ECLI:NL:RBDHA:2025:10493 Rechtbank Den Haag , 20-06-2025 / SGR 23/8106

tussenuitspraak art. 8:80a en 8:51a lid 1 Awb; bestuurlijke lus; handhavingsverzoek nav een verbouwing van een woning waarbij in de constructieve betonvloer die de belasting van de muur tussen de woning van derde-partij en eiseres geleidt, een sleuf is gehakt; college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de bovenwapening intact is; niet is aannemelijk dat derde-partij de bovenwapenin...

Source officielle

10 min de lecture 2 042 mots

Inhoudsindicatie. tussenuitspraak art. 8:80a en 8:51a lid 1 Awb; bestuurlijke lus; handhavingsverzoek nav een verbouwing van een woning waarbij in de constructieve betonvloer die de belasting van de muur tussen de woning van derde-partij en eiseres geleidt, een sleuf is gehakt; college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de bovenwapening intact is; niet is aannemelijk dat derde-partij de bovenwapening na de bouwstop alsnog heeft doorgehaald; omdat niet is gebleken dat het college heeft gecontroleerd of de betonvloer op de juiste manier is hersteld, is onvoldoende gemotiveerd dat de vloer aan zijn constructieve integriteit voldoet.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/8106

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.M. Lammers),

en

het college van burgemeester en wethouders van Gouda,

(gemachtigde: mr. A.J.M.M. Scholtes).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats] (derde-partij).

Samenvatting

1. Eiseres en derde-partij zijn buren. Derde-partij heeft in 2021 een verbouwing gehad in haar woning. Bij die verbouwing is een sleuf gehakt in de betonvloer om een riolering aan te leggen. Dit is een constructieve vloer die de belasting van de muur tussen de woning van eiseres en derde-partij geleidt. Eiseres is bang dat de constructieve veiligheid van de woningen in gevaar is gekomen. Zij heeft het college gevraagd om handhavend op te treden zodat derde-partij wordt verplicht de vloer weer volledig te herstellen.

Het college heeft besloten om niet handhavend op te treden. De inspecteur heeft gezien dat de wapening in de vloer niet is doorgehaald. De vloer functioneert daarom nog en de constructieve veiligheid is niet in gevaar gekomen.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het college dit besluit niet voldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank volgt het standpunt van het college dat de wapening in de vloer niet is doorgehaald, maar het college heeft niet gecontroleerd of derde-partij de sleuf in de vloer weer op de juiste manier heeft dichtgemaakt. Als de sleuf niet op de juiste manier is dichtgemaakt kan dat van invloed zijn op de constructieve functie van de vloer. De rechtbank past daarom een bestuurlijke lus toe zodat het college alsnog kan controleren of de sleuf op de juiste manier is dicht gemaakt.

Procesverloop

2. Bij besluit van 8 maart 2023 heeft het college het verzoek van eiseres om handhavend optreden afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 8 maart 2023 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, bijgestaan door ing. [naam 1] en ing. [naam 2] . Namens het college heeft zijn gemachtigde deelgenomen. Derde-partij is niet op de zitting verschenen.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Derde-partij heeft in 2021 een verbouwing gehad in haar woning aan de [adres] . Bij die verbouwing is een sleuf gehakt in de betonvloer van de woning.

Eiseres heeft op 27 januari 2023 een verzoek om handhaving ingediend. Onderdeel daarvan is een rapport van het bureau [adviesbureau] ( [adviesbureau] ) van 13 december 2022. In dit rapport staat dat grote schade is aangebracht aan de betonvloer in de woning van derde-partij. Deze betonvloer heeft een constructieve functie om de belasting uit de bouwmuren naar de paalfundering te geleiden. Volgens het rapport is het niet toegestaan de bovenwapening in de betonvloer door te halen, te beschadigen of de dekking te verwijderen. Dit rapport vermeldt verder dat zeker op één locatie, achterin de woning, de constructieve bovenwapening van de betonvloer is beschadigd en dat de vloer op dit punt niet aan zijn constructieve integriteit voldoet. Er is geen rekenkundige onderbouwing of herstelplan waaruit blijkt dat dit anders is.

Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen. Het college heeft hiervoor verwezen naar een handhavingsrapport van 15 april 2021 van de inspecteur bouw- en woningtoezicht (de inspecteur). Het handhavingsrapport vermeldt dat de inspecteur op 14 april 2021 heeft geconstateerd dat de onderste wapening niet is doorgehaald. Bij het handhavingsrapport zijn foto’s gevoegd die door de inspecteur op 14 april 2021 in de woning zijn gemaakt. Volgens het college is op de foto’s te zien dat ook de bovenwapening in de vloer nog intact is. Het college stelt zich op het standpunt dat uit het rapport van [adviesbureau] niet is gebleken dat het hakken van de sleuf in de constructieve vloer zonder het beschadigen van de wapening, heeft geleid tot aantasting van de constructieve functie ervan, in aanmerking genomen dat de vloer slechts enkele weken heeft opengelegen, en daarna in de oude situatie is hersteld.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht Omgevingswet

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. Het verzoek om handhaving is gedaan op 27 januari 2023. De Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, blijft daarom van toepassing.

De niet betwiste feiten en omstandigheden

5. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de volgende door partijen niet betwiste feiten en omstandigheden.

De vloer in de woning van derde-partij bestaat uit een constructieve betonvloer met een dikte van 250 mm. Daarboven bevindt zich een afwerklaag van 150 mm. De constructieve betonvloer bevat wapening in de vorm van stalen staven. Deze wapening wordt onderscheiden in een onderste wapening en een bovenwapening. De afwerklaag bevat een praktische wapening die geen constructieve functie heeft en bedoeld is om scheurtjes in de afwerklaag te voorkomen.

In 2021 is in de woning van derde-partij nieuwe riolering aangebracht. Voor de aanleg van riolering zijn in de vloer van de woning sleuven uitgehakt met een diepte van gemiddeld 210 à 220 mm vanaf de bovenzijde van de afwerklaag. De sleuven zijn daarmee 60 à 70 mm dieper dan de afwerklaag en zijn dus uitgehakt in de constructieve betonvloer.

Is voldoende duidelijk dat de bovenwapening van de constructieve betonvloer niet is doorgehaald?

6. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat de bovenwapening van de constructieve betonvloer is doorgehaald. Op de foto’s bij het handhavingsrapport is wapening in de betonvloer te zien. Tussen partijen is niet in geschil dat de wapening op de foto’s niet de onderste wapening in de betonvloer kan zijn. Die zit namelijk dieper dan de 60 à 70 mm die uit de constructieve betonvloer is gehakt. Dit betekent dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat de wapening op de foto’s de bovenwapening is. Het college stelt zich verder terecht op het standpunt dat op de foto’s is te zien dat deze bovenwapening intact is.
6.1. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel. Eiseres heeft haar stelling dat de bovenwapening is doorgehaald niet onderbouwd met objectieve gegevens. Eiseres heeft alleen gewezen op één foto bij het handhavingsrapport waarop is te zien dat wapening is verwijderd. Het college heeft hierover toegelicht dat de plek die op deze foto is te zien geen deel uitmaakt van de constructieve betonvloer. De woning van derde-partij, die oorspronkelijk een lengte van 8,15 meter had, is in het verleden uitgebouwd tot een lengte van 11,11 meter. Volgens het college heeft de inspecteur gemeten dat plek die op de foto is te zien ligt op een afstand van 11,41 meter ten opzichte van de binnenzijde van de voorgevel. Dit betekent dat deze plek ligt in de tweede, later gerealiseerde aanbouw. Het college heeft geen aanleiding hoeven zien om de juistheid van de bevindingen van de inspecteur in twijfel te trekken. Omdat de vloer van de tweede aanbouw geen deel uitmaakt van de constructieve betonvloer van de woning, bestaat geen grond voor het oordeel dat het uithakken van die sleuf en het verwijderen van de daarin aanwezige wapening de constructieve veiligheid van de woning heeft aangetast. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Is de bovenwapening van de constructieve betonvloer na de opheffing van de bouwstop alsnog doorgehaald?

7. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door aan te nemen dat de bovenwapening van de constructieve betonvloer na de controle door de inspecteur niet alsnog is doorgehaald. Het college heeft derde-partij na de controle een bouwstop opgelegd. De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat derde-partij hierna alsnog de bovenwapening heeft doorgehaald. Eiseres heeft ook geen enkel bewijs hiervoor overgelegd. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college ten onrechte nagelaten te controleren of de vloer is hersteld?

8. De rechtbank overweegt dat het college bij de opheffing van de bouwstop aan derde-partij heeft opgedragen de constructieve betonvloer met betonreparatiemortel te herstellen. Vast staat dat dit nodig is om de constructieve integriteit van de betonvloer te waarborgen. Het is de rechtbank echter niet gebleken dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd. Het college heeft ter zitting verklaard dat geen controle heeft plaatsgevonden om te controleren of de betonvloer op de juiste manier is hersteld. De rechtbank vindt dat het college gelet hierop onvoldoende heeft gemotiveerd dat de vloer aan zijn constructieve integriteit voldoet.

Conclusie en gevolgen

9. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.

De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet het college na (laten) gaan of de constructieve vloer daadwerkelijk met een betonreparatiemortel is hersteld. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op vijf weken na verzending van deze tussenuitspraak.

Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vijf weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.

10. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

stelt het college in de gelegenheid om binnen vijf weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

  1. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2877.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.