ECLI:NL:OGEABES:2025:47 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 22-10-2025 / BON202500546 en BON202500547
De Voogdijraad heeft het verzoek gedaan twee minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht te stellen. De voorlopige ondertoezichtstelling is voor de duur van het onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling toegewezen.
4 min de lecture · 719 mots
Inhoudsindicatie. De Voogdijraad heeft het verzoek gedaan twee minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht te stellen. De voorlopige ondertoezichtstelling is voor de duur van het onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling toegewezen.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummers : BON202500546 en BON202500547
datum beslissing : 22 oktober 2025
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te Beverwijk,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te Beverwijk,
hierna samen te noemen: de kinderen,
als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader],
wonende te IJmuiden,
hierna: de vader,
gemachtigde: mr. A.F. van Toll,
en
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
procederend in persoon.
1De procedure
De kinderen zijn van 20 december 2023 tot medio juni 2025 onder toezicht gesteld met benoeming van een gezinsvoogd van ZJCN, teneinde het contact met de vader die nog in Nederland woont te herstellen, een omgangsregeling tussen hem en de kinderen vast te stellen en afspraken hierover tussen de ouders vast te leggen.
Deze ondertoezichtstelling is (negatief) afgesloten. Daarna is de begeleiding van de kinderen en de ouders door ZJCN voortgezet in een vrijwillige kader.
Op 21 augustus 2025 heeft de vader een verzoekschrift ingediend op de voet van artikel 1: 253a BW BES waarin hij onder meer verzoekt om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen (bekend onder registratienummer BON202500457). De mondelinge behandeling in die zaak heeft op 22 oktober 2025 plaatsgevonden.
Tijdens deze mondelinge behandeling heeft de Voogdijraad op grond van artikel 1:257 BW BES het verzoek gedaan de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen in afwachting van een eventueel verzoek tot definitieve ondertoezichtstelling. Vader en moeder hebben beiden verklaard geen bezwaar te hebben tegen het uitspreken van een voorlopige ondertoezichtstelling. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan en het verzoek van de Voogdijraad toegewezen. In deze beschikking is de beslissing op het verzoek van de Voogdijraad uitgewerkt.
2De beoordeling
In 2016 zijn vader en moeder na een affectieve relatie uit elkaar gegaan. Vader en moeder hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige kinderen. Vader heeft toestemming verleend aan moeder om met de kinderen naar Bonaire te verhuizen. Op 10 augustus 2019 heeft die verhuizing plaatsgevonden.
Volgens ZJCN werkt moeder onvoldoende mee aan de vrijwillige hulpverlening, terwijl er grote zorgen zijn dat de kinderen zodanig opgroeien, dat hun zedelijke of geestelijke belangen en/of hun gezondheid ernstig worden bedreigd en dat andere middelen om deze bedreiging te voorkomen hebben gefaald of naar verwachting zullen falen. Daarom heeft ZJCN op 3 oktober 2025 de Voogdijraad verzocht om (opnieuw) een beschermingsonderzoek uit te voeren. Uit het uitgebreide verzoek hiertoe van ZJCN blijkt dat de opvoedingsomgeving van de kinderen wordt gekenmerkt door instabiliteit, beperkte basisvoorzieningen en een gebrek aan veiligheid. De opvoedstijl van moeder wordt door ZJCN als dominant en wisselend beschreven. Er is sprake van zowel fysieke als psychische onveiligheid en emotionele verwaarlozing. Moeder staat beperkt open voor hulp en geeft geen toestemming voor kindgesprekken of contact met school of voor (onaangekondigde) huisbezoeken, waardoor zicht op de ontwikkeling van de kinderen ontbreekt. Binnen het gezin zijn spanningen en conflicten. Vader woont in Nederland en is op afstand betrokken. Het contact tussen de ouders is ernstig verstoord.
Gelet op het voorgaande heeft de rechter aan het eind van de mondelinge behandeling het verzoek van de Voogdijraad tot de voorlopige ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van het onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling (maximaal 3 maanden) toegewezen.
3De beslissing
Het gerecht:
stelt de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te Beverwijk, hangende het onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling, voorlopig onder toezicht, voor de duur van drie maanden,
stelt de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te Beverwijk, hangende het onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling, voorlopig onder toezicht, voor de duur van drie maanden,
bepaalt dat een gezinsvoogd van ZJCN belast wordt met het toezicht op deze minderjarigen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is op 22 oktober 2025 mondeling uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier en op 28 oktober 2025 op schrift gesteld.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...