ECLI:NL:RBAMS:2025:2551 Rechtbank Amsterdam , 11-04-2025 / AMS 23/6258
PKV na ingetrokken vovo. Bevoegdheid. Connexiteit met bezwaren tegen naheffingsaanslag. Tegemoetkoming.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. PKV na ingetrokken vovo. Bevoegdheid. Connexiteit met bezwaren tegen naheffingsaanslag. Tegemoetkoming.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/6258
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats], verzoekster,
(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
(gemachtigde: mr. D.R. de Vries)
Procesverloop
Verweerder heeft tussen 31 juli 2023 tot en met 19 augustus 2023 dertien naheffingsaanslagen opgelegd aan verzoekster omdat geen parkeerbelasting is betaald voor het parkeren met haar voertuig. Op 11 september 2023 heeft verweerder verzoekster kennis gegeven van het feit dat het voertuig met kenteken [kenteken] op [begin] september 2023 in bewaring is gesteld.
De voorzieningenrechter heeft op 30 oktober 2023 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen. Dit verzoek hangt samen met het bezwaarschrift van 25 september 2023 en de aanvullende bezwaarschriften van 26 oktober 2023, die zich richten tegen de naheffingsaanslagen en het in bewaring nemen van het voertuig.
Op 9 november 2023 heeft verzoekster het verzoek ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek om proceskostenvergoeding moet worden afgewezen.
Verzoekster en verweerder hebben op 25 februari 2025 nog een nadere toelichting op hun standpunten ingediend.
De voorzieningenrechter sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting.
Overwegingen
2.
Het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster strekt tot opschorting van de betalingsverplichting die volgt uit de opgelegde naheffingsaanslagen en tot teruggave van het voertuig.
3. In de ontvangstbevestiging van de bezwaarschriften van 31 oktober 2023 heeft verweerder laten weten dat verzoekster niet hoeft te betalen, zolang nog niet op de bezwaarschriften is beslist. Verweerder heeft verder op 9 november 2023 te kennen gegeven dat is besloten om de verkoop/vernietiging van het voertuig met kenteken [kenteken] te schorsen. Vervolgens heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Volgens verweerder is het voertuig op 23 december 2023 weer geretourneerd aan verzoekster.
4. Verweerder stelt zich kortgezegd op het standpunt dat de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening had kunnen treffen, omdat zij niet bevoegd kon worden in de hoofdzaak. Om die reden kan de voorzieningenrechter geen proceskostenveroordeling uitspreken. Het voertuig is op grond van artikel 253 van de Gemeentewet weggesleept en in bewaring genomen door verweerder en dat is een ingevolge de belastingwetten genomen maatregel. Daartegen staat volgens verweerder ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geen beroep open bij de bestuursrechter en dus is het treffen van een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter ook niet mogelijk. Verzoekster kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter instellen, aldus verweerder.
5. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorzieningenrechter wel bevoegd is en dat verweerder aan het verzoek om een voorlopige voorziening tegemoet is gekomen.
6. Uit artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Er moet naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Dit is het formele connexiteitsvereiste. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.
7. De voorzieningenrechter constateert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet alleen samenhangt met het bezwaar van verzoekster tegen het in bewaring nemen van het voertuig, maar ook met haar bezwaarschriften tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Niet ter discussie staat dat die naheffingsaanslagen besluiten zijn waartegen (eerste administratief beroep en vervolgens) beroep bij de bestuursrechter open staat. Dat betekent dat de voorzieningenrechter in ieder geval in zoverre bevoegd is om – indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist – een voorlopige voorziening te treffen.
8. Voor zover het gaat om de naheffingsaanslagen, was het verzoek om een voorlopige voorziening gericht op opschorting van de daaruit volgende betalingsverplichting. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder pas in de bevestiging van het (aanvullende) bezwaarschrift van 31 oktober 2024 – dat wil zeggen na indienen van het verzoek om voorlopige voorziening – de betalingsverplichting die voortvloeit uit de naheffingsaanslagen heeft opgeschort. Daarnaast is in reactie op het verzoek om voorlopige voorziening door verweerder besloten om de verkoop/vernietiging van het voertuig met kenteken [kenteken] te schorsen. Uiteindelijk is het voertuig ook aan verzoekster geretourneerd.
9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval kan worden vastgesteld dat verweerder tegemoet is gekomen aan het verzoek van verzoekster. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.
10. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 1.360,50 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 0,5 punt voor het indienen van een nader standpunt, met een waarde van € 907,-).
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.360,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van
mr. P. Tanis, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Dit betekent dat de zaak tot een definitief einde is gekomen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...