Pays-Bas Rechtbank Amsterdam Immobilier 3 février 2026 N° 10789366 \ CV EXPL 23-14424 NL

ECLI:NL:RBAMS:2026:2986 Rechtbank Amsterdam , 03-02-2026 / 10789366 \ CV EXPL 23-14424

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Operational lease. Uitlaten over hogere leaseprijs, onderbouwing schade, overlegging stuk en oneerlijk rentebeding.

Source officielle

8 min de lecture 1 749 mots

Inhoudsindicatie. Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Operational lease. Uitlaten over hogere leaseprijs, onderbouwing schade, overlegging stuk en oneerlijk rentebeding.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10789366 \ CV EXPL 23-14424

Vonnis van 3 februari 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,

tegen

[gedaagde]
,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 3 november 2023, met producties,

– het tegen gedaagde partij verleende verstek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De beoordeling

Eisende partij vordert op grond van een tussen partijen gesloten operational leaseovereenkomst ter zake van een auto (Opel Corsa) veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 2.093,21 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, € 313,98 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

De vordering bestaat uit onbetaald gelaten leasetermijnen, een afrekening van meer gereden kilometers en eigen risico vanwege inleverschade. Op de overeenkomst zijn meerdere sets algemene voorwaarden van toepassing verklaard, waaronder de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease (hierna: AV Keurmerk).

De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).

Over de informatieplichten stelt eisende partij in de dagvaarding dat de overeenkomst is gesloten in de verkoopruimte bij de autodealer. Onder die omstandigheden is sprake van een overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen valt immers niet onder de definities van overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder e en f van het Burgerlijk Wetboek (BW), zodat deze valt in de ‘restcategorie’. In dat geval zijn de informatieplichten van artikel 6:230l BW van toepassing. Eisende partij heeft gemotiveerd gesteld op welke wijze zij aan deze verplichtingen heeft voldaan. Alle essentiële informatie als bedoeld in dat artikel is ook opgenomen in de overeenkomst, die gedaagde partij heeft kunnen doornemen alvorens deze te ondertekenen. Aan de informatieplichten heeft eisende partij dan ook voldaan.

Van alle afzonderlijke onderdelen van de vordering moet worden getoetst of hierover iets is geregeld in de overeenkomst, ongeacht of daarop een beroep wordt gedaan. Als het beding in de overeenkomst dat aan de vordering ten grondslag is óf kan worden gelegd oneerlijk is in de zin van de richtlijn, dan moet dat gedeelte van de vordering worden afgewezen. Ook als uitsluitend een beroep op de wettelijke regeling is gedaan. Dat volgt uit de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger).

Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding gaat het erom of dat beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van de richtlijn). Hierbij moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en alle andere bedingen van de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet worden uitgegaan van de datum waarop de overeenkomst is gesloten. Irrelevant voor deze toets is dus de feitelijke toepassing en uitvoering van de bedingen, of een achteraf gegeven uitleg.

De onbetaald gelaten leasetermijnen en de afrekening in verband met meer gereden kilometers zien op de kern van de overeengekomen prestaties, te weten de door gedaagde partij te betalen prijs. Ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn moeten dergelijke kernbedingen uitsluitend op oneerlijkheid worden getoetst als deze niet duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Nu de prijs op transparante wijze in de leaseovereenkomst staat, is verdere toetsing aan de richtlijn niet aan de orde.

De betalingsvoorwaarden volgen uit artikel 20 van de AV Keurmerk. Dat artikel is getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Eisende partij factureert echter een hoger leasebedrag per maand dan uit de leaseovereenkomst volgt. Overeengekomen is een maandelijkse leaseprijs van € 351,00 terwijl een bedrag van € 353,71 wordt gefactureerd. Hierover heeft eisende partij niets gesteld. Eisende partij wordt opgedragen toe te lichten waarom zij een hoger bedrag in rekening brengt, welk beding of welke bedingen aan die verhoging ten grondslag liggen en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid daarvan.

Eisende partij stelt in de dagvaarding de leaseovereenkomst te hebben ontbonden. Het beding dat aan de ontbinding ten grondslag ligt, te weten artikel 22 van de AV Keurmerk, moet worden getoetst op oneerlijkheid. Het beding luidt:

Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden?

De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.

Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling, omdat daaruit volgt dat een tekortkoming ontbinding ook moet rechtvaardigen. Daar zit een bepaalde redelijkheidstoets in, die het beding niet kent. Integendeel, op grond van het beding kan eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Dat maakt het beding oneerlijk.

Uit de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) volgt dat eisende partij, als een beding oneerlijk is, ongeacht of daar een beroep op is gedaan, niet kan terugvallen op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn als het beding niet in de voorwaarden zou staan. Voor ontbinding is dan ook geen ruimte.

Ten overvloede wordt overwogen dat los van het voorgaande een ontbindingsbrief niet bij de stukken zit. De brief van 24 april 2023 kwalificeert niet als zodanig, omdat dit slechts een aankondiging is en geen daadwerkelijke ontbinding. Dat maakt dat de door eisende partij aan de ontbinding verbonden rechtsgevolgen, zoals de verzochte voortijdige inname van de auto, ten onrechte waren. Ten tijde van het versturen van de brief van 24 april 2023 was de leaseovereenkomst immers nog niet uitgediend.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de met ontbinding gepaard gaande rechtsgevolgen en kosten, waaronder de kosten van € 330,61 in verband met het (ten onrechte) voortijdig innemen en transporteren, voor rekening van eisende partij blijven.

Voor de in rekening gebrachte bedragen aan eigen risico vanwege schades geldt dat deze onderdelen van de vordering zijn gebaseerd op artikel 25 en 26 AV Keurmerk. Daarin is bepaald dat eisende partij per schadegeval maximaal het overeengekomen bedrag aan eigen risico bij gedaagde partij in rekening mag brengen, of zoveel minder als de schade lager is. Deze bedingen zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Aan de schades ligt verder ten grondslag artikel 62 van de AV Keurmerk. Dat artikel is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. Zowel in voornoemd artikel als in de leaseovereenkomst zelf wordt verwezen naar het innameprotocol (Innameprotocol XLEasy, versie 1.0, d.d. 01-02-2018). Het Innameprotocol is echter niet in het geding gebracht. Eisende partij dient het innameprotocol te overleggen. Ook dient eisende partij de gestelde schades te onderbouwen.

Wat hiervoor is overwogen over de ontbinding, heeft geen invloed op de gevorderde schades, omdat gedaagde partij deze ongeacht tussentijdse ontbinding op grond van de leaseovereenkomst verschuldigd zou zijn.

Eisende partij vordert rente over de hoofdsom, maar heeft een beding hierover in AV Keurmerk. In artikel 22 AV Keurmerk wordt gerefereerd aan de mogelijkheid tot het in rekening kunnen brengen van vertragingsrente. Nu deze vertragingsrente niet nader is gespecificeerd en een verwijzing naar de wettelijke rente ontbreekt, kan eisende partij met een beroep op dit beding iedere rente in rekening brengen die zij wenselijk acht. Dat kan leiden tot een onevenredig hoge schadevergoeding. Het rentebeding wordt daarom als oneerlijk aangemerkt. Oneerlijke bedingen binden de consument niet. Gevolg daarvan is dat eisende partij ook geen aanspraak kan maken op wettelijke rente.

Voordat de kantonrechter het rentebeding buiten toepassing laat, mag eisende partij zich daarover uitlaten.

De zaak wordt voor akte uitlating aan de zijde van eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.9 (hogere leaseprijs), 2.15 (overlegging Innameprotocol en onderbouwing schade) en 2.18 (buiten toepassing laten rentebeding) verwezen naar de rol.

Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3De beslissing

De kantonrechter

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 maart 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij,

bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.20,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.

991


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.