ECLI:NL:OGAACMB:2025:91 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 12-05-2025 / CUR202400477 en CUR202400338

Pensioenzaak. Het Gerecht is uitsluitend bevoegd om kennis te nemen van beslissingen op bezwaar van het APC. Verder oordeelt het Gerecht dat de in de Pensioenlandsverordening Overheidsdienaren opgenomen 30% compensatie uitsluitend van toepassing is op het ouderdomspensioen en niet op het invaliditeitspensioen. APC heeft het invaliditeitspensioen van klager per abuis met 30% verhoogd en is op gr...

Source officielle

13 min de lecture 2 685 mots

Inhoudsindicatie. Pensioenzaak. Het Gerecht is uitsluitend bevoegd om kennis te nemen van beslissingen op bezwaar van het APC. Verder oordeelt het Gerecht dat de in de Pensioenlandsverordening Overheidsdienaren opgenomen 30% compensatie uitsluitend van toepassing is op het ouderdomspensioen en niet op het invaliditeitspensioen. APC heeft het invaliditeitspensioen van klager per abuis met 30% verhoogd en is op grond van de wet gehouden deze fout te herstellen.

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

uitspraak

in de zaak van:

[klager],

klager,

gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam, advocaat,

tegen

Het Bestuur van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao,

verweerder,

hierna: APC,

gemachtigde: mr. L.M. Virginia, advocaat.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van klager tegen de beslissing op bezwaar van APC van 11 januari 2024 (CUR202400338) waarbij hij de beslissing om het invaliditeitspensioen van klager te herzien heeft gehandhaafd. Het Gerecht beoordeelt ook het beroep van klager tegen zijn pensioenslip van de maand januari 2024 (CUR202400477).

Klager heeft in de zaak met nummer CUR202400338 op 2 februari 2024 beroep ingesteld bij het Gerecht. In de zaak met nummer CUR202400477 heeft klager op 9 februari 2024 beroep ingesteld bij het Gerecht.

APC heeft in beide zaken een contramemorie ingediend.

Beide beroepen zijn ter zitting van het Gerecht behandeld op 22 januari 2025. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens APC is de gemachtigde verschenen, vergezeld door mr. [A], die werkzaam is bij het APC als manager legal and compliance.

Overwegingen

Wat is van belang om te weten in deze zaken?

Bij directiebesluit van 8 februari 2018 is aan klager, thans 62 jaar oud, een invaliditeitspensioen toegekend.

APC heeft bij directiebesluit gedateerd 15 september 2023 en daarbij behorende brief van 20 september 2023 het invaliditeitspensioen van klager herzien en met ingang van 1 januari 2024 met 30% verlaagd. APC heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij een fout heeft gemaakt bij de eerdere berekening van het invaliditeitspensioen van klager. Het invaliditeitspensioen was ten onrechte met 30% verhoogd. Deze verhoging, zoals beschreven in artikel 110b, lid 3 en 4 van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (hierna: de Plvo), geldt volgens APC alleen voor het ouderdomspensioenen en niet voor het invaliditeitspensioenen. APC heeft in evengenoemde brief van 20 september 2023 ook expliciet vermeld dat de correctie niet met terugwerkende kracht wordt toegepast, waardoor klager niets aan APC terug hoeft te betalen.

Klager heeft op 11 oktober 2023 bezwaar gemaakt daartegen.

APC heeft het bezwaar bij de beslissing op bezwaar van 11 januari 2024 ongegrond verklaard en zijn beslissing van 20 september 2023 gehandhaafd. APC heeft daaraan nog toegevoegd dat hij gezien het derde lid van artikel 92 van de Plvo gehouden is om genomen beslissingen over toekenning van een pensioen te herstellen, indien daarin een onjuistheid voorkomt.

Is het Gerecht bevoegd om kennis te nemen van het beroep genummerd CUR202400477?

Op grond van het eerste lid van artikel 91 van de Plvo kan tegen een beslissing van APC-beroep worden ingesteld bij de ambtenarenrechter. Het beroep genummerd CUR202400477 is gericht tegen de pensioenspecificatie van klager over de maand januari 2024. Deze pensioenspecificatie is niet een beslissing van APC in de zin van artikel 91 van de Plvo. Nu het Gerecht alleen bevoegd is om een beslissing van APC te beoordelen, dient het Gerecht zich onbevoegd te verklaren om te oordelen over bedoelde pensioenspecificatie. Het Gerecht komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dit beroep.

Beroep genummerd CUR202400338

Het Gerecht beoordeelt in het beroep genummerd CUR202400338 de beslissing op bezwaar van APC. Het Gerecht komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. APC heeft per abuis het invaliditeitspensioen van klager verhoogd met 30% en is op grond van de wet gehouden een gemaakte fout te herstellen. Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel komt.

Heeft APC het vertrouwensbeginsel geschonden?

Klager voert in de eerste plaats aan dat de beslissing op bezwaar van APC in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Klager stelt dat hij erop mocht vertrouwen dat het bedrag aan invaliditeitspensioen, zoals vastgelegd in het directiebesluit van 8 februari 2018, na vijf jaar niet meer gewijzigd zou worden. Daarnaast geeft klager aan dat hij voorafgaand aan zijn medische afkeuring bij APC informatie heeft ingewonnen over het invaliditeitspensioen dat hij zou gaan ontvangen. Hij mocht erop vertrouwen dat de toen verstrekte informatie correct en definitief was. Dit heeft hij ook meegenomen in zijn beslissing om akkoord te gaan met de medische afkeuring, zoals voorgesteld door zijn voormalige werkgever. Klager stelt verder dat het ook maar de vraag is of uit de Plvo volgt dat de 30% verhoging niet geldt voor het invaliditeitspensioen.

APC stelt zich op het standpunt dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Volgens hem kan klager aan het feit dat hij gedurende enkele jaren een te hoog bedrag aan invaliditeitspensioen heeft ontvangen, niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat dit onjuist berekende bedrag niet zou worden gecorrigeerd en blijvend zou worden uitgekeerd. Het vertrouwensbeginsel strekt volgens hem ook niet zo ver dat hij daardoor verplicht zou zijn een besluit te handhaven dat in strijd is met de wet.

Het betoog van klager slaagt niet. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Het Gerecht zal eerst beoordelen of, zoals APC in de bestreden beschikking op bezwaar heeft beslist, sprake is van een door APC gemaakte fout. De verhoging van 30% zoals volgt uit lid 3 en 4 van artikel 110b van de Plvo geldt inderdaad alleen voor het ouderdomspensioen en niet voor het invaliditeitspensioen. Zoals APC heeft toegelicht, is deze verhoging bedoeld als compensatie voor ambtenaren die langer moeten doorwerken vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 65 jaar. Het Gerecht vindt voor dit oordeel ook steun in de toelichting bij artikel 110b van de Plvo. Daarin staat onder andere:

[…]

“Degenen die op of na 1 januari 1957 zijn geboren, met uitzondering van degenen met een vut-uitkering, krijgen pas recht op ouderdomspensioen als ze 65 jaar zijn. Om deze verhoging van de pensioenleeftijd te compenseren, wordt het bedrag van het opgebouwde pensioen tot het moment van inwerkingtreding van deze regeling verhoogd met 30%.”

[…]

Verder is met de gevolgen van verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 65 op het invaliditeitspensioen rekening gehouden door middel van het zesde lid van artikel 27 van de Plvo. Immers, dit wetsartikel bepaalt dat bij de berekening van het invaliditeitspensioen ook de tijd die de betreffende overheidsdienaar tot zijn of haar 65ste levensjaar had kunnen werken, wordt meegerekend. Dit betekent dat het invaliditeitspensioen van klager ten onrechte met 30% was verhoogd. APC heeft dus een fout gemaakt bij het berekenen van het invaliditeitspensioen van klager.

Voor wat betreft het door klager gedane beroep op het vertrouwensbeginsel overweegt het Gerecht als volgt. Uit vaste rechtspraak volgt dat aan een in het verleden door het bestuursorgaan gemaakte fout bij de besluitvorming niet een rechtens te honoreren vertrouwen kan worden ontleend dat het bestuursorgaan die fout in de toekomst moet blijven herhalen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt al om die reden niet.

Uit het voorgaande volgt dat klager ook aan de door APC voorafgaand aan het directiebesluit gemaakte berekeningen niet het vertrouwen kon ontlenen dat de geprojecteerde bedragen niet meer zouden worden gewijzigd.

Is er sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel?

Klager voert verder aan dat het in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is om bijna 6 jaar later zonder zijn toestemming het aan hem toegekende invaliditeitspensioen te verlagen. Het zesde lid van artikel 92 van de Plvo biedt APC ook de mogelijkheid om af te zien van zo’n herziening. APC heeft zonder enige toelichting nagelaten gebruik te maken van die mogelijkheid.

Ook deze beroepsgrond slaagt niet. APC heeft het pensioenbesluit van klager niet met terugwerkende kracht herzien. Bij het directiebesluit van 15 september 2023 is het invaliditeitspensioen van klager immers herzien met ingang van 1 januari 2024. Al in september 2023 is dus aan klager kenbaar gemaakt dat het invaliditeitspensioen pas vanaf januari 2024, dus niet met terugwerkende kracht en evenmin met onmiddellijke ingang, zal worden aangepast. Al gelet op deze omstandigheden faalt het beroep van klager op het rechtszekerheidsbeginsel.

Voor wat betreft het niet afzien van de herziening overweegt het Gerecht als volgt. Het zesde lid van artikel 92 van de Plvo bepaalt, voor zover hier van belang, dat APC kan afzien van herziening indien vijf jaren zijn verstreken na de datum waarop de reden voor de herziening bij APC bekend was of redelijkerwijs had kunnen zijn.

APC stelt dat zij pas in 2021 erachter is gekomen dat de 30% verhoging ten onrechte was toegepast op het invaliditeitspensioen van gerechtigden. APC heeft toegelicht dat in het geval van een andere gerechtigde de duurtetoeslag berekend moest worden en dat op dat moment deze fout is geconstateerd. Omdat het een fout in het systeem betrof moest APC eerst inventariseren bij hoeveel gerechtigden deze fout is gemaakt alvorens hij tot correctie daarvan kon overgaan. Gezien deze toelichting van APC kan niet gezegd worden dat APC al vijf jaar of langer van deze fout afwist of redelijkerwijs had moeten weten. Van een situatie zoals bedoeld in het zesde lid van artikel 92 van de Plvo is daarom geen sprake.

Conclusie en gevolgen

De slotsom is dat het Gerecht zich onbevoegd zal verklaren om kennis te nemen van het beroep tegen de pensioenslip van januari 2024. Het Gerecht komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dat beroep. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van APC zal ongegrond worden verklaard omdat de beroepsgronden van klager niet slagen. Dit betekent dat de beslissing op bezwaar van APC, waarbij de herziening van het invaliditeitspensioen van klager met ingang van 1 januari 2024 is gehandhaafd, in stand blijft.

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken:

in de zaak CUR202400338

– verklaart het beroep ongegrond.

in de zaak CUR202400477

– verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025, te Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier, P.N.F. Pereira do Tanque.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;

in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;

een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;

vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Bijlage

Pensioenlandsverordening overheidsdienaren

[…]

Artikel 27

[…]

6. Onverminderd het eerste tot en met vijfde lid wordt bij de berekening van het

invaliditeitspensioen mede als diensttijd in aanmerking genomen de tijd die de

betrokken overheidsdienaar tot zijn 65ste levensjaar zou hebben kunnen vervullen,

indien hij niet wegens ongeschiktheid zou zijn ontslagen waarbij als de op die tijd

betrekking hebbende pensioengrondslag geldt de pensioengrondslag die is gehanteerd

met betrekking tot het tijdvak dat ligt onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag

wegens ongeschiktheid.

7. Het invaliditeitspensioen van de gepensioneerde overheidsdienaar die nog niet de

leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, wordt verhoogd met een tijdelijk pensioen ter grootte

van een overeenkomstig het eerste en tweede lid berekend percentage van de franchise

die geldt voor de pensioengrondslag, bedoeld in het zesde lid. Het tijdelijk pensioen

vervalt met ingang van de dag waarop de gepensioneerde overheidsdienaar de leeftijd

van 65 jaar bereikt. Bij de toepassing van het vijfde lid wordt in de plaats van het

wettelijk ouderdomspensioen, het berekende tijdelijk pensioen meegenomen.

[…]

Artikel 90

1. Het lichaam en ieder wiens belang rechtstreeks is betrokken bij een beslissing van het bestuur ter uitvoering van deze landsverordening, kan met vermelding van zijn bezwaar tegen die beslissing schriftelijk bij het bestuur een verzoek indienen om over dat bezwaar te beslissen en dienovereenkomstig de aanvankelijke beslissing door een andere te vervangen.

2. Het verzoek moet worden ingediend binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aanvankelijke beslissing, dan wel binnen dertig dagen na de dag waarop de belanghebbende redelijkerwijs van die beslissing kennis heeft kunnen nemen.

3. Ten aanzien van een besluit van een lichaam ter uitvoering van deze landsverordening kan een beslissing van het bestuur worden verzocht. Op de beslissing zijn het eerste en het tweede lid mede van toepassing.

4. De beslissing van het bestuur op een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid, is gedagtekend en behelst:

a. de dag van inwerkingtreding;

b. de gronden en de wettelijke bepalingen waarop zij steunt;

c. de naam en het adres van het gerecht waarbij beroep kan worden ingesteld, en de beroepstermijn.

[…]

Artikel 91

1. Iedere natuurlijke persoon wiens belang rechtstreeks is betrokken bij een beslissing van het bestuur als bedoeld in artikel 90, vierde lid, kan daartegen bij het gerecht in ambtenarenzaken beroep instellen.

[…]

Artikel 92

1. Het bestuur herziet een genomen beslissing indien:

an die beslissing een feitelijke onjuistheid ten grondslag ligt, of

na die beslissing blijkt dat daaraan andere feiten ten grondslag hadden moeten worden gelegd.

2. Indien na een beslissing van het bestuur de feiten waarmee in die beslissing rekening is gehouden zodanig zijn gewijzigd, dat die beslissing anders zou luiden indien zij nog genomen zou moeten worden, wijzigt het bestuur de beslissing, rekening houdend met de gewijzigde feiten.

3. Het bestuur herstelt een genomen beslissing omtrent de toekenning, herziening, wijziging of betaalbaarstelling van een pensioen, indien daarin een onjuistheid, anders dan bedoeld in het eerste of het tweede lid, voorkomt.

4. Een herzieningsbeslissing, een wijzigingsbeslissing en een herstelbeslissing vermelden de dag van de inwerkingtreding. Bij een herzieningsbeslissing is deze dag dezelfde als die waarop de herziene beslissing in werking is getreden, tenzij een latere dag wordt bepaald.

5. Het bestuur stelt de belanghebbende in kennis van de gronden waarop een herzieningsbeslissing, een wijzigingsbeslissing of een herstelbeslissing steunt.

6. Indien vijf jaren zijn verstreken na de datum waarop de gronden voor een overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid voor herziening, wijziging of herstel vatbare beslissing bij het bestuur bekend waren of redelijkerwijs hadden kunnen zijn, kan het bestuur het bepaalde in die leden buiten toepassing laten.

[…]

Artikel 110b

1. Voor de overheidsdienaar die als diensttijd in aanmerking komende tijd heeft die is gelegen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 30a en die op dat tijdstip jonger is dan 60 jaar, geldt voor die gehele tijd, in afwijking van artikel 27, eerste en tweede lid, het bedrag dat gelijk is aan het jaarlijkse bedrag van het pensioen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, dat zou hebben gegolden indien de overheidsdienaar onmiddellijk voorafgaande aan dat tijdstip recht op dat pensioen zou hebben verkregen, als aanspraak op pensioen, bedoeld in artikel 27, derde lid. Indien artikel 30a gedurende het jaar in werking treedt, wordt voor de berekening van de voor dat jaar geldende aanspraak op pensioen het bedrag, bedoeld in de vorige volzin, vermeerderd met het bedrag dat in dat jaar, na de inwerkingtreding van artikel 30a, ingevolge artikel 27, tweede lid, voor de berekening van het pensioen meetelt.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 30a gewezen overheidsdienaren voor wat betreft hun uitzicht op pensioen.

3. Het ouderdomspensioen van de degenen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt, indien dat pensioen wordt toegekend met ingang van de dag waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt, verhoogd met het bedrag bedoeld in het vierde lid.

4. Het bedrag van de verhoging bedoeld in het derde lid, is gelijk aan het produkt van 0,3 en het bedrag van de aanspraak op pensioen, bedoeld in het eerste lid.

[…]


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.