ECLI:NL:RBDHA:2025:19508 Rechtbank Den Haag , 22-10-2025 / NL25.2663

Hechte persoonlijke banden, middelenvereiste, ongegrond

Source officielle

6 min de lecture 1 258 mots

Inhoudsindicatie. Hechte persoonlijke banden, middelenvereiste, ongegrond

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.2663

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3]

V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3] ,

hierna te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.L.A.F. van Halteren).

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een mvv met het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij referent, [referent] , ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referent] (referent), de gemachtigde van eisers, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eisers hebben de Senegalese nationaliteit en zijn geboren op respectievelijk [datum 1] 2005, [datum 2] 2009 en [datum 3] 2012. Op 16 december 2022 heeft referent een aanvraag ingediend voor een mvv voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ met het oog op verblijf van eisers bij hem in Nederland. Referent is de vader van eisers. Hij is geboren op 1 juli 1965 en heeft de Nederlandse nationaliteit. Deze aanvraag heeft verweerder bij het besluit van 12 januari 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Op 6 november 2024 heeft een hoorzitting met referent plaatsgevonden.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat referent niet beschikt over zelfstandige, voldoende en duurzame middelen van bestaan, zodat niet is voldaan aan het middelenvereiste. Er is ook geen grond om referent van het middelenvereiste vrij te stellen, omdat niet is gebleken dat hij arbeidsongeschikt is of ontheven van de plicht tot arbeidsinschakeling. Voorts is niet aangetoond dat referent het gezag heeft over zijn kinderen noch dat hij zijn kinderen financieel verzorgd en betrokken is bij verzorgings-en opvoedingstaken. Eisers hebben geen bijzondere omstandigheden aangevoerd, zodat er ook geen aanleiding is om op grond van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van de beleidsregels. Afwijzing van de aanvraag is verder niet in strijd met artikel 8 van het EVRM, omdat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen referent en eisers.

3. Eisers voeren tegen het bestreden besluit het volgende aan. Referent heeft aangetoond dat hij de vader is van eisers en dat er sprake is van familieleven tussen eisers en referent. Referent onderhoudt zijn kinderen. Hij heeft geldtransacties overgelegd waarmee wordt aangetoond dat door referent meerdere bedragen zijn overgemaakt aan de verzorger van eisers of kennissen. Het geld wordt besteed ten behoeve van eisers. Voorts heeft referent wekelijks contact met eisers. Referent heeft daaromtrent ook bewijsstukken overgelegd. Echter heeft verweerder die bewijsstukken en de bewijsstukken met betrekking tot zijn inkomen niet bij zijn beoordeling meegewogen. Hierbij verwijzen eisers naar een brief van de gemeente Rotterdam waaruit blijkt dat referent tijdelijk niet hoeft te voldoen aan de sollicitatieplicht. Tot slot stellen eisers dat verweerder ten onrechte niet heeft afgeweken van de beleidsregels.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder heeft terecht overwogen dat geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen eisers en referent, omdat niet is gebleken van hechte persoonlijke banden tussen hen. Verweerder heeft daartoe kunnen overwegen dat niet is gebleken op welke manier referent is betrokken bij het leven van eisers. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat niet is aangetoond wie de personen zijn aan wie het geld wordt overgemaakt en of het geld daadwerkelijk ten behoeve van eisers wordt gebruikt. De enkele stelling dat het geld wel ten behoeve van eisers wordt gebruikt is, zonder nadere onderbouwing, onvoldoende. Verweerder heeft verder kunnen overwegen dat niet is aangetoond dat referent wekelijks contact heeft met eisers en dat hij eisers regelmatig in Senegal heeft bezocht. Bovendien is niet onderbouwd dat referent verzorgings-en opvoedtaken uitvoert wanneer referent met eisers is. Verder neemt verweerder aan dat referent de biologische vader is van eisers. Dit toont echter nog niet aan dat referent ook gezag heeft over eisers en bij hun opvoeding en verzorging is betrokken.

5. Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan de aanvraag worden afgewezen indien referent niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. Het middelenvereiste is aangescherpt in artikel 3.22, eerste lid, van het Vb. Op grond van die bepaling moet referent duurzaam en zelfstandig beschikken over voldoende middelen van bestaan. Verder staat in artikel 3.74 van het Vb wanneer middelen van bestaan ‘voldoende’ zijn, en in artikel 3.75 van het Vb wanneer die middelen ‘duurzaam’ zijn.

7. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat referent ten tijde van het bestreden besluit niet beschikte over duurzame en voldoende middelen van bestaan en dat daarom niet is voldaan aan het middelenvereiste. Uit een intern administratiesysteem van de overheid blijkt dat referent van 1 november 2022 tot 31 december 2023 een uitkering in het kader van de Ziektewet ontving. Sinds 23 februari 2024 tot op heden ontvangt eiser een uitkering in het kader van de Participatiewet. Hiermee wordt niet voldaan aan het middelenvereiste, nu deze middelen worden betaald uit de openbare kas. Tijdens de hoorzitting zijn er vragen aan referent gesteld omtrent zijn werkzaamheden en inkomen. Referent heeft daarbij aangegeven dat hij momenteel niet werkt, omdat hij last heeft van zijn schouder en dat hij in de toekomst misschien wel weer aan het werk kan. Niet is gebleken dat eiser blijvend arbeidsongeschikt is. Eiser heeft een brief van de gemeente Rotterdam met betrekking tot een arbeidsontheffing en vrijstelling van de sollicitatieplicht overgelegd. De vrijstelling van de sollicitatieplicht ziet enkel op de periode 22 januari 2025 tot 1 april 2025. Dit is slechts enkele maanden, en ziet op een periode van na het bestreden besluit. Vanaf 1 april 2025 was eiser weer verplicht om te solliciteren. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat referent niet aan het middelenvereiste voldoet.

8. Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die hadden moeten leiden tot afwijking van het beleid, met toepassing van artikel 4:84 van de Awb.

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 22 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Machtiging tot voorlopig verblijf.
  2. Algemene wet bestuursrecht.
  3. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
  4. Vreemdelingenwet 2000.
  5. Vreemdelingenbesluit 2000.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.