ECLI:NL:RBAMS:2025:2597 Rechtbank Amsterdam , 23-04-2025 / 24/3817
Beëindiging toeslag WIA-uitkering met terugwerkende kracht vanwege verhuizing naar Turkije. Uitlooptermijn te kort. Beroep gegrond.
10 min de lecture · 1 987 mots
Inhoudsindicatie. Beëindiging toeslag WIA-uitkering met terugwerkende kracht vanwege verhuizing naar Turkije. Uitlooptermijn te kort. Beroep gegrond.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/3817
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] (Turkije), eiseres
(gemachtigde: mr. N. Türkkol),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van een toeslag op een WIA-uitkering. Verweerder heeft de toeslag van eiseres beëindigd, omdat eiseres op 14 juli 2014 naar Turkije is verhuisd en vanaf die datum ten onrechte een toeslag op haar WIA-uitkering heeft ontvangen. Eiseres is het niet eens met die beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de toeslag op de WIA-uitkering van eiseres op goede gronden heeft beëindigd, maar daarbij een te korte uitlooptermijn heeft gehanteerd. Eiseres krijgt dus gedeeltelijk gelijk en het beroep is daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Verweerder heeft met het primaire besluit van 2 februari 2024 de toeslag op de WIA-uitkering van eiseres per 1 februari 2024 beëindigd. Eiseres heeft vervolgens bezwaar ingediend. Met het bestreden besluit van 28 juni 2024 is verweerder bij de beëindiging van de toeslag gebleven, maar heeft daarbij bepaald dat de toeslag per 2 augustus 2024 wordt beëindigd in plaats van per 1 februari 2024.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Verwijzingen naar bezwaarschrift
5. Eiseres verwijst in het beroepschrift naar het bezwaarschrift en stelt dat de inhoud daarvan als herhaald en ingelast kan gelden. Ook stelt eiseres dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel, onder verwijzing naar het standpunt zoals weergegeven in het bezwaarschrift.
6. Deze beroepsgronden slagen niet. De rechtbank toetst het bestreden besluit. Het bezwaarschrift ziet op het primaire besluit. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van of verwijzen naar het bezwaarschrift, zonder toe te lichten welk gedeelte in beroep van toepassing is, is niet af te leiden waarom eiseres van oordeel is dat het bestreden besluit niet juist is.
Beëindiging toeslag
7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres op het moment van de aanvraag geen recht had op de toeslag omdat zij op dat moment al in Turkije woonde. De toekenning is volgens verweerder dan ook ten onrechte geweest en om die reden weer ingetrokken.
8. Volgens eiseres is de toeslag op haar WIA-uitkering ten onrechte ingetrokken. Eiseres stelt dat zij vanaf 14 juli 2024 terecht een toeslag heeft ontvangen, naar de kennis en jurisprudentie van destijds. Volgens eiseres is zij met uitdrukkelijke toestemming van verweerder en met recht op een toeslag naar Turkije vertrokken. De toeslag is vervolgens door verweerder beëindigd omdat de jurisprudentie over en interpretatie van Besluit 3/80 later zijn gewijzigd. Ten onrechte volgens eiseres. Volgens haar is geen sprake van een ‘nieuwe aanvraag’ als bedoeld in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) van 18 december 2019. De uitspraak van de Raad van 1 december 2017 is ook niet op haar van toepassing, omdat haar situatie te vergelijken is met de situatie uit het Çoban arrest. Op het moment van intrekking, bevindt eisers zich niet meer in dezelfde situatie als de onderdanen van de Europese Unie, omdat zij daar geen verblijfsrecht meer heeft.
9. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit artikel 4a, eerste lid, van de Toeslagenwet volgt dat het recht op een toeslag in principe niet bestaat gedurende de periode dat iemand niet in Nederland woont. Uit artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80 volgt echter dat een uitkering niet kan worden ingetrokken op grond van het feit dat een rechthebbende in Turkije woont. Dat maakt dat iemand die in Turkije woont in sommige gevallen toch een eerder verworven recht op toeslag mag exporteren.
10. Over de verhouding tussen artikel 4a van de Toeslagenwet en artikel 6 van Besluit 3/80 bestaat veel jurisprudentie, zowel op Europees als op nationaal niveau. Uit die jurisprudentie volgt dat de situatie waarin iemand voorafgaand aan het vertrek naar Turkije géén toeslag ontvangt, niet valt onder de werkingssfeer van artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres pas na haar verhuizing naar Turkije de toeslag heeft aangevraagd en deze vervolgens met terugwerkende kracht per 14 juli 2014 – de datum van haar verhuizing – is toegekend. Van een reeds verworven recht dat geëxporteerd kon worden is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Er is sprake geweest van een nieuwe aanvraag en artikel 6 van Besluit 3/80 is niet op haar situatie van toepassing.
11. Dat verweerder de toeslag met terugwerkende kracht heeft toegekend en eiseres eerst wel toeslag heeft ontvangen door een onrechtmatig toekenningsbesluit, doet hieraan niet af. Dat maakt immers niet dat sprake is van een reeds verworven recht dat wordt beëindigd omdat eiseres in Turkije woont. Verweerder mocht de toeslag dan ook beëindigen.
De uitlooptermijn
12. Volgens eiseres zijn haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende meegewogen. De beëindiging van de toeslag leidt tot een daling van haar uitkering met 60%. Zij is alleenstaand en kan niet werken. Haar kinderen wonen in Nederland en zelf kan zij niet terug naar Nederland. Een uitlooptermijn van zes maanden is volgens eiseres onzorgvuldig en onvoldoende. Bij wijzigingen van de Toeslagenwet in 1999 en 2006 zijn overgangsbepalingen opgenomen waarbij uitkeringen in drie jaar worden afgebouwd. Deze termijn moet analoog worden toegepast. Een termijn van zes maanden is in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
13. Deze beroepsgrond slaagt, voor zover eiseres stelt dat de uitlooptermijn moet worden verlengd. Verweerder heeft in bezwaar een uitlooptermijn van zes maanden toegekend wegens strijd met het vertrouwensbeginsel. Tijdens de zitting heeft de rechtbank geconstateerd dat de termijn van zes maanden is gerekend vanaf de primaire beslissing. Tussen het bestreden besluit (van 28 juni 2024) en de datum van beëindiging van de toeslag (2 augustus 2024) zat feitelijk dus maar ruim een maand. Verweerder heeft tijdens de zitting toegezegd dat er een uitlooptermijn van (ruim) zes maanden gerekend vanaf het bestreden besluit wordt toegekend, eindigend op 31 december 2024. Verweerder heeft toegezegd dat er om die reden een nabetaling aan eiseres volgt.
14. De rechtbank ziet geen grond om de overgangsregelingen uit de wijzigingen van de Toeslagenwet analoog toe te passen. Nu in dat geval sprake is van een algemene overgangsregeling vanwege wijziging van een wet en in het geval van eiseres beëindiging van een toeslag vanwege een onrechtmatig besluit, is van gelijke gevallen geen sprake. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daarom niet.
Discriminatie
15. Volgens eiseres worden er veel fouten gemaakt bij verweerder, maar worden alleen fouten ten voordele van verweerder onderzocht. Fouten ten nadele worden niet goed onderzocht. Verweerder zou ofwel alle fouten moeten onderzoeken – ook als deze lang geleden hebben plaatsgevonden – ofwel niets moeten onderzoeken. Het onderzoeken van een bepaalde groep of een persoon is in strijd met het discriminatiebeginsel.
16. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het is de rechtbank niet gebleken dat in het concrete geval van eiseres sprake is van discriminatie. Dat standpunt is onvoldoende onderbouwd.
Arbeidsongeschiktheid
17. Volgens eiseres is zij volledig arbeidsongeschikt. Bij haar vertrek naar Turkije was dat niet relevant voor het behoud van de toeslag, maar nu wel. Volgens eiseres moet verweerder daarom spoedig haar mate van arbeidsongeschiktheid herbeoordelen.
18. Deze beroepsgrond slaagt niet. Bij de toepassing van artikel 4a, eerste lid, van de Toeslagenwet is iemands mate van arbeidsongeschiktheid niet van belang. De mate van arbeidsongeschiktheid kan relevant zijn als sprake is van een reeds verworden recht dat naar Turkije wordt geëxporteerd. Zoals de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld is daarvan in de situatie van eiseres geen sprake. Daarbij komt dat een herbeoordeling gaat over de mate van arbeidsongeschiktheid op dit moment en niet over de situatie ten tijde van de aanvraag van de toeslag.
Verzoek om deskundige
19. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding en het verzoek is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.
Conclusie en gevolgen
20. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gedeeltelijk gelijk krijgt en de uitlooptermijn moet worden verlengd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
21. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat de toeslag op de WIA-uitkering van eiseres wordt beëindigd per 1 januari 2025.
22. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen.
23. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.461,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 28 juni 2024;
herroept het primaire besluit van 2 februari 2024;
bepaalt dat de toeslag op de WIA-uitkering van eiseres wordt beëindigd op 1 januari 2025 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.461,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Delstra, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025.
griffier
rechter
de rechter is buiten staat deze
beslissing te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op http://www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Een uitkering gebaseerd op de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
- Zie ter vergelijking de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van
9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3215, overweging 16.1. - Onder verwijzing naar de volgende uitspraken van het Europees Hof van Justitie: C-485/2007 (Akdas), C-677/17 (Çoban), C-257/18 (Guler), C-258/18 (Solak) en C-171/13 (Demirci).
- Besluit nr. 3/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen van de Lidstaten der Europese Gemeenschappen op Turkse werknemers en hun gezinsleden. (https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/fba26a64-1ef1-42d6-87c3-b841c3218831/language-nl)
- ECLI:NL:CRVB:2019:4165.
- ECLI:NL:CRVB:2017:4338.
- C-257/18.
- Zie met name de uitspraken genoemd in voetnoot 3 en 5.
- Zie nogmaals de uitspraak van de Raad van 18 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4165.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...