ECLI:NL:RBDHA:2025:18621 Rechtbank Den Haag , 09-10-2025 / C/09/686323 / KG ZA 25-522
vonnis in kort geding - niet spoedeisend en proceskostenveroordeling
6 min de lecture · 1 155 mots
Inhoudsindicatie. vonnis in kort geding – niet spoedeisend en proceskostenveroordeling
Rechtbank den haag
Team handel – voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/686323 / KG ZA 25-522
Vonnis in kort geding van 9 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
eiser,
advocaat mr. R. van Viersen te Hoofddorp,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. A.G. de Jong te Den Haag.
Partijen worden hierna ook ‘de vader’ en ‘de moeder’ genoemd.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding met producties;
– de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met producties;
– de door eiser overgelegde producties;
– de door gedaagde overgelegde producties.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 september 2025 waarbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door mr. R.A. Bos, waarnemer voor zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten
Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
De moeder heeft het eenhoofdig gezag over [minderjarige] en [minderjarige] woont bij de moeder.
3Het geschil
De vader vordert – zakelijk weergegeven –:
1. de moeder te verplichten de vader eenmaal per maand, althans een frequentie die de voorzieningenrechter redelijk acht, een e-mail te sturen waarin de moeder een update geeft over de ontwikkeling en het leven van [minderjarige] , waaronder over de schoolprestaties van [minderjarige] , haar vriendjes, de uitjes die zij heeft en haar sociale leven, de medische en psychische situatie van [minderjarige] , of zij bij de hulpverlening loopt, wat de reden daarvan is en wat daar besproken wordt, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de moeder daarmee in gebreke blijft;
2. de moeder te veroordelen in de kosten van dit geding, te betalen binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis en voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
3. de moeder te veroordelen tot betaling aan de vader van de nakosten ad € 131,- dan wel € 199,- voor zover betekening van het te wijzen vonnis noodzakelijk is.
Kosten rechtens
Samengevat voert de vader ter onderbouwing het volgende aan. Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 27 februari 2023 is bepaald dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige] zal toekomen. Op de zitting die aan deze beschikking ten grondslag lag, heeft de moeder toegezegd hem op de hoogte te houden van belangrijke gebeurtenissen in het leven van [minderjarige] . De moeder is deze toezegging maar eenmaal nagekomen. Zij heeft op 1 april 2023 een e-mail gestuurd over [minderjarige] . Dit is de laatste e-mail/update die hij van de moeder kreeg. Hij heeft op 10 maart 2025 gevraagd om een update over [minderjarige] , maar die update is uitgebleven. Op 3 april 2025 heeft de moeder hem een e-mail met een update over [minderjarige] gestuurd, na sommatie van zijn advocaat. Deze update is onvolledig omdat er bijvoorbeeld geen schoolrapporten en informatie over het traject bij de psycholoog werden overgelegd.
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. Ook vordert zij in deze procedure om de vader te veroordelen in de proceskosten, een salaris voor de advocaat daaronder begrepen, alsmede in de nakosten, onder de bepaling dat de vader deze kosten binnen veertien dagen dient te voldoen na de datum waarop door de rechtbank vonnis is gewezen en de vader te veroordelen tot betaling van de wettelijk rente over deze kosten, wanneer betaling binnen de gestelde termijn uitblijft.
4De beoordeling van het geschil
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vader geen spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorziening. Daarover overweegt zij als volgt.
Duidelijk is geworden dat de moeder na de beschikking van 27 februari 2023 is begonnen met het informeren van de vader over [minderjarige] . Zij is daarmee gestopt na de ontvangst van de e-mail van 15 mei 2023 van de vader waarin hij aangaf geen informatie over [minderjarige] van de moeder meer te willen ontvangen. Zodra in maart 2025 duidelijk werd dat de vader wel weer informatie wilde ontvangen, is de moeder daarmee weer begonnen en heeft zij de afgelopen drie maanden de vader op keurige en goede wijze weer geïnformeerd over [minderjarige] . De voorzieningenrechter heeft geen enkele reden om aan te nemen dat de moeder daarmee stopt. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat er op dit moment geen sprake is van een acute situatie die om een ordemaatregel vraagt. Voor zover de vader aanvoert dat de informatie die de moeder verstrekt niet volledig is omdat schoolrapporten en informatie over het traject bij de psycholoog ontbreken, is een bodemprocedure daarvoor de geëigende weg.
De voorzieningenrechter zal de vordering van de vader afwijzen. Er wordt niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling.
Proceskostenveroordeling
Het uitgangspunt in familiezaken is dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt. In voorkomend geval kan hiervan worden afgeweken.
De voorzieningenrechter ziet in het onderhavige geval aanleiding om de vader in de proceskosten te veroordelen en overweegt daartoe als volgt. De vader is tot dagvaarden overgegaan en heeft de procedure voortgezet terwijl de moeder vanaf het moment dat de vader kenbaar heeft gemaakt weer informatie te willen, maandelijks ruimschoots aan haar informatieplicht heeft voldaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was het aanhangig maken van een kort geding onnodig. De enkele stelling van de vader dat hij bang is dat de moeder zonder rechterlijke uitspraak weer niet gaat nakomen is daarvoor onvoldoende. De voorzieningenrechter vindt het daarom redelijk dat de vader de kosten van deze procedure draagt.
De moeder heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Gedaagden met een toevoeging betalen een lager griffierecht.
Gelet op al het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vader veroordelen om de kosten van het griffierecht (€ 90,-) en het salaris van de advocaat conform het liquidatietarief (€ 715,-) aan de moeder te vergoeden. Onder proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 178,-).
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vordering van de vader af;
veroordeelt de vader in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de moeder begroot op € 805,–, waarvan € 715,– aan salaris advocaat en € 90,– aan griffierecht, te vermeerderen met de nakosten zoals vermeld in 4.7;
verklaart deze kostenveroordeling tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong-Kwestro en in het openbaar uitgesproken
op 9 oktober 2025.
IM
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...