ECLI:NL:RBAMS:2025:7559 Rechtbank Amsterdam , 16-09-2025 / 13-211357-25

Overlevering. EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Gelijkstellingsverweer slaagt niet. Geen algemeen gevaar (art. 11 OLW) t.a.v. de veiligheid van LHBTQIA+ gedetineerden in Polen. Overlevering toegestaan.

Source officielle

7 min de lecture 1 518 mots

Inhoudsindicatie. Overlevering. EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Gelijkstellingsverweer slaagt niet. Geen algemeen gevaar (art. 11 OLW) t.a.v. de veiligheid van LHBTQIA+ gedetineerden in Polen. Overlevering toegestaan.

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-211357-25

Datum uitspraak: 16 september 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 11 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juli 2021 door the Regional Court in Poznań, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft.

3Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt

een vonnis van the District Court in Wolsztyn van 16 februari 2016, met kenmerk II K 108/18. Bij dit vonnis is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar;

een beslissing van the District Court Poznań-Stare Miasto van 27 juni 2019, met kenmerk III Ko 572/19, waarbij de tenuitvoerlegging van de bovenstaande gevangenisstraf van 1 jaar is bevolen

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 19 augustus 2025 volgt dat de omzetting van de oorspronkelijk voorwaardelijk opgelegde straf niet heeft plaatsgevonden vanwege een veroordeling voor een nieuw strafbaar feit maar vanwege het niet nakomen van voorwaarden.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als lijstfeiten, daarom geldt het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

Overlevering van een met een Nederlander gelijk te stellen vreemdeling kan op basis van artikel 6a, eerste en negende lid, OLW worden geweigerd als deze is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een haar bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.

Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan twee vereisten, te weten:

de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;

ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest ten gevolge van de opgelegde straf of maatregel.

Standpunt van de raadsman

De opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. De raadsman heeft daarbij verzocht om coulance ten aanzien van de lijn dat aangetoond moet worden dat de opgeëiste persoon vijf jaren onafgebroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Zij heeft zich pas onlangs gerealiseerd dat ze eerder belastingaangiftes had moeten doen. Ook is gesteld dat de opgeëiste persoon over de periode vóór de inschrijving in de Basisregistratie Personen in april 2023, mogelijk nog huurovereenkomsten kan overleggen. Mocht de rechtbank de overgelegde stukken onvoldoende vinden, dan verzoekt de raadsman om aanhouding zodat de gelijkstellingsstukken daarmee kunnen worden aangevuld.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gelijkstellingsverweer niet kan slagen.

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan het eerste vereiste voor gelijkstelling, omdat met de overgelegde stukken niet is aangetoond dat de opgeëiste persoon ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000. De opgeëiste persoon staat ingeschreven sinds 25 april 2023. Ten aanzien van de periode daarvóór – teruggerekend tot september 2020 – is zowel ten aanzien van het verblijf in Nederland als ten aanzien van het inkomen onvoldoende aangetoond dat van een ononderbroken rechtmatig verblijf sprake is. Daarom kan het beroep op gelijkstelling niet slagen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om de behandeling aan te houden in verband met (eventueel) nog over te leggen huurovereenkomsten. Stukken ter onderbouwing van een beroep op gelijkstelling moeten in beginsel uiterlijk tien dagen voorafgaand aan de zitting worden overgelegd, terwijl er ruimschoots de tijd is geweest om deze stukken te verzamelen. De rechtbank merkt hierbij op dat de stukken tekortschieten zowel op het punt van het verblijf in Nederland als op het punt van de rechtmatigheid daarvan – gelet op de inkomensgegevens – zodat eventuele nadere huurovereenkomsten ook niet tot een andere conclusie zouden leiden.

De rechtbank verwerpt het verweer en wijst het aanhoudingsverzoek af.

6Artikel 11 OLW

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat artikel 11 OLW aan overlevering in de weg staat, omdat de

persoonlijke integriteit van de opgeëiste persoon gevaar loopt in detentie in Polen. Zij behoort tot de LHBTQIA+ gemeenschap en het is een feit van algemene bekendheid dat deze gemeenschap in het conservatieve Polen gevaar loopt in detentie. Daarnaast staat artikel 11 OLW aan overlevering in de weg vanwege het feit dat de opgeëiste persoon in Polen geen juridische bijstand heeft gehad tijdens het strafproces. De opgeëiste persoon stelt niet op haar rechten te zijn gewezen in de procedure in Polen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het verweer niet slaagt. Daartoe overweegt de rechtbank dat de afwezigheid van een advocaat niet automatisch leidt tot een schending van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest). De stelling dat de opgeëiste persoon haar recht op rechtsbijstand zou zijn onthouden door Polen, is overigens niet onderbouwd en blijkt ook niet uit het dossier.

Ten aanzien van de detentieomstandigheden zijn geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit zou kunnen volgen dat er een algemeen reëel gevaar bestaat dat de Poolse autoriteiten de veiligheid van LHBTQIA+ gedetineerden onvoldoende kunnen garanderen. Omdat van een dergelijk algemeen gevaar geen sprake is, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon.

7Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

9Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Poznań, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Korpershoek en mr. A.T.P. van Munster, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 september 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

  1. Zie artikel 23 Overleveringswet.
  2. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
  3. HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)).
  4. Zie onderdeel e) van het EAB.
  5. Vergelijk recent rechtbank Amsterdam, 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6323.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.