ECLI:NL:RBAMS:2025:3072 Rechtbank Amsterdam , 09-05-2025 / 25/1321
Verweerder heeft de aanvraag op goede gronden buiten behandeling gesteld. Eiser heeft niet de benodigde informatie aangeleverd. Beroep ongegrond.
6 min de lecture · 1 287 mots
Inhoudsindicatie. Verweerder heeft de aanvraag op goede gronden buiten behandeling gesteld. Eiser heeft niet de benodigde informatie aangeleverd. Beroep ongegrond.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1321
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van verweerder om de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van rechtsbijstand buiten behandeling te stellen. Eiser is het niet eens met die buiten behandeling stelling. Aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd beoordeelt de rechtbank het besluit van verweerder.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag op goede gronden buiten behandeling heeft gesteld. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiser heeft een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand. Verweerder heeft laten weten dat de aanvraag onvoldoende informatie bevat en eiser in een brief van 2 december 2024 verzocht om uiterlijk op 16 december 2024 de benodigde informatie aan te leveren (de eerste hersteltermijn). Verweerder heeft de aanvraag vervolgens met het besluit van 18 december 2024 buiten behandeling gesteld, omdat de gevraagde informatie niet is aangeleverd.
4. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 en daarbij verzocht om nog een mogelijkheid om de gevraagde informatie aan te leveren. Verweerder heeft eiser gelegenheid gegeven om uiterlijk 12 februari 2025 alsnog de gevraagde informatie aan te leveren (de tweede hersteltermijn). Op 25 februari 2025 heeft verweerder op het bezwaar van eiser beslist (het bestreden besluit). Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en is bij de buiten behandeling stelling van de aanvraag gebleven, omdat niet alle gevraagde informatie is aangeleverd.
5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft het beroep op 2 mei 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Standpunt eiser
7. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder niet duidelijk heeft uitgelegd wat hij precies moest doen. Volgens eiser had verweerder telefonisch contact met hem moeten opnemen om te laten weten dat hij niet de correcte informatie heeft toegestuurd. Eiser stelt dat hij al meer dan 35 jaar onder behandeling is bij een psychiater en instanties nodig heeft die hem helpen.
Oordeel rechtbank
8. Op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan verweerder besluiten een aanvraag niet te behandelen als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. De aanvrager moet dan wel eerst de gelegenheid hebben gehad de aanvraag binnen een door verweerder gestelde termijn aan te vullen.
9. In verweerders brief van 2 december 2024 staat onder andere het volgende:
Wij hebben de volgende informatie van u nodig voor uw aanvraag:
Het bijgevoegde formulier, volledig ingevuld en ondertekend:
o Aanvraag bijzondere kosten niet-klant
De toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand.
De nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) voor het griffierecht.
Het afschrift van de rekening-courant van de advocaat met de betaling van het griffierecht erop.
Alle afschriften van alle betaal- en spaarrekeningen van 1 september 2024 tot en met 30 november 2024.
Wat bedoelen we met alle rekeningen? Denk ook aan de volgende rekeningen:
Een rekening die u lange tijd niet meer heeft gebruikt.
Een geblokkeerde of opgeheven rekening.
Een rekening zonder saldo of met een negatief saldo.
Een en/of-rekening.
Heeft u zelf of iemand anders geld gestort op uw betaalrekeningen? Geef dan aan van wie het geld komt. Wij hebben ook een verklaring nodig van deze persoon.
Bent u gemachtigd voor één of meer rekeningen van iemand anders? Geef dan aan om welke rekeningnummers het gaat en wat de machtiging inhoudt.
10. In de brief van 2 december 2024 staat dat eiser tot 16 december 2024 had om de gevraagde informatie aan te leveren, dan wel om het te laten weten als hij daarvoor meer tijd nodig heeft. In die brief staat ook dat het niet op tijd aanleveren van de informatie er toe kan leiden dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen en eiser dus geen uitkering krijgt. Desondanks heeft eiser voor 16 december 2024 de gevraagde informatie niet aangeleverd en ook niet laten weten dat hij daarvoor meer tijd nodig had.
10. In bezwaar heeft verweerder eiser, bij e-mail van 29 januari 2025, een tweede hersteltermijn gegeven om (uiterlijk 12 februari 2025) de benodigde informatie aan te leveren. Daarbij heeft verweerder vermeld dat er geen derde hersteltermijn zal worden verleend en een opsomming gevoegd van de informatie die eiser moet aanleveren. De advocaat van eiser heeft vervolgens de toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand en de nota van het griffierecht aangeleverd. In een e-mail van 3 februari 2025 heeft verweerder eiser erop gewezen dat hij en zijn advocaat nog niet alle gevraagde gegevens hebben ingediend. Verweerder verwijst weer naar de eerder verstrekte opsomming van benodigde informatie en benoemt specifiek dat bankafschriften en een ingevuld aanvraagformulier ontbreken. Eiser heeft op 6 februari 2025 bankafschriften van 6 januari 2025 tot en met
5 februari 2025 overgelegd.
12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende duidelijk heeft gemaakt welke informatie er precies nodig was om de aanvraag de kunnen behandelen en eiser voldoende gelegenheid heeft gegeven om alle benodigde informatie aan te leveren. Eiser heeft niet weersproken dat hij niet de door verweerder gevraagde bankafschriften van
1 september 2024 tot en met 30 november 2024 heeft overgelegd en ook geen ingevuld aanvraagformulier. Eiser heeft daarmee niet alle voor de beoordeling van zijn aanvraag benodigde informatie verstrekt. Dat eiser al lang onder behandeling is van een psychiater is onvoldoende om aan te nemen dat hij niet in staat was de juiste informatie op tijd toe te (laten) sturen. Dit is de rechtbank ook anderszins niet gebleken. Verweerder heeft de aanvraag van eiser dan ook op goede gronden buiten behandeling gesteld.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en verweerder de aanvraag van eiser niet hoeft te behandelen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op http://www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Zie artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c en slot, en artikel 4:2, tweede lid van de Awb.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...