ECLI:NL:RBDHA:2025:20298 Rechtbank Den Haag , 23-10-2025 / 691757

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

Source officielle

8 min de lecture 1 653 mots

Inhoudsindicatie. Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/691757 / JE RK 25-1617

Datum uitspraak: 23 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder]
,

hierna te noemen: de moeder,

en

[de vader]
,

hierna te noemen: de vader,

hierna tezamen ook te noemen: de ouders,

beiden wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. E. El-Sharkawi uit Den Haag,

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 september 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 december 2025, alsmede een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende de dag en nacht uit thuis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 november 2025. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot deze mondelinge behandeling ter zitting.

De kinderrechter neemt nu ook de volgende stukken mee in de beoordeling:

– de beschikking van 30 september 2025 en de daarin genoemde stukken;

– de schriftelijke update van de Raad van 17 oktober 2025.

Op 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] , namens de Raad;

de ouders met hun advocaat en bijgestaan door een tolk in de Arabisch-Syrische taal,

[naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om met de kinderrechter in gesprek te gaan.

2De feiten

De ouders zijn met elkaar gehuwd in [land] .

[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

3Het verzoek

De Raad verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Van dat verzoek resteert nog twee maanden.

De Raad handhaaft het verzoek voor de resterende duur en heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Uit het top-teenonderzoek is letsel bij [minderjarige] vastgesteld dat mogelijk overeenkomt met de gebeurtenissen zoals zij die heeft verteld. De verklaringen van [minderjarige] en de ouders verschillen echter sterk van elkaar. De Raad heeft inmiddels uitgebreid met [minderjarige] gesproken. Van dit gesprek zal nog een verslag worden opgesteld, dat [minderjarige] samen met de betrokken hulpverlening zal nalezen. Op 28 oktober 2025 zal dit verslag met de ouders worden besproken. Over de inhoud van dit gesprek kan de Raad zich daarom op dit moment nog niet uitlaten. Het beeld dat tijdens de zitting door de ouders wordt geschetst – dat [minderjarige] weg wil uit de crisisopvang en terug naar huis wil – komt niet overeen met het beeld van de Raad. Duidelijk is dat [minderjarige] zich momenteel nog onveilig voelt, waardoor de Raad meent dat een uithuisplaatsing nog noodzakelijk is. Vanuit de stabiele en veilige omgeving van de crisisopvang kan vervolgens gezocht worden naar een passende vervolgplek of onderzocht worden of een terugkeer van [minderjarige] naar huis mogelijk is. Zodra het veilig blijkt te zijn voor [minderjarige] om terug te keren naar de thuissituatie bij de ouders, dan zal hier – ook als de machtiging voor de resterende duur worden uitgesproken – niet mee worden gewacht. Op de groep waar [minderjarige] momenteel verblijft wordt momenteel aandacht besteed aan het opbouwen van contact tussen [minderjarige] en de ouders. Belangrijk is echter dat op een zorgvuldige manier wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing en daar is tijd voor nodig. Daarbij dient ook onderzocht worden welke vormen van hulpverlening passend zijn om in te zetten.

4De standpunten

Door en namens de ouders is verweer gevoerd tegen het verzochte. De ouders verzoeken om de resterende duur van de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen, zodat [minderjarige] terug naar huis kan keren. In de thuissituatie bij de ouders loopt [minderjarige] geen gevaar. De vader heeft zijn zorgen geuit over de mogelijkheid van dat [minderjarige] door iemand wordt beïnvloed. De ouders hebben [minderjarige] nog niet kunnen bezoeken en de vader heeft haar nog enkel telefonisch kunnen spreken. In dit contact heeft [minderjarige] aangegeven dat zij graag terug naar huis wil. Op de groep heeft [minderjarige] het niet naar haar zin en zij zit heel de dag op haar kamer. De ouders staan open voor hulpverlening en zij zijn bereid om overal aan mee te werken. Mocht de resterende duur van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk worden geacht, dan verzoeken de ouders om een veiligheidsplan op te stellen zodat zo snel mogelijk toegewerkt kan worden naar een thuisplaatsing van [minderjarige] . Elke dag dat [minderjarige] langer uit huis is geplaatst, voelt als een straf voor de ouders en valt hen zwaar.

Desgevraagd heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat het verhaal van de ouders tegenstrijdig is met het verhaal [minderjarige] . Samen met de zorgcoördinator van de accommodatie waar [minderjarige] momenteel verblijft, is de gecertificeerde op 9 oktober 2025 bij de ouders thuis geweest. Op dat moment gaf [minderjarige] aan nog geen contact met de ouders te willen. De ouders staan open voor hulpverlening, waardoor onderzocht zal worden welke hulpverlening binnen het gezinssysteem kan worden ingezet om stapsgewijs toe te werken naar een thuisplaatsing. Daarvoor is de gecertificeerde instelling echter afhankelijk van de wachtlijsten. Het contactherstel tussen [minderjarige] en haar familie staat momenteel voorop. In het contact met de gecertificeerde instelling heeft [minderjarige] aangegeven dat zij het momenteel fijn heeft op de groep waar zij verblijft en dat zij inmiddels wel contact heeft gehad met haar broertje, broer en vader. Wat er in dit contact is besproken, is niet bekend bij de gecertificeerde instelling.

5De beoordeling

Bevoegdheid

In de beschikking van 30 september 2025 heeft de kinderrechter zich reeds bevoegd verklaard om kennis te nemen van onderhavige verzoek, nu de ouders en [minderjarige] de Syrische nationaliteit hebben.

Inhoudelijke beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

De zorgen over de veiligheid van [minderjarige] in de opvoedsituatie bij de ouders zijn nog onverkort aanwezig. [minderjarige] heeft tegen de politie gezegd en op school aangegeven zich niet veilig te voelen in haar thuissituatie wegens mishandelingen door de ouders en haar broer. Uit het top-teenonderzoek is letsel bij [minderjarige] vastgesteld dat mogelijk overeenkomt met de gebeurtenissen zoals zij die heeft verteld. Hierdoor is zij (met spoed) uit huis geplaatst bij een crisisopvang. De ouders ontkennen deze uitspraken van [minderjarige] . Zij maken zich zorgen dat [minderjarige] door iemand wordt beïnvloed om deze uitspraken te doen. De kinderrechter is van oordeel dat ook als blijkt dat [minderjarige] niet de waarheid spreekt, het erg zorgelijk is dat [minderjarige] deze uitspaken doet. Het doet in ieder geval vermoeden dat er in de thuissituatie sprake is van spanningen. Uit de schriftelijke update van de Raad en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht, constateert de kinderrechter dat er sinds de beschikking van 30 september 2025 weinig is veranderd. Hoewel er op dit moment wel gesprekken worden gevoerd met [minderjarige] en met de ouders, dient er nog zicht te komen op de verhouding tussen [minderjarige] en de ouders en de onderlinge verhoudingen binnen het gezinssysteem. Het is positief dat de ouders aan alles meewerken. Het onderzoek van de Raad kost echter tijd. Op dit moment kan [minderjarige] naar het oordeel van de kinderrechter niet bij de ouders verblijven, mede omdat er onvoldoende zicht is op haar veiligheid in de thuissituatie. Bij de hulpverlening heeft [minderjarige] aangegeven dat zij ook niet terug wil naar de ouders. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [minderjarige] moet worden voortgezet. De kinderrechter begrijpt dat de situatie heel verdrietig en pijnlijk is voor de ouders, maar zij acht het van groot belang dat [minderjarige] op een plek verblijft waar zij veilig is en waar zij toe kan komen aan haar ontwikkeling. Op de zitting is door de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat [minderjarige] gedurende haar verblijf op de groep van de crisisopvang huiswerk toegestuurd krijgt en haar schoolwerk kan oppakken.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende duur van twee maanden toewijzen. De kinderrechter benadrukt daarbij dat zodra vanuit de Raad en de hulpverlening mogelijkheden worden gezien voor een veilige thuisplaatsing van [minderjarige] , daartoe dient te worden overgegaan. Het is en blijft immers de bedoeling dat de uithuisplaatsing zo kort als mogelijk zal duren en dat er alles aan wordt gedaan om dit te bewerkstelligen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 23 oktober 2025 tot 18 december 2025;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. van der Gaag als griffier, en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.