ECLI:NL:RBAMS:2025:6692 Rechtbank Amsterdam , 05-09-2025 / 10312304 \ CV EXPL 23-1678
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Eindvonnis na tussenvonnis. Tolk- en vertaaldiensten. Intransparant en oneerlijk prijsbeding. Doel richtlijn 93/13 EG. Vordering afgewezen.
4 min de lecture · 821 mots
Inhoudsindicatie. Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Eindvonnis na tussenvonnis. Tolk- en vertaaldiensten. Intransparant en oneerlijk prijsbeding. Doel richtlijn 93/13 EG. Vordering afgewezen.
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10312304 \ CV EXPL 23-1678
Vonnis van 5 september 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ICM INTERNATIONAL OIL COMPANY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: mr. J. Ruijs,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 11 juli 2025
– de akte van eisende partij.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van het prijsbeding, dat door de kantonrechter als oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 EG (hierna: de richtlijn) is aangemerkt.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd, voor zover relevant in het kader van de voorgenomen vernietiging van het prijsbeding, dat zij bij haar standpunt blijft dat de prijs per minuut voldoende transparant en duidelijk is. Gedaagde partij was voor het aangaan van de overeenkomst op de hoogte van de gehanteerde prijsstructuur en de wijze waarop de uiteindelijke kosten zouden worden berekend. Het is in de praktijk, zeker bij tolk- en vertaaldiensten, niet met precisie te voorspellen hoeveel tijd aan de dienst zal worden besteed. Dat is afhankelijk van onzekere factoren, zoals de duur van gerechtelijke zittingen, de hoeveelheid te vertalen processtukken en het verloop van de procedure. Daarom kon geen exact totaalbedrag worden gegeven bij het aangaan van de overeenkomst. Gedaagde partij was op de hoogte van de prijs per minuut en de overige kosten en wist ook dat daar nog btw bovenop kwam. Dat is een simpele rekensom. Het prijsbeding verplicht gedaagde partij tot betaling van een redelijke vergoeding voor daadwerkelijke, op zijn verzoek verleende diensten. De prijzen zijn redelijk en lager dan in de markt gebruikelijk. Het prijsbeding is dan ook niet oneerlijk. De gevolgen van vernietiging zijn onverenigbaar met de fundamenten van het verbintenissenrecht en het Nederlandse rechtsgevoel. Het zou neerkomen op een ongerechtvaardigde bestraffing van eisende partij en een disproportionele bevoordeling van gedaagde partij. Gedaagde partij heeft niet zelf om vernietiging gevraagd en heeft dus geen nadeel gesteld, aldus – steeds – eisende partij.
De door eisende partij bij akte aangedragen argumenten kunnen niet leiden tot een ander oordeel over het prijsbeding dan uiteengezet in voornoemd tussenvonnis. Eisende partij bevestigt dat gedaagde partij op voorhand niet is geïnformeerd over de (bij benadering te verwachten) prijs. Ook is de prijs inclusief btw niet verstrekt. Dat op voorhand niet met precisie te voorspellen is wat de totale prijs zal worden is evident, maar eisende partij had gedaagde partij wel meer informatie kunnen geven dan enkel de prijzen van de afzonderlijke posten exclusief btw. Bovendien is niet gebleken van periodieke facturering door eisende partij, waardoor gedaagde partij geen inzicht had in het verloop van de kosten. Dat gedaagde partij daar niet om heeft verzocht, doet daar niet aan af. Bij de beoordeling van de oneerlijkheid van het beding weegt, anders dan eisende partij lijkt te veronderstellen, de hoogte of redelijkheid van de prijs niet mee. Evenmin weegt de wijze waarop het prijsbeding in de praktijk is toegepast mee. Het toetsingsmoment is de totstandkoming van de overeenkomst. Ambtshalve toetsing kan uitsluitend achterwege blijven als de consument geïnformeerd beslist dat de kantonrechter daartoe niet overgaat. Van die situatie is geen sprake, omdat gedaagde partij niet in de procedure is verschenen.
Het doel van de richtlijn is oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten te laten verdwijnen en eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen. Om dat doel te bereiken dienen sancties onder meer afschrikkend te zijn. Verwacht wordt dat daardoor de handelaar wordt aangezet zijn onjuiste werkwijze, opzettelijk of onopzettelijk gehanteerd, aan te passen. Dat de individuele consument in deze zaak bij deze uitkomst is verrijkt, zoals eisende partij stelt, is een bijeffect om dit hogere doel te realiseren.
Het prijsbeding zal dan ook ambtshalve worden vernietigd. Gevolg daarvan is dat gedaagde partij daar niet aan is gebonden. Vernietiging leidt ertoe dat de overeenkomst niet kan blijven voortbestaan. Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen, zal gedaagde partij daarvan geen nadeel ondervinden, zodat aanvulling van de overeenkomst niet aan de orde is.
Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.
3De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2025.
991
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...