ECLI:NL:RBDHA:2025:18629 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 / NL:TZ:2501219:R-RK en NL:TZ:2501220:R-RK
Toelating WSNP. Geen verzoek eerdere ingangsdatum. Ook ambtshalve geen eerdere ingangsdatum.
4 min de lecture · 819 mots
Inhoudsindicatie. Toelating WSNP. Geen verzoek eerdere ingangsdatum. Ook ambtshalve geen eerdere ingangsdatum.
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
vonnis van 2 oktober 2025
Rekestnummers: NL:TZ:2501219:R-RK en NL:TZ:2501220:R-RK
op het verzoek van:
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1960 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
en
[naam 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1966 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ),
beiden wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor hun schulden te komen hebben de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1De procedure
De heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 11 september 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
– de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] vergezeld door [naam 3] ,
– [naam 4] , Stichting CAV,
– [naam 5] , Stichting CAV.
2De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP
De heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevinden en zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] aan de verplichtingen van de WSNP zullen voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
De heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] voldoen aan alle eisen en worden toegelaten tot de WSNP.
De verplichtingen waaraan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] tijdens de WSNP moeten voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] .
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] zich gedurende die periode houden aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913, r.o. 3.9-3.10). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De termijn van de schuldsaneringsregeling gaat in op de dag van deze uitspraak. Het aangeleverde dossier biedt geen of te weinig (concrete en overzichtelijke) aanknopingspunten voor het bepalen van een eerdere ingangsdatum.
3De beslissing
De rechtbank:
– spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1960 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
en
[naam 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1966 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ),
beiden wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ;
– stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 2 oktober 2025;
– stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
– benoemt tot rechter-commissaris mr. J.C.A.T. Frima en tot bewindvoerder:
E.A. de Snoo (Advocatenkantoor Loeff)
[adres 2]
– geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] in te zien;
– bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.C.A.T. Frima, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...