ECLI:NL:RBAMS:2025:4670 Rechtbank Amsterdam , 25-06-2025 / 756608

Eiser heeft twee vennootschappen verkocht aan gedaagde voor een vaste koopsom en een earn-out, afhankelijk van te behalen omzet. Gedaagde heeft de prijzen van de producten van de vennootschappen vervolgens verhoogd zonder eiser daarin te betrekken. Eiser vindt dat gedaagde daarmee de gemaakte afspraken heeft geschonden en hij niet de kans heeft gekregen de volledige earn-out te halen. De rechtb...

Source officielle

11 min de lecture 2 333 mots

Inhoudsindicatie. Eiser heeft twee vennootschappen verkocht aan gedaagde voor een vaste koopsom en een earn-out, afhankelijk van te behalen omzet. Gedaagde heeft de prijzen van de producten van de vennootschappen vervolgens verhoogd zonder eiser daarin te betrekken. Eiser vindt dat gedaagde daarmee de gemaakte afspraken heeft geschonden en hij niet de kans heeft gekregen de volledige earn-out te halen. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe.

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/756608 / HA ZA 24-1023

Vonnis van 25 juni 2025

in de zaak van

VERSCHUREN BEHEERSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd in Eersel,

eisende partij,

hierna te noemen: Verschuren,

advocaat: mr. M. Burgers,

tegen

KEY TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd in Beusichem,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Key,

advocaat: mr. T. van Wijngaarden.

De zaak in het kort

Verschuren heeft twee vennootschappen verkocht aan Key voor een vaste koopsom en een earn-out, afhankelijk van te behalen omzet. Key heeft de prijzen van de producten van de vennootschappen vervolgens verhoogd zonder Verschuren daarin te betrekken. Verschuren vindt dat Key daarmee de gemaakte afspraken heeft geschonden en hij niet de kans heeft gekregen de volledige earn-out te halen. Key vindt dat Verschuren hierover te laat heeft geklaagd, dat zij Verschuren niet om toestemming voor prijsverhoging hoefde te vragen, dat Verschuren deze niet had mogen weigeren en dat Verschuren geen schade heeft geleden. De rechtbank wijst de vorderingen van Verschuren grotendeels toe.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 5 juni 2024, met producties,

– de conclusie van antwoord, met producties,

– het tussenvonnis van 15 januari 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

– de mondelinge behandeling van 13 mei 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,

– de akten overlegging producties 16 t/m 24 en 25 t/m 31 van Verschuren,

– de akte overlegging producties 9 t/m 14 van Key.

Daarna is vonnis bepaald.

2De feiten

De heer [naam] is de bestuurder en aandeelhouder van Verschuren. Deze vennootschap hield alle aandelen in Herbert B.V. en HBV Production B.V. (hierna samen: Herbert). Herbert produceert en verkoopt machines voor met name de aardappelverwerkende industrie.

Key produceert apparatuur en systemen voor de voedselverwerkingsindustrie. Op
6 januari 2020 sluiten partijen een koopovereenkomst waarbij Verschuren haar aandelen in Herbert verkoopt aan Key (hierna: de SPA). [naam] is op 6 januari 2020 voor onbepaalde tijd bij Key in dienst getreden als Product Sales Manager om leiding te geven aan de verkoopactiviteiten van Herbert.

Artikel 4.4. van de SPA bepaalt dat Verschuren een vaste koopsom en een earn-out ontvangt. De earn-out wordt berekend volgens Bijlage 5c van de SPA. Daarin is vermeld dat de earn-out afhankelijk is van de omzet van de Herbert producten. De earn-out periode is verdeeld in vier jaren vanaf 6 januari 2020 tot en met 5 januari 2024 en kent voor elke periode steeds hogere omzetdrempels waarboven Verschuren een earn-out van 15% van het meerdere ontvangt, tot een drempel van € 3.000.000.

Artikel 2.7 van Bijlage 5c van de SPA vermeldt:

“parties hereby agree that any price-adjustments of the Herbert equipment, part and

services require the consent of mr. Verschuren until the final earn out period expires,

which consent will not be unreasonably withheld. After the expiry of the earn out period,

price adjustments of the Herbert equipment, part and services can be made by the

Buyer Solely”.

Voor de eerste periode van 6 januari 2020 tot 5 januari 2021 haalt Verschuren de omzetdrempel voor de earn-out.

Op 21 januari 2021 raakt [naam] voor langere tijd arbeidsongeschikt.

Op 1 januari 2022 verhoogt Key de prijzen voor de Herbert producten.

Op 1 januari 2023 verhoogt Key opnieuw de prijzen voor de Herbert producten.

Op 1 mei 2023 hervat [naam] zijn werkzaamheden.

Op 14 juli 2023 bericht Verschuren aan Key dat zij heeft gemerkt dat zonder haar instemming de prijzen van de Herbert producten zijn verhoogd. Ook laat Verschuren weten dat zij niet akkoord is met de prijsverhoging zolang Key haar niet inlicht over de argumenten hiervoor.

Op 28 juli 2023 reageert Key en laat weten:

“Ten tijde van de beslissing van het moeten verhogen van de prijzen (…) was [naam] ziek en wel zo ziek dat wij besloten hem niet te belasten hiermee.” Ook meldt Key dat zij de prijzen heeft verhoogd door de veranderende geopolitieke situatie, beschikbaarheid van onderdelen en grondstoffen en vervoerskosten.

Daarna treden partijen in overleg over onder meer de prijsverhoging.

Op 13 september 2023 raakt [naam] opnieuw arbeidsongeschikt.

Op 5 oktober 2023 laat Verschuren aan Key weten dat Key niet heeft laten zien dat de stijging van de prijzen van de ‘Herbert machines’ gerechtvaardigd is en dat zij daarom niet met de prijsverhoging kan instemmen.

3Het geschil

Verschuren vordert i) een verklaring voor recht dat Key toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de SPA, ii) schadevergoeding, vast te stellen in een schadestaatprocedure, met wettelijke rente daarover vanaf twee weken na het vonnis in deze procedure, iii) veroordeling van Key in de proceskosten, met wettelijke rente. Het inzageverzoek op grond van artikel 843a Rv (oud) dat Verschuren bij dagvaarding heeft ingesteld is tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken.

Key wil dat de vorderingen van Verschuren worden afgewezen, met veroordeling van Verschuren in de proceskosten, met wettelijke rente.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.

4De beoordeling

De rechtbank beoordeelt of Key toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de SPA en of het aannemelijk is dat Verschuren als gevolg daarvan schade kan hebben geleden. Als dat het geval is, kan de zaak worden verwezen naar de schadestaatprocedure.

Verschuren vindt dat Key toerekenbaar tekort is geschoten omdat i) Key haar geen toestemming heeft gevraagd de prijzen van de Herbert producten te verhogen en ii) omdat Key [naam] niet in de gelegenheid heeft gesteld het merendeel van zijn tijd te besteden aan verkoopactiviteiten. Volgens Verschuren lijdt zij schade omdat door de prijsverhoging de kans is ontnomen de earn-out volledig te realiseren.

Key vindt dat zij niet toerekenbaar tekort is geschoten. Allereerst vindt zij dat Verschuren te laat heeft geklaagd. Verder meent Key dat zij Verschuren niet om instemming kon vragen omdat [naam] ziek was. Ook heeft Key aan Verschuren geen toestemming gevraagd omdat de prijsverhoging gerechtvaardigd was. Dat hoefde volgens Key ook niet omdat het bij de earn-out gaat om een inspanningsverbintenis. Key vindt verder dat het niet aan haar te wijten is dat [naam] niet het merendeel van zijn tijd kon besteden aan verkoopactiviteiten omdat hij langdurig arbeidsongeschikt was. Tot slot betwist Key dat Verschuren schade heeft geleden door de prijsverhoging.

Key kan geen beroep doen op schending van de klachtplicht

Key heeft een beroep gedaan op schending van de klachtplicht. Volgens haar heeft Verschuren niet tijdig geprotesteerd omdat zij op 5 oktober 2023 liet weten niet in te stemmen met de prijsverhoging, terwijl hij daar al lange tijd mee bekend was. Verschuren zou anderhalf jaar hebben stilgezeten.

Dit verweer van Key slaagt niet. Volgens artikel 6:89 BW moet een schuldeiser protesteren binnen bekwame tijd nadat hij een gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken. Niet is komen vast te staan dat Verschuren voor juni 2023 bekend was met de prijsverhogingen die in januari 2022 en januari 2023 door Key waren doorgevoerd.

Verschuren heeft aangevoerd dat zij in juni 2023 bekend werd met de prijsverhoging. [naam] maakte toen, na een periode van langdurige arbeidsongeschiktheid, voor het eerst weer een offerte. Verschuren heeft Key op 14 juli 2023 laten weten op de hoogte te zijn geraakt van de prijsverhoging. Daarbij heeft zij gemeld daarmee niet in te stemmen zonder verdere argumentatie van Key. Daarna hebben partijen overleg gehad over, onder meer, de onderbouwing door Key. Verschuren heeft die onderbouwing niet gekregen, ook niet in de vorm van een kostprijsberekening. Op 5 oktober 2023 heeft Verschuren aan Key bevestigd dat zij niet instemt met de prijsverhoging.

Met deze gang van zaken is geen sprake van schending van de klachtplicht door Verschuren.

Key is tekort geschoten

Vaststaat dat Key Verschuren geen instemming heeft gevraagd voor de prijsverhoging. Voor zover Key betwist dat zij tekort is geschoten door Verschuren niet om toestemming te vragen omdat dit volgt uit de uitleg van artikel 2.7 Bijlage 5c, wordt zij daarin niet gevolgd.

Partijen hebben met bijstand van advocaten over de bepaling onderhandeld, zodat de tekst daarvan zwaar weegt. Naar de letterlijke tekst van de bepaling moet Key ook toestemming vragen voor prijswijzigingen als Verschuren haar toestemming niet zou mogen onthouden. Toestemming is immers vereist voor ‘any price-adjustments, which consent will not be unreasonably withheld’. Verder speelt mee dat Verschuren bij de totstandkoming het van groot belang vond dat zij invloed kon uitoefenen op de prijs van de Herbert producten voor het behalen van de earn-out.

Dit betekent dat, nu Key Verschuren niet om toestemming voor de prijsverhoging heeft gevraagd, zij tekortgeschoten is in de nakoming van de SPA.

Dat geldt echter niet voor de verplichting van Key om [naam] in de gelegenheid te stellen het merendeel van zijn tijd te besteden aan verkoopactiviteiten. De rechtbank kan niet vaststellen dat die verplichting is geschonden. [naam] was immers een groot deel van de relevante periode arbeidsongeschikt. Verschuren heeft niet toegelicht hoeveel tijd hij in de resterende tijd heeft kunnen besteden aan verkoopactiviteiten.

De tekortkoming is toerekenbaar aan Key

Een tekortkoming verplicht tot schadevergoeding, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Omdat Key aanvoert dat de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend, moet zij stellen en bij betwisting verder onderbouwen dat hiervan sprake is.

Key voert aan dat zij [naam] door zijn langdurige arbeidsongeschiktheid niet om toestemming voor de prijsverhoging kon vragen. Dit verweer gaat niet op. Uit de door Verschuren overgelegde correspondentie in de periode van juni 2021 tot en met januari 2023, blijkt dat partijen tijdens de arbeidsongeschiktheid van [naam] overleg hebben gehad over diverse zaken. Key heeft niet kunnen onderbouwen waarom zij dan niet ook toestemming aan [naam] heeft kunnen vragen voor de prijsverhogingen.

Voor zover Key zich voor haar verweer beroept op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 BW, wordt zij ook hierin niet gevolgd. De stelplicht en bewijslast hiervoor ligt bij Key en de lat daarvoor ligt hoog. De door Key aangevoerde vaststaande omstandigheden, zoals de langdurige arbeidsongeschiktheid van Verschuren, zijn onvoldoende om een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW te dragen.

De mogelijkheid van schade is aannemelijk

Key is in beginsel gehouden de schade te vergoeden die Verschuren lijdt als gevolg van het toerekenbare tekortschieten. Verschuren heeft verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd. Key heeft betwist dat Verschuren schade heeft geleden en dat een causaal verband bestaat met schending van de SPA. Volgens haar had Verschuren ten eerste moeten instemmen met de prijsverhogingen en had zij ten tweede ook zonder de prijsverhoging geen earn-out gerealiseerd vanaf 6 januari 2022 tot 5 januari 2024. De omzetdrempels zouden namelijk niet zijn behaald door andere omstandigheden, waaronder de langdurige arbeidsongeschiktheid van Verschuren.

Key wordt niet gevolgd in haar standpunt dat Verschuren had moeten instemmen met de prijsverhogingen. Artikel 2.7 Bijlage 5c van de SPA bepaalt dat Verschuren toestemming niet op onredelijke gronden mocht weigeren. Key heeft [naam] in het geheel niet betrokken bij de prijsverhoging in januari 2022 en januari 2023 en Key heeft deze niet voorzien van een onderbouwing, zoals een kostprijsberekening. Ook in deze procedure heeft Key alleen in algemene zin verwezen naar de veranderende geopolitieke situatie, beschikbaarheid van onderdelen en grondstoffen en vervoerskosten. Een specifieke berekening van de prijsverhogingen heeft zij echter niet gegeven. Daarom is niet gebleken dat Verschuren de prijsverhoging niet op onredelijke gronden kon weigeren.

Geen van partijen heeft een analyse laten maken van de omzet van Herbert zonder de prijsverhogingen. Bij haar vordering heeft Verschuren ook nog geen concrete stellingen over de omvang van de schade ingenomen. Enerzijds is daarmee niet duidelijk dat de omzetdrempels haalbaar waren geweest, maar anderzijds is dat wel mogelijk. Dat is voldoende voor toewijzing van de vordering van Verschuren. De door Verschuren gevorderde wettelijke rente zal in de schadestaatprocedure aan de orde kunnen komen, zodat dat deel van het gevorderde in deze procedure wordt afgewezen.

Het door Key betwiste causaal verband tussen de prijsverhoging en de schade kan eveneens in de schadestaatprocedure nog aan de orde komen. Dat geldt ook voor het eigen-schuldverweer vanwege de afwezigheid van [naam] in de earn-out periode door zijn langdurige arbeidsongeschiktheid. Daar zal in de schadestaatprocedure duidelijkheid over moeten komen.

Key moet de proceskosten betalen

Key is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Verschuren worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

115,12

– griffierecht

558,00

– salaris advocaat

1.228,00

(2 punten × € 614,00)

– nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.079,12

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat Key toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de SPA en aansprakelijk is voor de schade die als gevolg daarvan door Verschuren is geleden en eventueel nog zal worden geleden,

veroordeelt Key tot vergoeding aan Verschuren van die schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

veroordeelt Verschuren in de proceskosten van € 2.079,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Key niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Key tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart veroordelingen in 5.3. en 5.4. uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.