ECLI:NL:RBAMS:2026:3282 Rechtbank Amsterdam , 03-04-2026 / 11836462 CV EXPL 25-11079
Overeenkomst van aanneming van werk. Geen vaste prijs afgesproken. Redelijke prijs. Artikel 7:752 lid 1 BW
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Overeenkomst van aanneming van werk. Geen vaste prijs afgesproken. Redelijke prijs. Artikel 7:752 lid 1 BW
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11836462 \ CV EXPL 25-11079
Vonnis van 3 april 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Legalwork B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V.
te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding van 14 juli 2025 met producties,
– de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie met producties,
– het tussenvonnis van 31 oktober 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
– de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
[eiser] is een bedrijf dat onder andere is gespecialiseerd in decoraties aanbrengen.
[gedaagde] heeft onder de naam [naam winkel] een parfumerie in de [locatie] (hierna: de winkel). [gedaagde] huurt de winkel sinds oktober 2024.
In het najaar van 2024 heeft [gedaagde] [eiser] gevraagd om de winkel te decoreren met gordijnen, een bloemenwand en hangende bloemen aan het plafond (hierna: de bloemenwolk).
[eiser] heeft in oktober 2024 voor decoratie van de winkel 1.200 kunstbloemen vanuit China (hierna: de kunstbloemen) besteld en geleverd gekregen. [gedaagde] heeft de kosten hiervan rechtstreeks betaald: € 3.798.
In november 2024 heeft [eiser] de onder 2.3 genoemde werkzaamheden in de winkel uitgevoerd. Daarna heeft [gedaagde] aangegeven dat de bloemenwolk lager moest komen te hangen. [eiser] heeft hieraan gevolg gegeven. In januari 2025 heeft [eiser] het werk opgeleverd.
Op 30 april 2025 heeft de heer [naam 1] , eigenaar van [eiser] (hierna: [naam 1] ) aan de heer [naam 2] , eigenaar van [gedaagde] (hierna: [naam 2] ) een kostenspecificatie (hierna: de kostenspecificatie) geappt, die [naam 1] en [naam 2] dezelfde dag samen hebben doorgenomen. In de kostenspecificatie staat onder andere het volgende:
Op 1 mei 2025 heeft [eiser] een factuur van € 3.000 exclusief btw (€ 3.630 inclusief btw) aan [gedaagde] gestuurd voor uitgevoerde werkzaamheden. Daarop staat dat het een deelfactuur betreft en dat de factuur een vervaltermijn van veertien dagen heeft (hierna: de deelfactuur). [gedaagde] heeft de deelfactuur dezelfde dag betaald.
Op 6 mei 2025 heeft [eiser] een tweede factuur van € 3.550 exclusief btw
(€ 4.295,50 inclusief btw) gestuurd (hierna: de tweede factuur). Vermeld staat dat het een slotfactuur betreft voor decoratiewerkzaamheden in de winkel en transportkosten. De factuur heeft een vervaltermijn van zeven dagen. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.
Op 12 en 23 mei 2025 heeft [eiser] via haar incassogemachtigde [gedaagde] gesommeerd om de tweede factuur te betalen. [gedaagde] heeft niet betaald.
3Het geschil
in conventie
[eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om te betalen aan [eiser] : € 4.295,50 plus rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Daarnaast vordert [eiser] dat de kantonrechter bepaalt dat [gedaagde] ook meteen aan het vonnis moet voldoen als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
[eiser] stelt dat partijen hebben afgesproken dat [eiser] decoratiewerkzaamheden in de winkel zou uitvoeren tegen betaling door [gedaagde] . [eiser] vordert nakoming van de betalingsverplichting van [gedaagde] .
[gedaagde] is het niet eens met de vordering en licht dat als volgt toe. [eiser] heeft veel meer kosten in rekening gebracht dan afgesproken. Mondeling is een budget van maximaal € 2.500 exclusief btw voor materiaal en arbeid afgesproken. [gedaagde] heeft akkoord gegeven op dure kunstbloemen uit China, maar dat was onder tijdsdruk omdat [eiser] niet op tijd goedkopere materialen had besteld. De winkel moest zo snel mogelijk open en dat kon alleen als de winkel al was gedecoreerd. [gedaagde] is ervan uitgegaan dat [eiser] de rest van de kosten laag zou houden. Daarnaast had [eiser] de bloemenwolk eerst te hoog en slordig opgehangen, en de herstelwerkzaamheden doorberekend. Dat is onterecht. Ook heeft [eiser] slechts 800 van de 1.200 betaalde bloemen gebruikt, maar toch kosten voor extra bloemen in rekening gebracht. Andere in rekening gebrachte kosten lijken ook onterecht, maar [eiser] weigert hierover transparant te zijn. [gedaagde] vindt dat de vordering moet worden afgewezen en dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
in reconventie
[gedaagde] vordert, samengevat, dat de kantonrechter [eiser] :
opdraagt om een factuur inclusief kostenspecificatie en bewijsstukken aan [gedaagde] te overleggen,
opdraagt om de 400 niet-geleverde kunstbloemen aan [gedaagde] terug te betalen,
opdraagt om de factuur van de kunstbloemen aan [gedaagde] te overleggen,
veroordeelt om de helft van de huurschade van [gedaagde] (€ 3.750) te vergoeden,
veroordeelt in de proceskosten.
[gedaagde] baseert haar vorderingen op de volgende stellingen. [eiser] moet inzicht geven in de gemaakte materiaal- en arbeidskosten en crediteren wat ten onrechte in rekening is gebracht. De winkel is een maand later dan gepland opengegaan, omdat [eiser] de decoratiewerkzaamheden niet op tijd af had. De huurschade die [gedaagde] daardoor heeft geleden moet [eiser] voor de helft vergoeden. De heer [naam 3] kan als getuige verklaren dat [eiser] niet alle in rekening gebrachte bloemen heeft geleverd.
[eiser] is het niet eens met de vorderingen en vindt dat [gedaagde] in de proceskosten moet worden veroordeeld.
4De beoordeling
in conventie
[eiser] recht op in totaal € 4.500 exclusief btw
Vaststaat dat [gedaagde] opdracht heeft verleend aan [eiser] om de winkel te decoreren. Deze opdracht kwalificeert als een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 van het Burgerlijke Wetboek (BW)).
Partijen hebben geen vaste prijs afgesproken. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in haar standpunt dat een prijs van maximaal € 2.500 exclusief btw (€ 3.025 inclusief btw) voor materialen en arbeid is afgesproken. Het kan zijn dat [gedaagde] in de beginfase met [eiser] heeft gedeeld dat zij een beoogd budget had voor dat bedrag, maar [gedaagde] heeft vóórdat de decoratiewerkzaamheden waren gestart bijna € 3.800 betaald voor alleen al de kunstbloemen. Die bloemen zijn slechts een deel van de materialen, zonder montagekosten. Het was dan ook op voorhand duidelijk dat het beoogde budget zou worden overschreden.
[gedaagde] moet een redelijke prijs aan [eiser] betalen, omdat partijen geen prijsafspraken hebben gemaakt. Dat volgt uit artikel 7:752 lid 1 BW. Bij het bepalen van een redelijke prijs gaat het om welke verwachtingen vooraf zijn gewekt. De kantonrechter sluit aan bij wat [naam 1] ( [eiser] ) op zitting heeft verklaard: bij het maken van afspraken met [naam 2] ( [gedaagde] ) heeft hij aangegeven dat hij vanwege hun vriendschap een vriendendienst met gereduceerde tarieven zou verlenen, maar wel vergoed moest worden voor kosten en arbeid.
[eiser] vraagt voor de decoratiewerkzaamheden in totaal € 6.550 exclusief btw (€ 7.925,50 inclusief btw), en verwijst voor de onderbouwing naar de kostenspecificatie (zie 2.6). Die onderbouwing is tegenover de betwisting van [gedaagde] te mager. Zo zijn de gemaakte uren niet naar datum en tijdstip uitgeschreven, en ook niet voorzien van een uurtarief. Ook bevatten de materialen kosten die niet verifieerbaar zijn, zoals € 650 voor extra bloemen en € 410 aan invoerkosten. Verder heeft [naam 1] op zitting verklaard dat hij bij meerdere in rekening gebrachte kosten een winstmarge heeft berekend, maar dat strookt niet met de verwachting die hij vooraf bij [naam 2] heeft gewekt (zie onder 4.3).
Partijen hebben eind april 2025 met elkaar gesproken over de kostenspecificatie van [eiser] . Op zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat toen een bedrag van € 4.500 exclusief btw (€ 5.445 inclusief btw) is genoemd. Alle omstandigheden in acht nemend, ziet de kantonrechter aanleiding om bij het bepalen van de redelijke prijs voor het opgeleverde werk aan te sluiten bij dit bedrag. Dit betekent dat [eiser] voor haar decoratiewerkzaamheden recht heeft op een bedrag van in totaal € 4.500 exclusief btw.
Vaststaat dat [gedaagde] al een bedrag van € 3.000 exclusief btw heeft betaald, zodat een bedrag van € 1.500 exclusief btw (€ 1.815 inclusief btw) toewijsbaar is.
wettelijke handelsrente
De daarover gevorderde wettelijke handelsrente zal worden toegewezen vanaf datum van de dagvaarding (14 juli 2025), zoals subsidiair gevorderd. Primair stelt [eiser] dat [gedaagde] in verzuim is zeven dagen na de tweede factuur en vordert de rente vanaf dan, maar [eiser] heeft niet duidelijk gemaakt waarom [gedaagde] al vanaf 13 mei 2025 in verzuim zou zijn. De tweede factuur heeft zonder duidelijke reden een kortere vervaltermijn dan de deelfactuur (zeven dagen tegenover veertien dagen). Ook speelt mee dat [eiser] [gedaagde] op 12 mei 2025 – dus slechts zes dagen na de factuurdatum – heeft aangeschreven om de tweede factuur te betalen, maar toen was de factuur ook volgens de eigen stelling van [eiser] nog niet opeisbaar.
buitengerechtelijke incassokosten
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering wordt toegewezen volgens het bepaalde tarief in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten: € 272,25.
De daarover gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten worden aangemerkt als vermogensschade, terwijl wettelijke handelsrente alleen van toepassing is op betalingsverplichtingen die voortkomen uit handelsovereenkomsten. De wettelijke rente van artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar. Als ingangsdatum zal de datum van dagvaarding worden genomen.
proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Aan de hand van het toegewezen bedrag worden de proceskosten van [eiser] begroot op:
– kosten van de dagvaarding
€
122,35
– griffierecht
€
385,00
– salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
– nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.049,85
De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten wordt afgewezen op dezelfde grond als onder 4.9. De wettelijke rente van artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar, met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis.
in reconventie
factuur € 1.500 overleggen
[gedaagde] heeft als tegeneis dat [eiser] een factuur met daarbij een controleerbare kostenspecificatie overlegt. De kantonrechter heeft onder 4.5 vastgesteld dat € 4.500 exclusief btw een redelijke prijs is voor het geleverde werk van [eiser] . [eiser] hoeft daarom geen controleerbare kostenspecificatie te overleggen. Wel dient [eiser] een factuur op te maken voor het bedrag dat in deze procedure wordt toegewezen: € 1.500 exclusief btw. De tegenvordering wordt in zoverre toegewezen.
geen creditering kunstbloemen
[gedaagde] stelt dat [eiser] 400 van de 1.200 betaalde kunstbloemen niet heeft geleverd en vordert dat deze worden terugbetaald. De kantonrechter wijst die vordering af, omdat [gedaagde] tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat minder bloemen zijn verwerkt in de bloemenwolk.
Bij deze stand van zaken komt de kantonrechter niet toe aan bewijslevering, zodat er geen aanleiding is om de heer [naam 3] als getuige op te roepen.
factuur kunstbloemen overleggen
[gedaagde] vordert dat [eiser] een factuur voor de kunstbloemen uit China overlegt aan [gedaagde] . De kantonrechter begrijpt dat [eiser] de kunstbloemen heeft gekocht bij de Chinese leverancier en op haar beurt heeft verkocht aan [gedaagde] . Betaling van de Chinese leverancier is rechtstreeks door [gedaagde] verricht. Deze constructie brengt mee dat [eiser] als verkoper een factuur aan [gedaagde] moet verstrekken, zodat deze vordering wordt toegewezen.
geen huurschade
[gedaagde] stelt dat zij een maand later open is gegaan met de winkel, omdat [eiser] te laat heeft opgeleverd, en vordert daarom de helft van haar maandelijkse huurverplichting. Die vordering wordt afgewezen, omdat [gedaagde] niet heeft onderbouwd dat zij een fatale opleverdatum met [eiser] heeft afgesproken en dat [eiser] die vervolgens niet is nagekomen.
geen juridische kosten
[gedaagde] vordert ook vergoeding van juridische kosten, maar daar is geen grond voor en daarom wordt deze vordering afgewezen.
proceskosten
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.815,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 14 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 272,25 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.049,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
gebiedt [eiser] tot het opmaken en overleggen van een (slot)factuur aan [gedaagde] van € 1.500 exclusief btw,
gebiedt [eiser] tot het opmaken en overleggen van een factuur aan [gedaagde] voor de gekochte kunstbloemen,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, rechter, bijgestaan door mr. R. Hafith en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...