ECLI:NL:OGHACMB:2025:219 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-03-2025 / H-121/24

Onderzoek Themis. Ontnemingsbeslissing.

Source officielle

35 min de lecture 7 658 mots

Inhoudsindicatie. Onderzoek Themis. Ontnemingsbeslissing.

Zaaknummer: H-121/24

Parketnummer: 500.00349/22

Uitspraak: 20 maart 2025 Tegenspraak

Beslissing

Gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht), van 27 mei 2024 op de vordering ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 1:77 van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de schatting van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van NAf 905.409,44 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van NAf 288.939,71 aan het Land Curaçao. Voorts heeft het Gerecht bepaald dat bij gebreke van volledige betaling of verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 365 dagen.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen. Aan het onderzoek op de terechtzittingen van 20 tot en met 23 januari 2025 is met instemming van het openbaar ministerie en de veroordeelde een schriftelijke wisseling van standpunten voorafgegaan, waarbij de procureur-generaal (op 3 december 2024) en de raadsman (op 7 januari 2025) ieder een schriftelijke conclusie hebben ingediend. Op 20 maart 2025 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten, heropend en vervolgens uitspraak gedaan.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, en van wat door de veroordeelde en zijn raadslieden, mr. O.E. Kostrzewski en mr. Y. Moszkowicz, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof de beslissing waarvan beroep zal vernietigen met vaststelling van de schatting van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: WVV) op een bedrag van NAf 689.229,44 en oplegging aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling van

Naf 255.773,55 aan het Land Curaçao ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het openbaar ministerie heeft aangegeven zich met de ontnemingsbeslissing van het Gerecht te verenigen, behalve voor wat betreft de beslissing dat vervolgprofijt op het bezit van de woning is genoten. De opbrengst van de verbeurd verklaarde woning behelst NAf 338.167,16, aldus de procureur-generaal. Ook heeft de veroordeelde een hoger bedrag aan legale inkomsten genoten, te weten NAf 42.000,- uit loterij inkomsten. En ten slotte dient de betalingsverplichting met NAf 9.300,- gematigd te worden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De raadsman heeft – kort samengevat – bepleit dat niet kan blijken dat de veroordeelde voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten. Als de eenvoudige kasopstelling als onderbouwing van wederrechtelijk voordeel wordt gebruikt, dient de ontnemingsvordering te worden afgewezen. Daarvoor heeft de raadsman aangedragen dat van een hoger beginsaldo moet worden uitgegaan en aan de veroordeelde in de periode 2015-2020 een veel hoger bedrag aan legaal inkomen moet worden toegeschreven dan het Gerecht heeft gedaan. De door de veroordeelde gedane uitgaven zijn niet dermate hoog dat deze onverklaarbaar zijn in het licht van de legale inkomsten van de veroordeelde. De raadsman heeft ook betoogd dat de marktwaarde van de (verbeurdverklaarde) woning van de veroordeelde, NAf 975.000,-, het bedrag is dat in mindering moet worden gebracht op het te ontnemen bedrag. Als ook de waarde van de overige verbeurdverklaarde goederen op dat te ontnemen bedrag in mindering wordt gebracht, zal het te ontnemen bedrag op nul uitkomen. Tot slot heeft de raadsman bepleit dat het Hof in ieder geval rekening moet houden met de overschrijding van de redelijke termijn, hetgeen een matiging van NAf 5.000,- zou moeten opleveren.

Beslissing waarvan beroep

De beslissing waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het Hof tot een ander oordeel komt.

Grondslag ontnemingsbeslissing

Bij vonnis van 20 maart 2025 van het Hof is de veroordeelde in de aan deze ontnemingszaak ten grondslag liggende strafzaak (geregistreerd onder zaaknummer H-128/22) in hoger beroep veroordeeld voor – kort gezegd – (feit 1) deelneming aan een organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven, (feit 2) medeplegen van gewoontewitwassen. Deze feiten zijn gepleegd in de periode van

1 januari 2015 tot en met 26 november 2020.

Het vonnis van 20 maart 2025 is nog niet onherroepelijk.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:77 van het Wetboek van Strafrecht moet in de ontnemingsprocedure worden onderzocht of de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezen

verklaarde (feit) of andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Het Hof is van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de veroordeelde door middel van of uit de baten van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het Hof grondt zijn beslissing op de in het strafvonnis opgenomen bewijsmiddelen die aan de bewezenverklaring ten grondslag liggen en op de feiten en omstandigheden die in de voetnoten van de in deze ontnemingsbeslissing genoemde bewijsmiddelen zijn vervat. Het Hof verenigt zich eveneens met hetgeen ten aanzien van voornoemde feiten in de nadere bewijsoverweging van het strafvonnis is opgenomen.

Vaststelling van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De berekenmethode

Het Gerecht heeft hieromtrent het volgende (cursief weergegeven) overwogen.

“In de onderhavige zaak is de schatting van het WVV gebaseerd op het financieel rapport en de daarmee samenhangende processen-verbaal van bevindingen over de inkomsten en uitgaven van de betrokkene op basis van de daaraan ten grondslag liggende facturen en/of andere documenten. Bij de bepaling van de hoogte van het WVV is zoals hiervoor vermeld als berekeningsmethode de eenvoudige kasopstelling gehanteerd.

Het gaat bij deze methode om het verbinden van gevolgtrekkingen aan de uitkomst van een vergelijking van twee saldi. Het eerste betreft het totaal aan contante uitgaven (en bankstortingen) die een persoon heeft verricht in een bepaalde periode, tezamen met het eindsaldo aan contant geld van die periode. Het tweede saldo betreft het legale contante geld dat voor die persoon gedurende de onderzochte periode voor uitgaven beschikbaar is gekomen, te weten het totaal aan legale contante ontvangsten (en bankopnames) gedurende de periode, samen met het beginsaldo aan contant geld. De mate waarin het eerste saldo het tweede overstijgt legt een onverklaarbare bron van contante gelden bloot van een omvang ten minste gelijk aan die van het surplus. Dit kan worden aangemerkt als WVV, indien dit bedrag aan de veroordeelde kan worden toegeschreven (en niet aan derden).

De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat in de onderhavige zaak de contante bankstortingen (evenals contante bankopnames) in het voordeel van de veroordeelde niet zijn meegenomen in de berekening, evenals een onbekend bedrag aan kosten van levensonderhoud in die periode.”

Het Hof verenigt zich met deze overwegingen en neemt deze over.

Het beginsaldo

De raadsman heeft in hoger beroep herhaald dat het beginsaldo van

NAf 1.000,- in de kasopstelling te laag is vastgesteld. Het bedrag is onrealistisch omdat de veroordeelde om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien over veel meer contante geldbedragen heeft moeten kunnen

beschikken, deels afkomstig uit zijn bedrijf genaamd [bedrijf] (hierna: [bedrijf]). De raadsman verzoekt daarom uit te gaan van een beginsaldo van minstens NAf 10.000,- nu dit gezien de levensstijl van client een meer realistisch bedrag zou zijn, aldus de raadsman.

Met betrekking tot dit verweer heeft het Gerecht het volgende (cursief weergegeven) overwogen.

“Het Gerecht overweegt dat de vermogenspositie van de veroordeelde gebaseerd is op de legale inkomsten uit zijn onderneming [bedrijf], aangezien van de betrokkene geen andere legale bronnen van inkomsten bekend zijn geworden. De veroordeelde heeft bij de Belastingdienst aangegeven dat hij in 2014 een verlies van ongeveer

NAf 14.000 heeft gehad.

Zijn boekhouder [getuige] heeft bij de rechter-commissaris op 21 februari 2024 verklaard dat zij vanaf 2014 tot 2020 de boekhouding deed voor [bedrijf].

Zij deed dit op basis van de gegevens die de veroordeelde haar aanleverde. Bij aanvang van haar werkzaamheden was zijn truki-pan die hij had meegenomen uit Nederland zijn enige bezitting. Hoewel het gezien de levensstijl en bezittingen van de veroordeelde waarschijnlijk is dat de veroordeelde op 1 januari 2015 over een groter vermogen beschikte zoals de raadsman stelt, is dit bij gebrek aan concrete en verifieerbare gegevens niet aannemelijk geworden, nog daargelaten de vraag of dit vermogen dan legaal was. Het had op de weg van de verdediging gelegen om een deugdelijke, concrete en onderbouwde berekening van zijn (legale) beginvermogen te geven. Gelet op het voorgaande zal het Gerecht daarom – in het voordeel van de veroordeelde nu sprake was van negatieve winst – uitgaan van een bedrag van NAf 1.000,-.”

Het Hof verenigt zich met deze overwegingen en neemt deze over.

De inkomsten

In het vonnis (in hoger beroep) in de strafzaak is vastgesteld dat

de legale inkomsten van de veroordeelde uit zijn onderneming [bedrijf] in de bewezenverklaarde periode vanaf 2015 tot 2020 neerkomt op een bedrag van

NAf 105.125,-. De hoogte van deze inkomsten wordt door de raadsman niet betwist. Daarnaast heeft het Hof – zoals door de raadsman was bepleit – in het voordeel van de veroordeelde aangenomen dat hij voor een bedrag van in totaal NAf 163.675 aan legale gok- en loterijwinsten heeft gehad. Bovendien heeft het Hof – opnieuw op pleidooi van de raadsman – aannemelijk geacht dat de veroordeelde door de verkoop van een aanhangwagen (door de raadsman mobile kantine genoemd) en een Ford 2006 legaal een bedrag van in totaal NAf 40.000,- heeft verworven.

Op grond hiervan komen de totale inkomsten van de veroordeelde op een bedrag van NAf 104.625,- + NAf 163.675 + NAf 40.000,- = NAf 308.300,-

De uitgaven

Het Hof overweegt hieromtrent als volgt. De cursief weergegeven overwegingen, zijn overwegingen van het Gerecht waarmee het Hof zich verenigt en die het Hof overneemt.

Het Gerecht neemt in de berekening alleen de bedragen van de facturen mee die in het dossier zijn aangetroffen. Het Gerecht heeft de uitgaven die zijn betrokken in de berekening van het WVV ondergebracht in vijf categorieën te weten:

de facturen

de sieraden

de auto

het kavel en de woning

de vliegtickets.

Ad A: de facturen

In de ontnemingsrapportage worden in de paragrafen 4.2.5 tot en met 4.2.9. de facturen en andere bescheiden beschreven die zien op de contante uitgaven van de veroordeelde in de bewezenverklaarde periode. De raadsman heeft betwist dat de bedragen op de facturen door de veroordeelde zijn uitgegeven en heeft daarbij aangevoerd dat de facturen waarnaar in de ontnemingsrapportage wordt verwezen veelal niet of onleesbaar zijn gevoegd in het dossier. Het bedrag van NAf 410.047,- kan daardoor niet worden gecontroleerd en dus niet worden meegenomen in de berekening. In hoger beroep heeft de raadsman dit pleidooi herhaald. Hij heeft ‘concluderend gesteld’ dat de facturen simpelweg de conclusie dat alle daarop vermelde bedragen door de veroordeelde zijn uitgegeven niet ondersteunen, omdat er teveel onduidelijk is gebleven.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 29 april 2024 ter nadere onderbouwing nog een groot aantal facturen overgelegd alsmede een index met daarin de vindplaatsen van de facturen in het dossier. De raadsman heeft vervolgens ingestemd met een nadere termijn voor een schriftelijke reactie, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Mede omdat door de raadsman de in de berekening betrokken facturen zijn betwist en verzocht om deze buiten beschouwing te laten bij de berekening (zie bijlage 1 bij de conclusie van dupliek), zal het Gerecht per post nagaan welke uitgave kan worden aangemerkt als een contante uitgave van de veroordeelde en voor de veroordeelde.

Vooropgesteld wordt dat tijdens de doorzoeking in de woning van de veroordeelde aan de [adres] op villapark Zuurzak een groot deel van de hier ondergenoemde kwitanties/facturen en andere schriftelijke bescheiden zijn aangetroffen die kunnen worden bestempeld als contante uitgaven. Nu deze stukken in de woning van de veroordeelde zijn aangetroffen, waar de veroordeelde ook daadwerkelijk woonachtig was met zijn gezin, en het facturen betreffen van de bouw dan wel inrichting van de woning die de veroordeelde aan het bouwen en inrichten was, gaat het Gerecht er met de officier van justitie – bij gebreke van concrete aanwijzingen van het tegendeel – van uit dat het aankopen van en voor de veroordeelde zijn en niet van een (willekeurige) derde. Het feit dat de aangetroffen facturen of kassabonnen niet (altijd) op naam van de veroordeelde staan of niet door hem zijn ondertekend of niet aan hem zijn geadresseerd weerlegt het voorgaande dan ook niet, ook nu door de veroordeelde en zijn raadsman niet concreet is aangevoerd door wie of voor wie deze facturen dan wel zijn betaald. Hieronder volgt een opsomming van de uitgaven die

naar het oordeel van het Gerecht door en voor de veroordeelde zijn betaald, welke uitgaven daarna in een schematisch overzicht zijn geplaatst.

De stukken van het dossier houden dienaangaande kort gezegd – het volgende in.

1. Kooyman

Door Kooyman Mega Store Curaçao zijn de volgende gegevens verstrekt. Het gaat om de contante uitgaven van de veroordeelde in genoemde periode. Deze uitgaven zijn met de funmiles pas van de veroordeelde geregistreerd. Het gaat om de volgende uitgaven:

2018: NAf 23.513

2019: NAf 20.363

2020: NAf 17.181,60

Totaal NAf 61.057,60

2. Brievengat Betonindustrie

Tijdens de doorzoeking in de woning van de veroordeelde aan [adres] op villapark Zuurzak is een groot aantal facturen van Brievengat Betonindustrie aangetroffen. Een aantal van deze facturen staat op naam van [persoon], de aannemer van de veroordeelde die de woning heeft gebouwd. Op de meeste facturen staat als afleveradres Zuurzak [nummer] met soms daarbij het telefoonnummer [telefoonnummer] (betreft [adres]). Tevens is een opgave aangetroffen van de werkzaamheden en kosten voor het woonhuis te Zuurzak van 19 februari 2018, opgesteld door [persoon] van [bedrijf] en gericht aan [veroordeelde] met zijn telefoonnummer. De totaalprijs van deze werkzaamheden bedraagt NAf 249.750,-

Ter terechtzitting van 29 april 2024 heeft de officier van justitie een groot aantal facturen van Brievengat Betonindustrie aan het Gerecht overgelegd die zich niet in het dossier bevonden. Deze zijn alsnog in het dossier gevoegd.

Nu al deze facturen in de woning van de veroordeelde zijn aangetroffen dan wel nadien zijn opgevraagd bij de aannemer die het huis van veroordeelde heeft gebouwd en de facturen verwijzen naar zijn woning, of op zijn voor- of achternaam zijn gesteld, gaat het Gerecht ervan uit dat de veroordeelde deze facturen ook heeft betaald. Enige aanwijzing dat dit niet zou zijn gebeurd is door de raadsman niet gesteld en is het Gerecht ook niet gebleken. Integendeel, blijkens de foto's in het dossier is er op het kavel [nummer] te Zuurzak een kapitale villa met zwembad gebouwd die genoemde facturen ruimschoots kunnen verklaren.

De totaalprijs voor deze facturen bedraagt
NAf 112.387,18
.

3. Carribbean Cargo Services en Builders Windows&Doors en Douane

Van Builders Windows&Doors gevestigd te Aruba is het bericht ontvangen dat de veroordeelde op 16 maart 2018 de showroom persoonlijk heeft bezocht en een aankoop heeft gedaan voor ramen en deuren voor een bedrag van AWG 74.232,79. Uit het Border Management System (hierna: BMS) blijkt dat de veroordeelde op 16 maart 2018 inderdaad naar Aruba is gevlogen. Op 6 december 2018 heeft de veroordeelde nog een aankoop gedaan voor een bedrag van AWG 10.907,60 AWG 314,35. De totaalprijs van deze facturen bedraagt derhalve AWG 85.454,74.

Van dit bedrag heeft de veroordeelde op 16 maart 2018 een bedrag van AWG 10.000,- contant aanbetaald

en op 7 mei 2018 nog een bedrag van AWG 19.425,-

. Door de veroordeelde is derhalve contant betaald een bedrag van AWG 29.425,- =
NAf 29.425,-
(wisselkoers is gemiddeld 1,0001 AWG = 1.003,- NAf).

Het resterende bedrag heeft de Stichting [naam stichting] op 2 november 2018 (NAf 44.807,06)

en op 12 december 2018 (NAf 10.907,-) per bank overgemaakt.

Nu deze gefactureerde bedragen niet contant zijn betaald, worden zij niet in de berekening van het WVV meegenomen.

Caribbean Cargo Services heeft deze goederen vervoerd en daarvoor twee facturen gestuurd, te weten op 22 november 2018 voor NAf 4.193,80

en op 19 december 2018 voor NAf 2.700,04.

Totaalbedrag
NAf 6.893,83.
De overige twee in het rapport genoemde bedragen van de Bill of Lading van NAf 3.153,40 en NAf 629,- lijken onderdeel te zijn van deze facturen en zullen daarom niet als afzonderlijke post worden meegenomen.

Op 16 november 2018 en op 18 december 2018 heeft de veroordeelde deze goederen geïmporteerd en de Douanebelasting daarover bedroeg NAf 8.893.20

en NAf 2.205,50

. Beide bedragen zijn contant betaald.

Totaalbedrag is
NAf 11.098,70.

De totaalprijs van deze facturen bedraagt dus: NAf 29.425,- + NAf 6.893,83 + NAf 11.098,70=
NAf 47.417,53.

4. Floor Care

Bij de huiszoeking zijn facturen van Floor Care aangetroffen. Naar aanleiding daarvan zijn de gegevens van de veroordeelde opgevraagd bij Floor Care. In totaal gaat het om vier facturen op naam van de veroordeelde te weten: NAf 346,80 + NAf 1.035,- + NAf 158,60 + NAf 2.900,- =
NAf 4.440,40.
Op twee van deze facturen staat de stempel 'paid'. Er is ook een factuur aangetroffen van Floor Care op naam van [persoon] en deze factuur is betaald door de Stichting [naam stichting] waarvan [persoon] op dat moment UB0 was. Deze factuur wordt, anders dan de officier van justitie heeft gedaan, niet meegenomen in de berekening van het WVV, nu niet aannemelijk is geworden dat de factuur door de veroordeelde (contant) is betaald.

5. Anper

Bij de huiszoeking zijn facturen van koeriersbedrijf Anper NV aangetroffen dat goederen importeert uit de Verenigde Staten. Het gaat in totaal om de volgende drie stukken:

· een factuur van 12 oktober 2018 op naam van [veroordeelde] van NAf 1.001,10 met daarop de stempel: paid

· een besteloverzicht met bijbehorend formulier invoer Douane van 12 oktober 2018 op naam van [persoon] van USD 5.163,76 (omgerekend NAf 9.243,13);

· een factuur van 14 december 2018 op naam van [veroordeelde] van NAf 1.841,20 met daarop de stempel: paid.

Het Gerecht overweegt dat voornoemd besteloverzicht met bijbehorend douane formulier weliswaar in de woning van de veroordeelde is aangetroffen, maar dat niet valt uit te sluiten dat dit bestemd was voor een ander dan de veroordeelde, namelijk voor degene aan wie het besteloverzicht is gericht. Het Gerecht zal dit bedrag niet meenemen in de berekening van het WVV en komt uit op een totaalbedrag
NAf 2.842,30.

6. Caribbean Nautical

Bij de huiszoeking zijn facturen aangetroffen voor de stalling van een boot Boston Whaler Gambino in 2018. De raadsman heeft inhoudelijk geen verweer gevoerd ten aanzien van deze facturen. Volgens het vaartuigenregister staat deze boot op naam van de veroordeelde. De facturen voor de stalling zijn gericht aan de veroordeelde. Het zijn twaalf facturen. Uit een aangetroffen 'statement' valt of te leiden dat er een bedrag van
NAf 3.816,-
is betaald op 14 september 2018, waardoor het Gerecht dit bedrag aanmerkt als een contante uitgave van de veroordeelde.

7. City Furniture

Bij de huiszoeking is een factuur van deze winkel in Miami Florida aangetroffen van omgerekend een bedrag van
NAf 8.439,55
. Deze factuur is door de officier van justitie op 29 april 2024 aan het dossier toegevoegd. De raadsman heeft inhoudelijk geen verweer gevoerd ten aanzien van deze factuur. De factuur is gedateerd 23 november 2018 en staat op naam van de veroordeelde. Uit het BMS blijkt dat de veroordeelde op 22 november 2018 naar Miami is gevlogen.

Gezien het voorgaande neemt het Gerecht deze factuur mee in de berekening.

8. MyMalls

Bij de huiszoeking is een factuur van deze winkel in Miami aangetroffen van omgerekend een bedrag van
NAf 995,44
. Deze factuur is gedateerd 5 februari 2019 en staat op naam van de veroordeelde. Het Gerecht neemt deze factuur dan ook mee in de berekening.

9. Lluveres

Bij de huiszoeking is een factuur van de boekhouder aangetroffen van een bedrag van ANG 2.275,-. Deze factuur is gedateerd 23 mei 2016 en staat op naam van[bedrijf] ter attentie van de veroordeelde. Nu [getuige] bij de rechter-commissaris heeft verklaard alleen zakelijk voor de veroordeelde te hebben gewerkt en niet privé zal het Gerecht deze rekening die betrekking heeft op het voormalige bedrijf van de veroordeelde niet meenemen in de berekening van het WVV.

10. Dijtham Home 'n Garden

Bij de huiszoeking zijn twee kassabonnen aangetroffen van 3 mei 2020 voor een totaalbedrag van
NAf 594,78
. De raadsman heeft inhoudelijk geen verweer gevoerd ten aanzien van deze facturen. Nu deze kassabonnen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde kunnen deze reeds daarom worden aangemerkt als uitgaven van de veroordeelde en niet van een willekeurige derde, en zal voornoemd bedrag worden meegenomen in de berekening.

11. Gomez

Van de bouwmarkt Gomez zijn kassabonnen aangetroffen in de woning van de veroordeelde. Ten aanzien van deze kassabonnen heeft de raadsman aangevoerd dat ze niet of slecht leesbaar zijn en daarom niet gekoppeld kunnen worden aan de veroordeelde of aan zijn adres en ook overigens niet te duiden zijn.

Het Gerecht herhaalt hetgeen hierboven is overwogen dat deze kassabonnen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde en reeds daarom worden aangemerkt als uitgaven van de veroordeelde en niet van een willekeurige derde. Nu de bedragen op de kassabonnen bovendien leesbaar zijn, faalt het verweer van de raadsman en worden de kassabonnen van Gomez meegenomen in de berekening van het voordeel.

In het rapport zijn deze kassabonnen bij elkaar opgeteld tot een bedrag van NAf 9.679,97. Het Gerecht heeft deze kassabonnen aangetroffen in het dossier, met uitzondering van de laatste op 23 mei 2020 voor een bedrag van NAf 3.159,33. Dit bedrag zal dan ook niet worden meegenomen in de berekening. Ook heeft het Gerecht geconstateerd dat de kassa van van 3 juni 2020 voor een foutief bedrag is opgenomen in het rapport en heeft dit bedrag gecorrigeerd tot NAf 961,63. Bij elkaar opgeteld leveren de kassabonnen van Gomez een bedrag op van
NAf 6.574,64.

12. Zwembad

Bij de doorzoeking is een offerte aangetroffen voor de aanleg van een zwembad door [persoon]. Op de foto's van de woning van de veroordeelde die in het rapport zijn gevoegd is te zien dat er een zwembad wordt gebouwd op het kavel van de veroordeelde. De bedragen genoemd in de offerte zijn gelijk aan de handgeschreven bedragen vermeld op de offerte met daarachter de verschillende data waarop deze bedragen kennelijk zijn betaald. Het totaalbedrag dat inmiddels is betaald bedraagt
NAf 5.400,-.

De omstandigheid dat de offerte niet op naam of op het adres van de veroordeelde is gesteld, weerlegt het voorgaande niet zodat ook dit bedrag zal worden meegenomen in de berekening van het voordeel.

13. Kinderacademie

Er zijn drie facturen aangetroffen bij de huiszoeking voor de huiswerkbegeleiding van [persoon] en [persoon], de kinderen van de veroordeelde. Het gaat om een totaalbedrag van
NAf 2.192,-
dat door de veroordeelde in 2019 contant is betaald. Het Gerecht neemt deze factuur dan ook mee in de berekening.

14. Smart Home depot

Bij de doorzoeking is een factuur aangetroffen van Smart Home depot van 26 oktober 2018. Deze factuur betreft de aanschaf van aluminium ramen en deuren voor een bedrag van
NAf 38.810,31.
De factuur is op naam gesteld van [voornaam veroordeelde], hetgeen (verkeerd geschreven) de voornaam van de veroordeelde is en waarop ook zijn telefoonnummer is vermeld. Gelet hierop acht het Gerecht aannemelijk dat ook deze factuur door de veroordeelde is betaald voor de bouw van zijn woning en wordt dit bedrag meegenomen in de berekening van het WVV.

15. Boolchands

Deze kassabon is aangetroffen in de woning van de veroordeelde en betreft aankopen voor verschillende Apple apparatuur voor een totaalbedrag van
NAf 3.398,01.
Het Gerecht neemt deze factuur mee in de berekening.

16. Building Depot

Deze facturen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde en betreffen volgens het rapport een totaalbedrag van NAf 4.620,68. Het Hof rekent alleen de leesbare bonnen mee en komt tot een totaalbedrag van NAf 2151,01.

17. Ferreteria Skerpene

Deze facturen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde en bedragen volgens het rapport een totaalbedrag van NAf 3.411,56. Beide facturen zijn door de officier van justitie op 29 april 2024 aan het dossier toegevoegd. De facturen zijn niet door de raadsman inhoudelijk betwist en het Hof ziet ambtshalve geen reden om deze facturen niet mee te rekenen.

18. Industrias Goncalves

Ook deze facturen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde en staan op naam van de veroordeelde onder vermelding van zijn adres Zuurzak [nummer]. Op het merendeel van de facturen is genoteerd dat deze contant zijn betaald. De facturen bedragen in totaal
NAf 6.725,-.
Het Gerecht neemt dit bedrag mee in de berekening.

Het Hof gaat er in navolging van (kennelijk) het Gerecht vanuit dat de bedragen op de facturen Antilliaanse guldens betreffen en geen dollars.

19. Lot1038

Deze factuur is in de woning van de veroordeelde aangetroffen en bedraagt NAf 949,99. Handgeschreven is genoteerd dat NAf 200,- is aanbetaald en nog te voldoen NAf 750,00. Hiermee rekening houdend zal het Gerecht een bedrag van
NAf 200,-
opnemen in de berekening van het WVV.

20. Muebleria di Credito

Bij de doorzoeking zijn vier facturen aangetroffen voor een totaalbedrag van
NAf 6.815,-.
Deze vier facturen zijn goed leesbaar en zijn allen gestempeld 'paid'. Het Gerecht gaat voorbij aan het betoog van de raadsman dat deze facturen niet zijn geadresseerd of ondertekend door de veroordeelde – omdat dit niet relevant is om redenen als eerder vermeld – en zal dit bedrag meenemen in de berekening van het WVV.

21. Mundo Mio

In het dossier zijn drie facturen aangetroffen van Mundo Mio. Het totaalbedrag van de twee leesbare, betaalde facturen bedraagt NAf 7614,-. De facturen staan op naam van de heer en mevrouw [achternaam personen], zijnde de achternaam van de vrouw/partner van de verdachte. Het Hof zal deze facturen meenemen in de berekeningen en gaat aldus voorbij aan het betoog van de raadsman dat zij niet zijn ondertekend, nu dit niet relevant is gelet op feit dat de facturen zijn aangetroffen in de woning van de veroordeelde en op zijn naam zijn gesteld.

22. Rottumhuys

Van dit bedrijf is een factuur aangetroffen in de woning van de veroordeelde voor een bedrag van
NAf 1.194,-.
De factuur staat op naam van [voornaam veroordeelde], de voornaam van de veroordeelde, en is gedateerd 15 maart 2019. Het Gerecht passeert het betoog van de raadsman dat de factuur niet is ondertekend nu dit gelet op de vindplaats in de woning van de veroordeelde niet relevant is.

23. Singher

Het Gerecht neemt deze factuur niet mee in de berekening nu deze onleesbaar is.

Ad B: de sieraden

Met betrekking tot de onder de veroordeelde aangetroffen Rolex en twee geslepen diamanten heeft de veroordeelde ter zitting in de strafzaak verklaard dat deze van hem zijn. Blijkens het vonnis in de strafzaak hebben deze sieraden een taxatiewaarde van respectievelijk NAf 14.660,- (Rolex) en NAf 29.000,- (diamanten).

Door de officier van justitie is op de zitting van 29 april 2024 een factuur van juwelier Gandelman overgelegd met betrekking tot de aankoop van de Rolex. Deze staat op naam van de veroordeelde, met bijgevoegd een kopie van zijn paspoort.

Van

dit bedrag is USD 8.224,14 contant betaald door de veroordeelde. Dit is omgerekend NAf 14.660,-,

Ook in ontnemingsprocedure heeft de veroordeelde ter zitting van het Gerecht op 29 april 2024 verklaard dat de Rolex en de diamanten van hem zijn. De Rolex heeft hij volgens hem per bank betaald, hetgeen feitelijk niet juist is gelet op de factuur van juwelier Gandelman. Dat hij de diamanten heeft gekregen als relatiegeschenk van een juwelier in Antwerpen genaamd Tony acht het Hof – zoals ook in het vonnis in de strafzaak van verdachte is overwogen – zonder enig ondersteunend bewijs voor deze bewering net als het Gerecht zo ongeloofwaardig dat het deze terzijde stelt. De enkele opmerking die de raadsman hierover in zijn pleidooi heeft gemaakt, maakt dat niet anders.

Totale waarde van de sieraden bedraagt derhalve: NAf 43.661,-.

Ad C: de auto

Met betrekking tot de aankoop van de Chevrolet Tahoe heeft de raadsman in hoger beroep opnieuw gesteld dat de Chevrolet voor een deel van NAf 50.000,- is gekocht met geld uit de verkoop van de Toyota Landcruiser, die door de bank legaal was gefinancierd. Voor het overige is de auto betaald met leningen die de veroordeelde heeft verkregen van [persoon].

Onder verwijzing naar en overneming van hetgeen het Hof in de strafzaak onder het kopje “3. Chevrolet Tahoe” heeft uiteengezet, overweegt het Hof dat de verdediging er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de auto (gedeeltelijk) is gefinancierd met leningen van [persoon]. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.

Het vonnis in de strafzaak houdt voorts in dat de auto door de veroordeelde is gekocht in april 2020 voor een totaalbedrag van NAf 137.000,- . Op de factuur die gericht is aan de veroordeelde staat vermeld dat de betaalwijze cash is. Nu uit het vonnis ook blijkt dat de aankoop van deze auto voor een bedrag van NAf 50.000,- is gefinancierd uit de legale verkoopopbrengst van een Toyota Landcruiser, wordt dit bedrag in mindering gebracht op de aankoopsom. Dat geldt ook voor een bedrag van NAf 17.000,-, dat door het bedrijf van de veroordeelde, [bedrijf] per bank is betaald. Het Hof zal de aanschaf van de Chevrolet Tahoe voor een bedrag van NAf 70.000 meenemen in de berekening van het wvv.

Ad D: de kavel [nummer] en de woning

De raadsman heeft zowel ter zitting van het Gerecht als ter zitting van het Hof aangevoerd dat de conclusie in het rapport dat de veroordeelde de bedragen met betrekking tot de kavel en de woning contant heeft betaald slechts berust op aannames en veronderstellingen, waardoor deze bedragen ten onrechte warden meegenomen in de berekening van het WVV.

Het Gerecht heeft hieromtrent als volgt overwogen.

Met betrekking tot de verkrijging van de kavel [nummer] heeft de veroordeelde ter zitting in eerste aanleg in de strafzaak verklaard dat hij op 20 juli 2018 de UBO (uiteindelijke begunstigde) van de stichting [naam stichting] is geworden die de kavel op Zuurzak in haar bezit had. Hij is daarmee feitelijk eigenaar van deze kavel geworden en hij heeft op dat kavel een woning gebouwd waarin hij met zijn gezin woonachtig was.

Het Gerecht is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen in het vonnis in de strafzaak volgt dat de veroordeelde als UBO van de stichting [naam stichting] in het bezit is gekomen van deze kavel zonder dat daarvoor een bankbetaling of hypothecaire lening door hem is gedaan of afgesloten. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de kavel op 6 april 2017 is aangekocht door de kort daarvoor opgerichte stichting [naam stichting] voor een bedrag van
NAf 275.731,- (het Hof begrijpt: koopsom inclusief notariskosten). Op de notarisafrekening is te zien dat er voorafgaand aan deze aankoop vanaf 3 januari 2017 tot en met 6 februari 2017 een bedrag van NAf 226.070,36 via diverse contante stortingen van onbekend gebleven personen via de BDC en MCB aan de notaris is voldaan. Het restantbedrag is in april 2017 aan de notaris voldaan. Nu de veroordeelde daarna op 20 juli 2018 de UBO van de stichting is geworden zonder dat hij daarvoor een zichtbare bankbetaling heeft gedaan, gaat het Gerecht ervan uit dat hij dit geldbedrag dus contant heeft betaald, zodat het eerder genoemde aankoopbedrag wordt meegenomen in de berekening van het WVV.

Voorts heeft de veroordeelde op deze kavel een villa laten bouwen zonder dat daarvoor girale betalingen zichtbaar zijn. De verdediging heeft deze betalingsbewijzen ook niet overgelegd, noch aangegeven hoe de veroordeelde deze betalingen dan heeft gedaan. Bij die stand van zaken slaagt het verweer van de raadsman niet en zullen deze betalingen worden meegenomen in de berekening van het WVV.

Het Hof verenigt zich met deze overwegingen en neemt deze over.

Ten aanzien van de aankoop van de kavel acht het Hof voorts van belang dat de veroordeelde geen aannemelijke, andersluidende verklaring heeft afgelegd over wie de aankoopbedragen dan (voor hem) contant zou hebben betaald en wat daar dan de reden voor was.

Ten aanzien van de (aankoop en bouw van de) woning overweegt het Hof nog het volgende.

Volgens de offerte van de aannemer (ter hoogte van NAf 249.750,-) is dit bedrag inclusief de daarin genoemde materialen en steigers en heeft het betrekking op de werkzaamheden aan het plafond, het tegelwerk, de elektra, het sanitair, het

schilderwerk en het hang en sluitwerk. Het Hof zal, net als het Gerecht, om dubbeltellingen te voorkomen het bedrag van Brievengat Betonindustrie ad NAf 112.387,18 (zie hiervoor onder A) aftrekken van de aanneemsom, zodat een bedrag van NAf 137.362,82 resteert. Het totaalbedrag voor de kavel en de bouw van de woning bedraagt derhalve NAf 275.731,- + NAf 137.362,82 = NAf 413.093,82.

Met de procureur-generaal en de verdediging en anders dan het Gerecht is het Hof van oordeel dat door de veroordeelde (nog) geen vervolgprofijt is genoten door het bezit van de woning. Hij heeft deze immers zelf niet verkocht of feitelijk profijt gehad van de waardevermeerdering.

Ad E: de vliegtickets

Met de raadsman en de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat niet is komen vast te staan voor welk bedrag door de veroordeelde ten behoeve van hemzelf contant vliegtickets zijn aangeschaft, zodat dit bedrag niet meegenomen wordt in de berekening van het WVV.

Conclusie ten aanzien van de uitgaven.

Het Hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de navolgende uitgaven meegenomen dienen te worden in de berekening van het WVV en heeft daartoe het volgende overzicht opgesteld.

Bedrijf

Categorie

bedrag in NAf

Kooyman

A

61.057,60

Beton Industrie

A

112.387,18

Builders

A

47.417,53

Floor Care

A

4.440,40

Anper

A

2.842,30

Caribbean Nautical

A

3.816,00

City Furniture

A

8.439,55

MyMalls

A

995,44

Dijtham

A

594,78

Gomez

6.574,64

Zwembad

A

5.400,00 _

Kinderacademie

A

2.192,00

Smart home depot

A

38.810,31

Boolchands

A

3.398,01

Building depot

A

2.151,01

Ferreteria Skerpene

A

3.411,56

Industrias Goncalves

A

6.725,00

Lot1038

A

200,00

Muebleria di Credito

A

6.815,00

Mundo Mio

A

7614,00

Rottumhuys

A

1.194,00

Totaalbedrag facturen

A

326.476,31

Totaalbedrag sieraden

43.661,00

Totaalbedrag auto

C

70.000,00

Totaalbedrag Kavel [nummer]

D

413.093,82

Totaalbedrag uitgaven

A,B,C
en D

853.231,13

Vaststelling van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Gelet op het voorgaande schat het Hof het wederrechtelijk verkregen voordeel dat de

veroordeelde heeft genoten op een bedrag van NAf 547.955,13

Dat bedrag is als volgt berekend:

Beginsaldo contant geld

1.000,00

Legale contante inkomsten

308.300,00

Opgeteld

309.300,00

Afgetrokken eindsaldo contant geld

4.024,00

Beschikbaar voor uitgaven

305.276,00

Werkelijke contante uitgaven

853.231,13

Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel

547.955,13

Op te leggen betalingsverplichting

Door de raadsman is ter terechtzitting verzocht de op te leggen betalingsverplichting op nihil te stellen dan wel aanzienlijk te matigen vanwege het feit de bij vonnis van het Gerecht opgelegde verbeurdverklaring van een aantal goederen, en vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

Verbeurdverklaring

Het Hof heeft in het vonnis van de strafzaak een aantal in beslag genomen voorwerpen (de kavel Zuurzak [nummer] met woning, de Chevrolet Tahoe, 2 diamanten, 4 geldbedragen in verschillende valuta), die toebehoorden aan de veroordeelde en met betrekking tot welke het onder 2. tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit was begaan, verbeurd verklaard. De raadsman heeft bepleit dat voor de waarde van de, zo begrijpt het Hof, verbeurd verklaarde woning en kavel aansluiting gezocht moet worden bij de marktwaarde van NAf 975.000,- en niet bij de executiewaarde van NAf 715.000,-.

Het Hof overweegt hieromtrent als volgt.

Verbeurdverklaring strekt tot de afroming van voordeel dat voorkomt uit dezelfde delicten als waarop de ontnemingsmaatregel is gegrond. Wordt in zo’n geval tevens de maatregel van ontneming opgelegd, dan dient, in verband met het reparatoire karakter van die maatregel, de waarde van het onder de veroordeelde inbeslaggenomen en in de strafzaak verbeurd verklaarde voorwerp in mindering te worden gebracht op de aan de veroordeelde op te leggen betalingsverplichting.

Bij de verrekening van de reeds door de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen kavel en woning ontnomen voordeel dient in beginsel te worden uitgegaan van de door de rechter te schatten waarde van die kavel met woning ten tijde van de inbeslagneming onder de veroordeelde. Deze waarde belichaamt immers het voordeel dat reeds door de verbeurdverklaring aan de veroordeelde is ontnomen.

Bij het bepalen van de waarde van de verbeurdverklaarde kavel met woning komt het aan op de omstandigheden van het geval.

Het Hof schat de waarde op de kosten van aankoop woning en kavel zoals hiervoor overwogen, te weten NAf 413.093,82. Voor het hoger schatten ziet het Hof geen aanleiding. Immers, als de verdachte zelf de kavel en woning had verkocht (tegen hogere marktwaarde), had dit voordeel hem als vervolgprofijt kunnen worden afgenomen.

Voor wat betreft de waarde van de overige in beslag genomen en verbeurd verklaarde goederen is geen verweer gevoerd, behalve dan dat is verzocht de waarde van die goederen in mindering te brengen op het te ontnemen bedrag.

Het Gerecht heeft hieromtrent als volgt overwogen (cursief weergegeven). De auto van het merk Chevrolet Tahoe is door het openbaar ministerie verstrekt aan een overheidsinstelling. De waarde van de auto is bepaald op NAf 50.900,- Daarnaast heeft het Gerecht twee diamanten met een geschatte waarde van NAf 29.000,- en contant geld ter waarde van omgerekend NAf 6.088,73 verbeurdverklaard.

Het Hof verenigt zich met deze overwegingen en neemt ze over.

Resumé

Totaal WVV NAf 547.955,13

Aftrek waarde verbeurd verklaarde goederen:

Kavel met woning NAf 413.093,82

Chevrolet Tahoe NAf 50.900,00

Sieraden NAf 29.000,00

Geld NAf 6.088,73

Resteert NAf 48.872,58

Redelijke termijn

De raadsman heeft betoogd dat de redelijke termijn is overschreden. Die termijn ving aan op 27 november 2020 en is vooral in eerste aanleg fors overschreden, namelijk met een jaar en vier maanden. Daarom dient het Hof net als het Gerecht een mindering van NAf 5000,- toe te passen, mocht het Hof komen tot een te ontnemen bedrag.

De procureur-generaal heeft voorgesteld om een bedrag van NAf 9300,-, de equivalent van EUR 5000,-, in mindering te brengen, om recht te aan de overschrijding van de redelijke termijn.

Het Hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het Hof stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere veroordeelde is gewaarborgd dat binnen een redelijke termijn op de ontnemingsvordering wordt beslist. Die termijn vangt volgens bestendige jurisprudentie aan op het moment dat vanwege het Land (Curaçao) jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zal worden gemaakt.

Het Hof is met het Gerecht en de raadsman van de veroordeelde van oordeel dat in casu 27 november 2020 – de eerste dag waarop de officier van justitie onder de veroordeelde aangetroffen goederen in beslag heeft genomen – als aanvangsdatum van de redelijke termijn in de ontnemingsprocedure heeft te gelden.

Dit betekent dat de redelijke termijn in het rechtsgeding in eerste aanleg met een jaar en zes maanden is overschreden en voor wat betreft de gehele procedure, inclusief de hoger beroepsfase met een kleine vier maanden is overschreden.

Het Hof zal het te ontnemen bedrag net als het Gerecht vanwege voornoemde overschrijding van de redelijke termijn matigen met NAf 5.000,-. Voor aftrek van een hoger bedrag, zoals is betoogd door de procureur-generaal ziet het Hof geen aanleiding Na aftrek van dat bedrag van het vastgestelde bedrag van NAf 48.872,58 resteert een bedrag van NAf 43.872,58.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 1:59 en 1:77 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt de beslissing van 27 mei 2024 van het Gerecht in eerste aanleg en doet opnieuw recht als volgt;

stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op NAf 547.955,13 (vijfhonderdzevenenveertigduizend negenhonderdvijfenvijftig gulden en dertien cent);

legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan het Land Curaçao, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, van een bedrag van

NAf 43.872,58 (drieënveertigduizend achthonderdtweeënzeventig duizend gulden en achtenvijftig cent);

bepaalt dat bij gebreke van volledige betaling of verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 365 dagen.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.A.W. van ‘t Westeinde, voorzitter, mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg en mr. D.M. Thierry, leden van het Hof, bijgestaan door mr. P. Dingemanse, (zittings)griffier en op 20 maart 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.

Mr. Thierry is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

  1. Proces-verbaal bevindingen legale inkomsten [veroordeelde] nummer 330853 (ZD witwassen [veroordeelde], R5 p. 64 belastbaar inkomen jaren 2013 t/m 2019).
  2. Proces-verbaal getuigenverhoor rechter-commissaris [getuige] d.d. 21 februari 2024.
  3. Proces-verbaal nummer 346501 van 29 juli 2021 (ZD Witwassen R5 p. 360-361) en proces-verbaal van relaas nummer 345932 van 18 november 2021 (ZD Witwassen R1 p.

    16-17).

  4. Aanvullend proces-verbaal van bevindingen ontnemingsrapportage [veroordeelde] met bijlagen (hierna: aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage) met nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 3 en 4).
  5. Proces-verbaal nummer 33449 van 17 februari 2021 (ZD Witwassen R5 p. 91 t/m 102).
  6. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage) met nummer 419899 van 26 april 2024.
  7. Proces-verbaal met nummer 337717 van 15 juni 2022 met bijlagen (ZD witwassen R5 p. 231 t/m 239).
  8. Proces-verbaal met nummer 346752 van 3 augustus 2021 (ZD witwassen R5 p. 367 t/m 369) en aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage met nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 5 t/m 74).
  9. Proces-verbaal met nummer 347723 van 23 augustus 2021 (ZD Witwassen R5 p 384 en 385) en bijlage (brief Builders) bij proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 (ZD Witwassen R5 p. 408).
  10. Proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 met bijgevoegd de facturen van Builders e.a. (ZD Witwassen R5 p. 417).
  11. Proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 met bijgevoegd de facturen van Builders e.a. (ZD Witwassen R5 p. 418).
  12. Bron: http://www.xe.com koers op 16 maart en 6 december 2018.
  13. Proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 met bijgevoegd de facturen van Builders e.a. (ZD Witwassen R5 p. 419).
  14. Proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 met bijgevoegd de facturen van Builders e.a. (ZD Witwassen R5 p. 433).
  15. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 76).
  16. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 104).
  17. ZD Witwassen, bijlage 356746 (R10 p. 214) en aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 82 t/m 84).
  18. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 112-113).
  19. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 84).
  20. ZD Witwassen, bijlage 356745 (R10 p. 213) en bijlage 356778 (R10 p. 248 t/m 250).
  21. ZD Witwassen, bijlage 356739 (R 10 p. 172).
  22. ZD Witwassen, bijlage 356739 (R10, p. 173 en 175).
  23. ZD Witwassen, bijlage 356739 (R10, p. 177).
  24. ZD Witwassen, bijlage 356741 (R10 p. 199 t/m 211).
  25. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5 p. 139 t/m 141).
  26. ZD Witwassen, proces-verbaal nummer 337717 van 15 juni 2021 (R5 p. 236).
  27. ZD Witwassen, bijlage 356784 (R10 p. 267).
  28. ZD Witwassen, bijlage 356754 (R10 p. 220).
  29. Aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5, p. 144).
  30. ZD Witwassen, bijlage 356761 (R10, p. 223 t/m 229).
  31. ZD Witwassen, bijlage 356763 (R10, p.230 t/m 236) en aanvullend proces-verbaal ontnemingsrapportage nummer 419899 van 26 april 2024 (R5, p. 153 t/m 159).
  32. ZD Witwassen, bijlage 356768 (R10, p. 237).
  33. ZD Witwassen, bijlage 356769 (R10, p. 238).
  34. ZD Witwassen, bijlage 356773 (R10, p. 239).
  35. ZD Witwassen, bijlage 356776 (R10, p. 241 t/m 246).
  36. Aanvullend proces-verhaal ontnemingsrapportage met nummer 419899 van 26 april 2024 (R5, p. 172 t/m 173).
  37. ZD Witwassen, bijlage 356779 (R10, p. 251 t/m 257).
  38. ZD Witwassen, bijlage 356780 (R10, p. 258).
  39. ZD Witwassen, bijlage 356781 (R10, p. 260 t/m 264).
  40. Aanvullend proces-verbaal nummer 419899 van 26 april 2024 (R5, p. 189 t/m 190).
  41. ZD Witwassen, bijlage 356785 (R10, p. 268).
  42. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 10 mei 2022 (proces-verbaal terechtzitting p. 4).
  43. Proces-verbaal met nummer 2021080315135 van 3 augustus 2021 met bijlagen (ZD Witwassen R5, p. 404 t/m 405).
  44. ZD Witwassen, bijlage 336125 (R10 p. 65).
  45. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 10 mei 2022 (proces-verbaal terechtzitting p. 3).
  46. Proces-verbaal bevindingen nummer 352073 (ZD Witwassen [veroordeelde], R5 p. 440).

    ZD Witwassen [veroordeelde], bijlage 336341 (R10 p. 124) in samenhang met proces-verbaal getuigenverhoor nummer 335068 (ZD Witwassen [persoon], R3 p. 4 en 5).

  47. HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2019:1535.
  48. Proces-verbaal stand van zaken verbeurdverklaarde goederen [veroordeelde], opgemaakt door officier van justitie C.H. Hato-Willems en proces-verbaal van taxatie van door het openbaar ministerie Curaçao/RST in beslaggenomen motorvoertuigen.
  49. NAf 5.453,16 + USD 337, – (= NAf 602,12) + 10, – euro (= NAf 19,32) + 641 Peso (= NAf 14,13).

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.