met daarin de tekst: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing, je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet dan volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes”,

en brand is gesticht bij deze woning, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te [plaats] en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en het verschaffen van inlichtingen, te weten door:

– contact te zoeken met de medeverdachte en

– hem ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [benadeelde 2] een beloning in het vooruitzicht te stellen en

– hem daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [benadeelde 1].”

Het hof heeft het onder 1 primair bewezenverklaarde gekwalificeerd als “uitlokking van bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met brandstichting, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarde geschiedt”.

De bewijsvoering waarop de bewezenverklaring van feit 1 primair steunt is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4.

De bewezenverklaring van feit 1 primair houdt – kort gezegd – in dat de mededader [medeverdachte 1], de dochter van [benadeelde 2] en haar familieleden op 9 december 2019 heeft bedreigd door het achterlaten van een brief met dreigende inhoud in de brievenbus van haar woning en het stichten van brand bij die woning en dat de verdachte dit “vorenomschreven feit” opzettelijk heeft uitgelokt. Het hof heeft de verdachte daarbij vrijgesproken van de zinsnede “/of waarbij na het achterlaten van deze brief” die in de tenlastelegging voorafgaat aan de zinsnede: “en (…) brand is gesticht bij deze woning”. Verder heeft het hof het onder 1 primair bewezenverklaarde, kort gezegd, gekwalificeerd als het uitlokken van een schriftelijke bedreiging onder voorwaarden. Kennelijk is bij het uitstrepen van de bewezenverklaring door een vergissing de zinsnede “en (…) brand is gesticht bij deze woning” blijven staan. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring van feit 1 primair met verbetering van deze misslag.

Het cassatiemiddel faalt.

3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 88 maanden.

4Beslissing

De Hoge Raad:

– vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

– vermindert deze in die zin dat deze 82 maanden beloopt;

– verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.