ECLI:NL:RBAMS:2023:30 Rechtbank Amsterdam , 03-01-2023 / 13/737080-13

Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van straffen uit 2004, 2006 en 2007. Gedeeltelijke weigering vanwege verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn. Overigens weigering o.g.v. art. 6a OLW + overname van de tenuitvoerlegging.

Source officielle

13 min de lecture 2 671 mots

Inhoudsindicatie. Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van straffen uit 2004, 2006 en 2007. Gedeeltelijke weigering vanwege verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn. Overigens weigering o.g.v. art. 6a OLW + overname van de tenuitvoerlegging.

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/737080-13

RK nummer: 22/4581

Datum uitspraak: 3 januari 2023

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 25 oktober 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 december 2010 door the Circuit Court in Poznań (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] (Polen),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 december 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Y. Nieboer, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een beslissing van (A) the District Court in Piła van 18 maart 2009 ordering that [opgeëiste persoon] be remanded in custody for a period of 14 days starting with the day of his apprehension, met kenmerk II Kp 175/09.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit.

In het EAB wordt tevens melding gemaakt van een drietal veroordelingen:

B.I. Vonnis van the District Court in Piła van 15 juni 2004 (VII K 177/04), waarbij een vrijheidsbenemende straf is opgelegd van 5 maanden.

B.II. Vonnis van the District Court in Piła van 12 mei 2006 (II K 79/06) waarbij een vrijheidsbenemende straf is opgelegd van 6 maanden.

B.III. Vonnis van the District Court in Piła van 20 maart 2007 (VII K 138/07) waarbij een vrijheidsbenemende straf is opgelegd van 1 jaar.

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot deze drie veroordelingen hebben geleid.

De opgeëiste persoon dient deze vrijheidsstraffen volgens het EAB nog volledig te ondergaan.

Het aanhoudingsbevel (A) en de vonnissen (B.I., BII. en B.III.) betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten, omschreven in onderdeel e) van het EAB onder A en B.II, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit deze strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Deze feiten vallen op deze lijst onder nummer 8, te weten:

fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De rechtbank begrijpt het EAB aldus dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de feiten omschreven in onderdeel e) van het EAB onder B.I en B.III – de feiten die zien op rijden onder invloed – niet onder voornoemd lijstfeit heeft willen brengen. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Deze feiten leveren naar Nederlands recht op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a en b van de Wegenverkeerswet 1994.

5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6 en artikel 6a OLW

Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon met de overgelegde stukken omtrent zijn verblijf en inkomen heeft aangetoond dat is voldaan aan de eerste voorwaarde zoals bedoeld in de artikelen 6 OLW en 6a, negende lid, OLW. Ook aan de overige vereisten van deze bepalingen is voldaan. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon in Nederland kan worden vervolgd voor het feit dat aan het vervolgings-deel van het EAB (A) ten grondslag ligt. De rechtbank wijst in dit verband voorts op de verklaring van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van 14 december 2022 waaruit volgt dat niet de verwachting bestaat dat de opgeëiste persoon zijn recht van verblijf in Nederland verliest.

Voor het vervolgings-deel van het EAB (A) kan de overlevering daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.

Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 20 december 2022 zowel ten aanzien van dit EAB als ten aanzien van EAB II de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:

[opgeëiste persoon] might be considered equal to a Dutch citizen. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the European arrest warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender Act, the surrender may then only be (..) authorized after it can be guaranteed that, in case the wanted person after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Poland, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). We kindly request this guarantee of return.

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 20 december 2020 de volgende garantie gegeven:

The Regional Court in Poznań, III Criminal Division, kindly informs you that it can guarantee the return of [opgeëiste persoon] if he so wishes.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie, in samenhang bezien met voormelde vraag van het IRC, voldoende.

Met betrekking tot het executie-deel van het EAB (B) geldt dat – nu de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander – de rechtbank moet beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Polen opgelegde vrijheidsstraffen kan worden overgenomen.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vonnissen onder B.I en B.III betoogd dat sprake is van verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW (vgl. artikel 2:13, eerste lid, onder g van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS)). De raadsvrouw heeft verzocht om niet af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond, omdat het gaat om een geringe strafbedreiging in Nederland en een relatief geringe veroordeling; de opgeëiste persoon is al meer dan tien jaren in Nederland en heeft hier zijn leven opgebouwd. In het EAB is een adres van de opgeëiste persoon in Nederland vermeld. De Poolse autoriteiten wisten dus al in 2010 dat de opgeëiste persoon in Nederland woonde; hieruit volgt dat niet kan worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich schuil heeft willen houden voor de Poolse autoriteiten.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vonnissen onder B.I en B.III gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de tenuitvoerleggingstermijnen voor de vonnissen onder B.I en B.III (twee keer rijden onder invloed) zijn verstreken. Nu sprake is van overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994, verjaart het recht op strafvervolging na zes jaar (artikel 70, eerste lid, onder 2, Wetboek van Strafrecht). Artikel 6:1:22, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de tenuitvoerleggingstermijn een derde langer is dan de termijn van verjaring van het recht tot strafvordering, zodat de tenuitvoerleggingstermijn voor beide vonnissen naar Nederlands recht acht jaar is. De tenuitvoerlegging van de vonnissen onder B.I en B.III is bevolen op respectievelijk 18 september 2007 en 2 juni 2009. Gelet daarop is het recht tot uitvoering van die straffen naar Nederlands recht verjaard in 2015 respectievelijk 2017.

Gelet op de facultatieve weigeringsgrond genoemd in artikel 6a, tweede lid onder a, OLW en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW, kan de rechtbank de overlevering voor deze vonnissen daarom weigeren. De rechtbank ziet in onderhavige zaak geen aanleiding af te zien van toepassing van de weigeringsgrond inzake verjaring. De rechtbank verwijst hierbij naar de door de raadsvrouw aangehaalde argumenten (punt 5.3) en overweegt voorts dat de opgeëiste persoon ter zitting heeft verklaard dat hij zich realiseert wat de consequenties zijn van deze gedeeltelijke weigering. De rechtbank zal de overlevering dus weigeren voor zover het verzoek ziet op de vonnissen onder B.I en B.III.

Ten aanzien van het vonnis onder B.II geldt dat de in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden niet in de weg staan aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf. Het feit is naar Nederlands recht strafbaar en levert op: oplichting. De opgelegde vrijheidsstraf overstijgt het toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaximum niet. De opgelegde sanctie is naar haar aard niet onverenigbaar met Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf onder B.II (zes maanden) kan worden overgenomen. Zij is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In het onderhavige geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.

De rechtbank zal daarom voor het vonnis onder B.II de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

6Overige verweren, verjaring (naar Pools recht)

De raadsvrouw heeft – zakelijk weergegeven – betoogd dat nadere informatie moet worden opgevraagd om te kunnen beoordelen of de in het EAB genoemde Poolse verjaringstermijnen correct zijn.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat alleen verjaring naar het recht van de uitvoerende lidstaat een weigeringsgrond is. Overigens dient er in beginsel vertrouwd te worden op de juistheid van de informatie in het EAB. Gelet op de informatie in onderdeel f) van het EAB gaat de rechtbank er vanuit dat van verjaring naar Pools recht geen sprake is, zowel wat het recht tot vervolging betreft als het recht tot tenuitvoerlegging van opgelegde straffen. Het verweer van de raadsvrouw geeft geen aanleiding aan deze informatie te twijfelen. Het verzoek om aanhouding wordt afgewezen.

De rechtbank merkt ten aanzien van het vervolgings-deel van het EAB (A) nog op dat het recht op strafvervolging naar Nederlands recht niet verjaard is, gelet op de stuiting van die termijn als gevolg van het uitvaardigen van het EAB in 2010 en het bevel tot inverzekeringstelling van de officier van justitie op 25 oktober 2022. De weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW is hierop dus niet van toepassing.

7Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

8Slotsom

Ten aanzien van het vervolgings-deel van het EAB (A) is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, dat er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en dat er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De overlevering dient voor dit deel daarom te worden toegestaan.

Ten aanzien van het executie-deel van het EAB (B) is vastgesteld dat voor de vonnissen onder B.I en B.II de weigeringsgrond genoemd in artikel 6a, tweede lid onder a, OLW juncto artikel 2:13, eerste lid, onder g van de WETS en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW van toepassing is. Omdat de rechtbank geen aanleiding ziet om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond inzake verjaring, dient de overlevering voor deze vonnissen (B.I en B.III) te worden geweigerd.

Nu ten aanzien van vonnis B.II van het executie-deel van het EAB (B) is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 6a, eerste en negende lid, OLW van toepassing is en de rechtbank geen aanleiding ziet om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond, dient de overlevering te worden geweigerd, met gelijktijdig bevel tot de tenuitvoerlegging van die straf in Nederland.

9Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht, 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 6, 6a, 7 en 9 OLW.

10Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Poznań, Polen, voor het feit waarvan hij wordt verdacht, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB, onder A.

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Poznań, Polen, voor de feiten, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB, onder B.I en B.III, welke feiten ten grondslag liggen aan de veroordelingen van:

– the District Court in Piła van 15 juni 2004, met kenmerk VII K 177/04 (B.I);

– the District Court in Piła van 20 maart 2007, met kenmerk VII K 138/07 (B.III).

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Poznań, Polen, voor het feit, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB, onder B.II, welk feit ten grondslag ligt aan de veroordeling van the District Court in Piła van 12 mei 2006, met kenmerk II K 79/06 (B.II) waarbij een vrijheidsbenemende straf is opgelegd van 6 maanden.

BEVEELT de tenuitvoerlegging van deze straf, opgelegd door the District Court in Piła van 12 mei 2006, met kenmerk II K 79/06 (B.II) in Nederland.

BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf (BII). Dit bevel is apart opgemaakt.

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. P. Van Kesteren en mr. G.M. Beunk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 3 januari 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

  1. Vergelijk rechtbank Amsterdam 22 december 2022: ECLI:NL:RBAMS:2022:7810.
  2. Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
  3. Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)).

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.