ECLI:NL:RBDHA:2025:19369 Rechtbank Den Haag , 23-10-2025 / NL25.38557

Dublin Frankrijk, Interstatelijk vertrouwensbeginsel, Artikel 17 Dvo, arrest C.K., beroep ongegrond.

Source officielle

12 min de lecture 2 561 mots

Inhoudsindicatie. Dublin Frankrijk, Interstatelijk vertrouwensbeginsel, Artikel 17 Dvo, arrest C.K., beroep ongegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.38557

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.L. Saija),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser omdat Frankrijk daarvoor verantwoordelijk is. Eiser is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand kan blijven. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Ook heeft de minister terecht gesteld dat niet is gebleken van een situatie zoals bedoeld in het arrest C.K. van het Hof van Justitie, en zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen toepassing hoeft te worden gegeven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Inleiding

2. Met het bestreden besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, diens gemachtigde en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling

Totstandkoming van het besluit

3. De minister heeft de asielaanvraag van eiser van 20 maart 2025 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag. De Franse autoriteiten hebben op 4 juli 2025 het verzoek van Nederland om eiser over te nemen geaccepteerd. De minister heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Kan ten aanzien van Frankrijk worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

4. Eiser betoogt dat de minister ten aanzien van Frankrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan en voert daartoe aan dat de kwaliteit van de asielprocedure en de detentie- en leefomstandigheden in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest. Eiser wijst ter toelichting hiervan op twee brieven van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) en op het AIDA-rapport over Frankrijk (update 2024). Eiser betoogt dat de problemen in Frankrijk onverminderd blijven aanhouden en dus structureel zijn. Eiser heeft last van een ernstige depressie waaronder suïcidale gedachten, waarbij sprake is geweest van twee suïcidepogingen, en betoogt dat de toegang tot medische zorg voor hem problematisch zal zijn en dat uit de brieven van VWN volgt dat asielzoekers die medische hulp nodig hebben vaak alleen in het Frans te woord worden gestaan.

De rechtbank is van oordeel dat de minister er terecht op heeft gewezen dat als algemeen uitgangspunt geldt dat Frankrijk haar verdragsverplichtingen nakomt. De minister kan alleen tot de conclusie komen dat een lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt als de vreemdeling in de verantwoordelijke lidstaat een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Bij deze beoordeling is het arrest Jawo van belang. Hierin zijn de criteria beschreven waarmee lidstaten kunnen beoordelen of tekortkomingen onder artikel 4 van het EU Handvest vallen. Hiervoor moeten de tekortkomingen een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Het beroep van eiser op het meest recente AIDA-rapport (update 2024) wijst daar niet op. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bij uitspraak van 31 juli 2025 geoordeeld dat het AIDA-rapport (update 2024) geen wezenlijk ander beeld schetst dan de landeninformatie die de Afdeling bij de uitspraak van 30 augustus 2024 heeft betrokken. In die eerdere uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat uit de beschikbare informatie niet kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. Alhoewel kan worden aangenomen dat sprake was van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in Frankrijk, is niet gebleken dat die problemen dermate structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Frankrijk op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 4 van het EU Handvest of artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.

De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser ook met zijn verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid is bereikt of dat sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure. Eiser heeft in het aanmeldgehoor van 15 april 2025 enkel verklaard dat hij zijn gezin al in een lastige situatie heeft gebracht en hen niet naar een land wil brengen waar zij niet vrij kunnen zijn en de taal niet spreken. Uit een door eiser overgelegd rapport van Veilig Thuis Groningen (VTG) blijkt dat eiser twee suïcidepogingen heeft ondernomen omdat hij last had van veel emoties, welke onder andere te maken hebben met het voornemen om over te worden gedragen aan Frankrijk. Uit het VTG-rapport blijkt ook dat eiser denkt nooit meer vrede te zullen hebben als hij en zijn gezin naar Frankrijk worden overgedragen, omdat hij heeft gehoord dat Frankrijk een zeer onvriendelijk klimaat heeft ten opzichte van (homoseksuele) vluchtelingen en dat de opvangvoorzieningen in slechte condities zijn. In het medisch advies van Bureau Medische Advisering (BMA) van 13 augustus 2025 wordt bevestigd dat bij eiser sprake is van een recidiverende ernstige depressie en suïcidale klachten die verband houden met traumatische gebeurtenissen in eisers land van herkomst en het voornemen dat hij aan Frankrijk zal worden overgedragen. Eiser staat op dit moment onder behandeling in de vorm van een therapie. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht stelt dat eiser geen persoonlijke ervaringen heeft met het opvangsysteem in Frankrijk en dat nergens uit blijkt dat eiser in Frankrijk geen medische behandeling kan krijgen voor zijn ernstige depressie klachten. De enkele omstandigheid dat eiser van horen zeggen heeft dat het klimaat onvriendelijk is ten opzichte van (homoseksuele) vluchtelingen is niet voldoende om te concluderen dat ten aanzien van Frankrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Daarbij wordt overwogen dat een vreemdeling zich bij voorkomende problemen kan wenden tot de autoriteiten van Frankrijk of de daarvoor geschikte instanties van Frankrijk. Ten aanzien van eisers verwijzing naar de brieven van VWN oordeelt de rechtbank dat de minister terecht stelt dat eiser niet nader uiteen heeft gezet hoe de door hem aangehaalde informatie zich verhoudt tot zijn persoonlijke situatie. Eiser heeft zelf namelijk geen asielaanvraag in Frankrijk ingediend en heeft daar dus geen ervaringen met de opvangvoorzieningen en de asielprocedure. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat sprake is van slechte opvangcondities. De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser daarin niet is geslaagd en dat de autoriteiten in Frankrijk met het claimakkoord hebben gegarandeerd dat het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling wordt genomen met inachtneming van de Europese regelgeving. De beroepsgrond slaagt niet.

Had de minister de aanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling moeten nemen omdat de overdracht in strijd is met het arrest C.K.?

5. Eiser betoogt dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat een overdracht aan Frankrijk een reëel en bewezen risico oplevert op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn medische situatie, waardoor de overdracht in strijd is met het arrest C.K. Daartoe voert eiser aan dat uit de overgelegde medische stukken kan worden afgeleid dat hij last heeft van ernstige psychische problemen (waaronder suïcidale klachten met twee suïcidepogingen) en dat het suïciderisico door de overdracht als zeer hoog/maximaal hoog moet worden ingeschat. Eiser is het niet eens met de minister dat met het BMA-advies maximale reiswaarborgen worden geboden. Eiser voert onder verwijzing naar de WI 2021/3 aan, dat de minister geen uitspraken kan doen over de daadwerkelijke gevolgen van een overdracht op de gezondheidssituatie van eiser, en dat het BMA-advies enkel ziet op de overdracht zelf. De minister had moeten onderzoeken of door de overdracht een suïciderisico aanwezig is in de periode vóór en/of ná de overdracht. Eiser is extreem angstig voor een overdracht naar Frankrijk en betoogt dat een overdracht, door de aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn medische situatie, onevenredig hard is, en dat de minister op basis van deze bijzondere individuele omstandigheden zijn asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening alsnog in behandeling had moeten nemen.

In het arrest C.K. heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat zelfs als kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, een Dublinclaimant alleen kan worden overgedragen als is uitgesloten dat die overdracht een reëel en bewezen risico inhoudt dat de Dublinclaimant wordt onderworpen aan onmenselijk of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van het EU Handvest. De overdracht vormt een onmenselijke en vernederende behandeling in de zin van dat artikel, als de overdracht van een Dublinclaimant met een ernstige mentale of lichamelijke aandoening een reëel en bewezen risico zou inhouden op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van diens gezondheidstoestand. De minister moet iedere ernstige twijfel over de weerslag van de overdracht op de gezondheidstoestand van de Dublinclaimant wegnemen. De minister doet dit door voorzorgsmaatregelen te nemen bij de overdracht. Als deze voorzorgsmaatregelen echter niet zouden volstaan om te verzekeren dat de overdracht niet leidt tot het voornoemde risico, moet de minister de overdracht opschorten totdat de toestand van de Dublinclaimant is verbeterd. De minister kan er echter ook voor kiezen om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De vreemdeling moet het risico op verslechtering van zijn gezondheidstoestand onderbouwen met objectieve documenten.

Hoewel de rechtbank de persoonlijke situatie van eiser betreurt, is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de overdracht niet in strijd is met het arrest C.K. Uit het BMA-advies van 13 augustus 2025 blijkt dat bij eiser sprake is van een recidiverende, ernstige depressie met suïcidale gedachten, dat eiser volgens zijn behandelaars tenminste één suïcidepoging zou hebben ondernomen en dat hij momenteel onder behandeling staat. De suïcidale gedachten zijn nog steeds aanwezig en zijn draagkracht wordt ingeschat als laag. Het BMA adviseert dat eiser onder voorwaarden, waaronder begeleiding tijdens de reis en een fysieke overdracht aan een opvolgend hulpverlener (psychiater) aan Frankrijk kan worden overgedragen. Op grond van de door eiser overgelegde medische stukken kan niet worden geconcludeerd dat het risico op suïcide hoog is als eiser wordt overgedragen. Eiser heeft daarmee niet onderbouwd dat een overdracht aan Frankrijk in strijd is met het arrest C.K. De verwijzing van eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 4 juli 2025 leidt niet tot een ander oordeel, nu het in die zaak gaat om andere feiten en omstandigheden. Zo is er in die zaak een reactie van een psychiater en psycholoog op het BMA-advies overgelegd waaruit blijkt dat het suïciderisico als gevolg van de overdracht als zeer hoog/maximaal hoog wordt ingeschat. Eiser heeft zulke stukken niet overgelegd en uit de wel beschikbare medische stukken volgt niet dat er een (hoog) risico op suïcide is door of vanwege een mogelijke overdracht aan Frankrijk. Het ligt op de weg van eiser om met medische stukken te onderbouwen dat dit wel het geval is en om bijvoorbeeld het BMA-advies voor een medische contra-expertise aan een deskundige aan te bieden. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn verzoek ter zitting om een onafhankelijke derde te benoemen om onderzoek te doen naar mogelijke suïciderisico’s van vóór of ná de overdracht. De rechtbank heeft onder 4.1. en 4.2. geoordeeld dat ten aanzien van Frankrijk kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Nergens blijkt uit dat eiser in Frankrijk na de overdracht niet passend kan worden behandeld. Er zijn ook geen aanwijzingen dat Nederland het meest geschikte land is om eiser te blijven behandelen. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat een overdracht naar Frankrijk voor eiser geen reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand oplevert. De minister heeft daarom ook geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen vergoeding krijgt van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127, in de zaak C.K. tegen Slovenië.
  2. Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
  3. Op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.
  4. Brief 24 mei 2025 en 11 juni 2025 over de positie van Dublinterugkeerders en asielzoekers in Frankrijk.
  5. AIDA-rapport “Country Report: France 2024 Update” van 11 juni 2025.
  6. HvJEU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, in de zaak Jawo, punten 80 en 81.
  7. HvJEU arrest Jawo, 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, punten 91-93.
  8. ABRvS van 31 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3623.
  9. ABRvS van 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552 ([website]).
  10. ABRvS van 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3737.
  11. Verslag gehoor aanmeldfase, pagina 6.
  12. Rapport Veilig Thuis Groningen vastgesteld op 24 mei 2025, pagina 6.
  13. BMA nota medisch advies van 13 augustus 2025, pagina 2.
  14. Het BMA-Advies en het document BMA bewijs omtrent medische situatie.
  15. Verklaring over zijn medische situatie van [persoon A] en [persoon B] van 29 juli 2025, en een verklaring BMA bewijs medische situatie van 31 juli 2025.
  16. Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11918.
  17. Werkinstructie 2021/3 BMA advies tijdens de Dublinprocedure n.a.v. arrest C.K.
  18. HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127, in de zaak C.K. tegen Slovenië, punt 68.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.