Pays-Bas Rechtbank Amsterdam Divers 23 octobre 2025 N° 11762786 \ CV EXPL 25-8775 NL

ECLI:NL:RBAMS:2025:8122 Rechtbank Amsterdam , 23-10-2025 / 11762786 \ CV EXPL 25-8775

Incident. Partijen hebben een geschil dat te maken heeft met de huur van een 290-bedrijfsruimte. Daarom is uitsluitend de kantonrechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de bedrijfsruimte gelegen is. De bedrijfsruimte is gelegen in Vlaardingen en daarom is de kantonrechter van Amsterdam niet bevoegd.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Incident. Partijen hebben een geschil dat te maken heeft met de huur van een 290-bedrijfsruimte. Daarom is uitsluitend de kantonrechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de bedrijfsruimte gelegen is. De bedrijfsruimte is gelegen in Vlaardingen en daarom is de kantonrechter van Amsterdam niet bevoegd.

RECHTBANK
AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11762786 \ CV EXPL 25-8775

Vonnis van 23 oktober 2025

in de zaak van

STICHTING DE PASTEUR,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in het verzet, oorspronkelijk gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: De Pasteur,

gemachtigde: mr. R.N.E. Visser,

tegen

[gedaagde]
,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in het verzet, oorspronkelijk eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. S. Besli.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de oorspronkelijke dagvaarding van 5 maart 2025, met producties,

– het verstekvonnis van 8 mei 2025 (met zaaknummer 11589427 CV EXPL 25-4248),

– de verzetdagvaarding met incidentele vordering van 13 juni 2025, met producties,

– het herstelexploot van 18 juni 2025,

– de rolmededeling van 17 juli 2025,

– de conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdverklaring,

Daarna is vonnis in het bevoegdheidsincident bepaald.

2De feiten voor zover van belang in het incident

[gedaagde] heeft van De Pasteur de bedrijfsruimte aan de [adres] (hierna: de bedrijfsruimte) gehuurd. Het betreft bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De huurovereenkomst is ingegaan op 1 juni 2015 en omstreeks februari 2019 geëindigd.

Partijen hebben op 18 juni 2019, in het kader van een kortgedingprocedure bij deze rechtbank, ter zitting een schikking getroffen en vastgelegd in een proces-verbaal. In het proces-verbaal is, onder meer, het volgende opgenomen:
“Ten aanzien van de volgende, door eisers (aanvulling kantonrechter: o.a. [gedaagde] ) in het gehuurde verrichte, werkzaamheden zal een taxatie naar dagwaarde worden verricht. Gedaagde (aanvulling kantonrechter: De Pasteur) zal het getaxeerde bedrag aan eisers betalen binnen twee weken na het uitbrengen van het taxatierapport.”

De taxateur heeft een taxatierapport uitgebracht.

De kantonrechter heeft De Pasteur bij verstekvonnis van 8 mei 2025 (hierna: het verstekvonnis) veroordeeld om, kort gezegd, aan [gedaagde] € 37.198,-, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te betalen.

3Het geschil in het incident

De Pasteur is het niet eens met het verstekvonnis en is in verzet gekomen. De Pasteur vordert, voor alle weren, dat de kantonrechter van deze rechtbank zich (relatief of absoluut) onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de bevoegde rechter, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het incident, vermeerderd met rente.

De Pasteur stelt daartoe dat, omdat de gehuurde bedrijfsruimte in [plaats] gelegen is, uitsluitend de kantonrechter van Rotterdam bevoegd is. Voorzover daarover anders wordt geoordeeld stelt De Pasteur dat het proces-verbaal en het bindend advies buiten de huurrelatie tussen partijen liggen en een zelfstandige grondslag zijn voor de vordering. In dat geval overstijgt de vordering de competentiegrens van de kantonrechter en is de kantonrechter absoluut onbevoegd.

[gedaagde] betwist dat de kantonrechter van deze rechtbank onbevoegd is. Volgens [gedaagde] hebben partijen stilzwijgend een forumkeuze gemaakt, omdat zij al eerder in het kader van het onderhavige geschilcomplex bij deze rechtbank geprocedeerd hebben en daarbij geen bevoegdheidsincident is opgeworpen. Daarnaast ziet het geschil volgens [gedaagde] uitsluitend op de uitleg en nakoming van het proces-verbaal en vormt de staat of het gebruik van de bedrijfsruimte geen onderwerp van dit geding. Daarom dient artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toepassing te vinden en is de rechtbank Amsterdam bevoegd. Omdat het een vordering betreft die nauw samenhangt met de beëindigde huurovereenkomst en de daaropvolgende vaststellingsovereenkomst, is de kantonrechter absoluut bevoegd van het geschil kennis te nemen en doet de financiële omvang geen afbreuk aan de competentie van de kantonrechter.

4De beoordeling in het incident

Bevoegdheid

Uit het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van de in kort geding getroffen schikking blijkt dat de schikking betrekking heeft op (de afwikkeling van) de huurovereenkomst tussen partijen. Niet in geschil is dat deze huurovereenkomst betrekking heeft op bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. De vorderingen die [gedaagde] in de oorspronkelijke dagvaarding in dit geding heeft ingesteld zien op nakoming van de schikking, waardoor ook deze procedure betrekking heeft op een huurovereenkomst van bedrijfsruimte en op grond van artikel 93 sub c Rv tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter hoort.

In de tweede volzin van artikel 103 Rv is, onder meer, bepaald dat in zaken betreffende huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW uitsluitend de rechter bevoegd is binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. Aangezien de bedrijfsruimte is gelegen in [plaats] , is uitsluitend de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam bevoegd.

Anders dan [gedaagde] stelt is een stilzwijgende forumkeuze in zaken over huur van 290-bedrijfsruimtes niet mogelijk. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat de achterliggende gedachte van de wetgever daarbij onder andere is dat de plaatselijke omstandigheden voor een goed oordeel over de betreffende zaak een belangrijke rol kunnen spelen. Dat de kortgeding rechter van deze rechtbank het proces-verbaal heeft opgemaakt en daarom beschikt over de meest directe kennis van de context, bedoeling en inhoud van de gemaakte afspraken, zoals [gedaagde] stelt, maakt dat niet anders.

Verwijzing

Het bovenstaande betekent dat de kantonrechter in Amsterdam zich onbevoegd zal verklaren en de zaak in de stand waarin deze zich momenteel bevindt, zal doorverwijzen naar de onder 4.2. genoemde rechtbank.

Om verder te kunnen procederen dient de eisende partij in de hoofdzaak – in dit geval [gedaagde] – de gedaagde partij in de hoofdzaak – in dit geval De Pasteur – bij exploot op te roepen tegen de dag waarop [gedaagde] de zaak op de rolzitting van de hierboven genoemde rechtbank wil doen dienen.

De kantonrechter wijst erop dat [gedaagde] , indien hij van deze verwijzing gebruik maakt, bij de rechtbank waarheen wordt verwezen niet nogmaals griffierecht zal hoeven te betalen.

Proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van het incident (inclusief nakosten) betalen. De kosten van De Pasteur worden begroot op € 610,50, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (1 x € 543,-) en de nakosten (€ 67,50). De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5De beslissing

De kantonrechter

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,

verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten in het incident, aan de zijde van De Pasteur begroot op € 610,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de kosten van betekening en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van voldoening,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 23 oktober 2025.

64183


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.