ECLI:NL:OGEABES:2025:124 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 05-11-2025 / BON202500450
De Voogdijraad heeft op verzoek van vader verlaging van de kinderalimentatie verzocht (art. 1:401 BW BES). De gestelde bijzondere omstandigheden hebben zich niet voorgedaan na de gewezen beschikking tot vaststelling van de kinderalimentatie. Verkapt hoger beroep. Niet-ontvankelijk.
4 min de lecture · 713 mots
Inhoudsindicatie. De Voogdijraad heeft op verzoek van vader verlaging van de kinderalimentatie verzocht (art. 1:401 BW BES). De gestelde bijzondere omstandigheden hebben zich niet voorgedaan na de gewezen beschikking tot vaststelling van de kinderalimentatie. Verkapt hoger beroep. Niet-ontvankelijk.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500450
datum beslissing: 5 november 2025
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te Bonaire (hierna: [minderjarige 1]),
en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 te Bonaire (hierna: [minderjarige 2]),
als belanghebbenden worden aangemerkt:
[vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
en
[moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
1De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 3 september 2025 op de griffie van het gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2025. De vader en de moeder zijn verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker Voogdijraad] verschenen.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat over twee weken uitspraak zal worden gedaan.
2De beoordeling
De vader en de moeder hebben een relatie gehad. Uit die relatie zijn
de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. De vader en de moeder zijn inmiddels uit elkaar.
In haar beschikking van 15 mei 2024 (registratienummer: BON202300187) heeft het gerecht bepaald dat de vader een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (kinderalimentatie) van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de Belastingdienst Caribisch Nederland moet betalen. De bijdrage voor [minderjarige 1] is bepaald op $ 143,00 per maand en voor [minderjarige 2] op $ 188,00 per maand.
Met haar verzoekschrift van 3 september 2025 heeft de Voogdijraad namens de vader verzocht de maandelijkse bedragen voor kinderalimentatie te verlagen naar $ 164,00 voor [minderjarige 2] en $ 49,00 voor [minderjarige 1]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Voogdijraad haar verzoek gewijzigd en verzocht de maandelijkse bedragen voor kinderalimentatie te verlagen naar $ 164,00 voor [minderjarige 2] en $ 60,00 voor [minderjarige 1].
Op grond van artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek BES (hierna:
BW BES) kan het bedrag aan kinderalimentatie dat door het gerecht is vastgesteld worden gewijzigd als sprake is van gewijzigde omstandigheden.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter aan de vader gevraagd waar de gewijzigde omstandigheden uit bestaan. De vader heeft verklaard dat hij na ontvangst van de beschikking van 15 mei 2024 naar de Voogdijraad is gegaan om zijn bezwaar tegen die beschikking kenbaar te maken. De Voogdijraad is met haar berekening die ten grondslag ligt aan de bedragen voor kinderalimentatie uit de beschikking van 15 mei 2024 uitgegaan van een glutenvrij dieet voor [minderjarige 1], maar de vader gelooft niet dat [minderjarige 1] glutenvrij moet eten en heeft daarvan geen bewijs gezien. Daarom zijn de bedragen voor kinderalimentatie uit de beschikking van 15 mei 2024 volgens de vader te hoog vastgesteld.
Naar het oordeel van het gerecht is de Voogdijraad niet-ontvankelijk in haar verzoek. Als een verzoeker stelt dat ná de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht een wijziging in de omstandigheden op grond van artikel 1:401 BW BES heeft voorgedaan waardoor de beslissing in de beschikking niet in stand kan blijven, dan is een verzoeker ontvankelijk in haar verzoek. Daarvan is geen sprake. De vader is het niet eens met de beslissing van het gerecht van 15 mei 2024, maar dat is niet vanwege omstandigheden die zich ná 15 mei 2024 hebben voorgedaan. De vader is het niet eens met de vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie vanwege een glutenvrij dieet van [minderjarige 1]. Maar alleen door het instellen van een rechtsmiddel kan geprobeerd worden een ander oordeel te krijgen over een verzoek waarover het gerecht al heeft beslist (‘hoger beroep’). Dat heeft de vader niet gedaan omdat hij dit te duur vond en daarvoor is het nu te laat. Daarom wordt de Voogdijraad niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
3De beslissing
Het gerecht:
verklaart de Voogdijraad niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...