ECLI:NL:OGEAC:2025:99 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 22-01-2025 / 500.00264/24

Vervoeren van ruim 1200 kilogram cocaïne per boot. Gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren met aftrek van het voorarrest. Verbeurdverklaring van een GPS-systeem van het merk Garmin.

Source officielle

13 min de lecture 2 692 mots

Inhoudsindicatie. Vervoeren van ruim 1200 kilogram cocaïne per boot. Gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren met aftrek van het voorarrest. Verbeurdverklaring van een GPS-systeem van het merk Garmin.

Parketnummer: 500.00264/24

Uitspraak: 22 januari 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats](ZVWOVHTL),

thans alhier gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2025 De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.B.S. Loth, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. V. Girigoria-Hernandez, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts de verbeurdverklaring van de volgende in beslag genomen voorwerpen (op basis van pagina 18 en 22 van het einddossier), te weten een GPS-systeem van het merk Garmin, een mobiele telefoon van het merk Redme, een spot tracer, een powerbank en drie apparaten met bedrading (twee wit van kleur en een (1) grijs van kleur). Tevens vordert zij de teruggave van de persoonlijke spullen aan verdachte.

De raadsman heeft – in de kern – bepleit dat verdachte niet wist dat ze drugs gingen vervoeren.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 september 2024, althans in de maand september 2024 in de internationale wateren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd (daaronder begrepen "invoer" in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 2024), en/of doorgevoerd en/of vervoerd, en/of in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 1.285.710 gram van een materiaal bevattende cocaïne, althans een hoeveelheid cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde (een) middel(en) als bedoeld in artikel Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);

(artikel 3 jo 11-1 van de Opiumlandsverordening 2024)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is en dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM)

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van onderhavig dossier onvoldoende is komen vast te staan dat de interceptie van de verdachten heeft plaatsgevonden in internationale wateren. De raadsman heeft aan het voorgaande de conclusie verbonden dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging (OVAR). Het Gerecht begrijpt het verweer van de raadsman zo dat de autoriteiten van Curaçao niet hadden mogen overgaan tot aanhouding van de verdachte en zijn medeverdachten, nu zij zich ten tijde van de interceptie in de territoriale wateren van Venezuela bevonden, en aldus de rechtsmacht van Curaçao ontbrak. Dit betreft naar het oordeel van het Gerecht geen OVAR-verweer, maar een verweer met betrekking tot de ontvankelijkheid van het OM. Het Gerecht zal het verweer dan ook beoordelen in het kader van de vraag of het OM ontvankelijk is in zijn vervolging en overweegt als volgt:

Het Gerecht is – anders dan de verdediging – van oordeel dat uit het dossier genoegzaam blijkt dat het personeel van de Zr. Ms. Holland, onder leiding van de Kustwacht Caribisch gebied, de aanhouding van verdachte heeft verricht in de internationale wateren. Dit blijkt onder meer uit het proces-verbaal van bevindingen GPS locaties d.d. 1 oktober 2024, alsook uit het rapport van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de Kustwacht Caribisch gebied van 22 september 2024. Voorts stelt het Gerecht vast dat uit dezelfde stukken volgt dat ook het overboord gooien van de drugs plaatsvond in internationale wateren.

Zoals de verdediging zelf ook opmerkt wordt hierbij uitdrukkelijk melding gemaakt van het feit dat mogelijke (nihile) afwijkingen van coördinaten als gevolg van het omrekenen van de verschillende coördinaten geen gevolg hebben voor de conclusie of het binnen of buiten de internationale wateren ligt.

Aldus heeft het Gerecht, anders dan de verdediging, geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van de Kustwacht dat de onderhavige interceptie heeft plaatsgevonden in internationale wateren.

Het Gerecht is dan ook van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging.

Het gerecht stelt tot slot vast dat er dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht – op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging, in onderling verband en samenhang beschouwd – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 september 2024 in de internationale wateren, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad ongeveer 1.285.710 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening 1960;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Een proces-verbaal van 22 september 2024 (09/2024/LVVM/008), opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 21 september 2024, omstreeks 05:50 uur, bevond de “H-01” (het Gerecht begrijpt: de Zr.Ms. Holland) zich in de geografische positie “10“ 53’ 000” N / 067“ 46’ 360” W”, in internationaal water welteverstaan. Op zaterdag 21 september 2024, omstreeks 06:18 uur, zag ik, [verbalisant 2] , een geel gekleurde baal in het water, in de omgeving van een indicatie boei die de “03” tijdens de achtervolging in het water heeft gegooid. De baal werd direct uit het water gehaald. Nadat ik, [verbalisant 2], de eerste baal aan boord had, voeren wij, met de “08" verder

richting de “03”. Op zaterdag 21 september 2024, omstreeks 06:20 uur, in de geografische positie “10“ 54’ 010” N / 067“ 48’ 820” W”, voer ik. [verbalisant 1], met de “03” langszij het verdachte vaartuig, welke geen vlag, naam of registratie nummer had. Deze werd direct stateloos verklaard. Verder zag ik, [verbalisant 1], dat er vier (4) mannelijke personen aan boordwaren. Op zaterdag 21 september 2024, omstreeks 06:21 uur, had ik, [verbalisant 1], de kapitein gevorderd om het vaartuig tot stoppen te brengen. Hieraan voldeed hij. Ik, [verbalisant 1], samen met drie (3) boarding members van het "FLEET MARINE SQUARDON” verder te noemen “FMS", zijn op het verdachte vaartuig overgestapt. Ik, [verbalisant 1], zag dat er in totaal 18 geel gekleurde

alen met vermoedelijk verdovende middelen aan boord waren.

Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2024, proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2], opgesteld door verbalisant [verbalisantnummer 1], voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:

Kijkend naar de drie aangeleverde brondocumenten van de Kustwacht en de Koninklijke Marine kan worden opgemaakt dat de interceptie van de Go Fast plaatsvond in internationale wateren.

Een proces-verbaal van overname verdovende middelen en vier verdachten van het personeel Kustwacht van 21 september 2024, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Tevens hebben wij overgenomen bij de kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied de mannen die door mij, [verbalisant 3], naar hun namen en verdere gegevens opgaven te zijn genaamd:

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 3]

[verdachte]

Vast kwam te staan dat de 38 balen en in totaal 1140 pakken elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witte poeder en brokjes behelsde.

Een proces-verbaal van weging, testen en opsturen van monster naar het laboratorium van 22 september 2024, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4], [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij weging van 1140 in beslag genomen pakken, bleken deze een gezamenlijk brutogewicht van 1285710 gram te hebben. Nadien werd door ons afzonderlijk vanuit 38 pakken monsters genomen en deze afzonderlijk in potjes voorzien van het opschrift nummer 64/2024 code II-B-1 tot en met II-B-38 gedaan.

Een schriftelijk bescheid, zijnde een rapport van het Analytisch Diagnostisch Centrum (ADC) van 24 oktober 2024, opgesteld door [laboratorium medewerker], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onderwerp: 64/II-B-1 t/m II-B-38

Het materiaal bestond uit achtendertig (38) potjes met geringe hoeveelheid witte poeder en brokjes.

Uit de verkregen resultaten moet de conclusie worden getrokken dat het materiaal cocaïne bevat in de zin van de Opiumlandsverordening 1960.

De ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde verklaring van verdachte [verdachte], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij de boot zag ik de pakketten. Wij zagen dat het ging om drugs. Er zijn balen overboord gegooid.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 september 2024, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte], zakelijk weergegeven:

Toen wij aan boord waren zagen wij dat het geen benzine was maar drugs. Gezien de situatie hebben wij toch gekozen om de drugs mee te nemen.

We hebben samen besloten toch te gaan.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 september 2024, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1], zakelijk weergegeven:

Het doel van de reis was om drugs over te brengen. We wisten van tevoren wat we moesten gaan doen. Door de omvang van de balen kan ik mij voorstellen dat het cocaine zal zijn.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 september 2024, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2], zakelijk weergegeven:

V: Was je op de hoogte dat er verdovende middelen aan boord waren?

A: Ja, wij wisten dat het ging over drugs.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 september 2024, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 3], zakelijk weergegeven:

V: Wat was de lading op de boot?

A: Ik wist wel dat het iets illegaals was.

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsman heeft betoogd, blijkt uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting alsook uit zijn verklaring bij de politie, dat hij voorafgaand aan de reis wist dat het om transporteren van verdovende middelen zou gaan. Ondanks deze wetenschap en zonder de inhoud van de pakketten/balen te controleren, heeft de verdachte zich, op zijn minst genomen, willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij, samen met zijn medeverdachten, cocaïne zou gaan vervoeren.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 3 juncto artikel 11 van de Opiumlandsverordening 1960.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, lid 1, onder B en C, van de Opiumlandsverordening 1960.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben en vervoeren van een zeer grote hoeveelheid cocaïne (ruim 1200 kilogram). De hoeveelheid was van dien aard, dat moet worden aangenomen dat deze bestemd was voor verdere verspreiding en handel. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stof, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de gebruikers daarvan en voor de maatschappij. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaat bovendien vaak gepaard met geweldscriminaliteit en leidt tot vele andere vormen van criminaliteit bij de verslaafden. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Het Gerecht rekent dit de verdachte aan.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin is echter geen oriëntatiepunt opgenomen voor “invoer/aanwezig hebben” van hoeveelheden van meer dan 25 kilogram cocaïne. In dit geval heeft de verdachte ruim 1200 kilogram vervoerd. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf, is daarom vooral acht geslagen op straffen die rechters in vergelijkbare gevallen hebben opgelegd.

Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De raadsman en de verdachte hebben in dat verband met name gewezen op de (open) proceshouding van verdachte, de slechte economische thuissituatie en de afhankelijkheid van diverse gezinsleden van het inkomen van de verdachte.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur.

Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren, met aftrek van het voorarrest, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een of meerdere GPS-syste(e)m(en) van het merk Garmin, een mobiele telefoon van het merk Redme, een spot tracer, een powerbank en drie apparaten met bedrading (twee wit van kleur en een (1) grijs van kleur) waarvan ter terechtzitting is gebleken dat met behulp daarvan het feit is begaan, zullen verbeurd worden verklaard.

De inbeslaggenomen persoonlijke voorwerpen van verdachte dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zes (6) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een (of meerdere) GPS-syste(e)m(en) van het merk Garmin, een mobiele telefoon van het merk Redme, een spot tracer, een powerbank en drie apparaten met bedrading (twee wit van kleur en een (1) grijs van kleur);

gelast de teruggave van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven persoonlijke voorwerpen van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.R. Bracht, bijgestaan door mr. L. Witte, (zittingsgriffier), en op 22 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Voetnoten

  1. Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Divisie Georganiseerde Criminaliteit) d.d. 5 december 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]”.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.