ECLI:NL:RBAMS:2025:4368 Rechtbank Amsterdam , 01-04-2025 / 24/6604
Beroep gegrond. Huurtoeslag opnieuw berekend en te veel ontvangen bedrag aan huurtoeslag teruggevorderd. Verweerder stelt dat hij eiser in bezwaar geen redelijke termijn voor herstelverzuim heeft geboden. Verweerder is aan eiser tegemoet gekomen. De rechtbank heeft verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.
4 min de lecture · 724 mots
Inhoudsindicatie. Beroep gegrond. Huurtoeslag opnieuw berekend en te veel ontvangen bedrag aan huurtoeslag teruggevorderd. Verweerder stelt dat hij eiser in bezwaar geen redelijke termijn voor herstelverzuim heeft geboden. Verweerder is aan eiser tegemoet gekomen. De rechtbank heeft verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6604
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
Dienst Toeslagen, Ministerie van Financiën, verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Inleiding
1. Met de besluiten van 19, 24 en 31 januari 2024 en 2 februari 2024 (de primaire besluiten) heeft verweerder het bedrag aan huurtoeslag voor 2023 en 2024 opnieuw voor eiser berekend en de te veel ontvangen toeslag teruggevorderd. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. Met het besluit van 26 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
3. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn – zonder voorafgaande kennisgeving – niet verschenen. De gemachtigde van verweerder heeft zich afgemeld.
Beoordeling door de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen bezwaargronden heeft vermeld in zijn bezwaarschrift. Eiser stelt dat hij ten onrechte geen redelijke termijn tot herstel van verzuimen heeft gekregen. De gestelde termijn komt effectief neer op circa 7 dagen, ervan uitgaande dat het poststuk op 8 augustus 2024 zou zijn ontvangen en het verzuim op uiterlijk 15 augustus 2024 zou moeten worden hersteld.
7. Verweerder stelt dat hij eiser inderdaad geen redelijke termijn voor herstelverzuim heeft geboden. Hij verzoekt de rechtbank het beroep kennelijk gegrond te verklaren en op te dragen een nieuw bestreden besluit te nemen.
8. De rechtbank stelt vast dat verweerder hiermee aan eiser tegemoet is gekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het beroep gegrond is. De rechtbank zal verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt.
10. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken.
11. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden. Ook moet verweerder de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 26 september 2024;
draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.A. Olsen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.
De griffier is buiten staat om deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...