ECLI:NL:RBDHA:2025:20502 Rechtbank Den Haag , 03-11-2025 / AWB 24-14528
Arbeidsmarktaantekening op verblijfssticker. Grensoverschrijdende dienstverrichting. Uitleg arrest SN. Beroep niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan procesbelang.
7 min de lecture · 1 475 mots
Inhoudsindicatie. Arbeidsmarktaantekening op verblijfssticker. Grensoverschrijdende dienstverrichting. Uitleg arrest SN. Beroep niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan procesbelang.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/14528
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]
alsmede zijn werkgever:
[eiseres]
, te Litouwen , eiseres
(gemachtigde: mr. B.J. Maes),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Inleiding
In het besluit van 19 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de verlening van een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist’ ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2025 op een zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser is geboren op [datum] 1980 en heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij is door de autoriteiten van Litouwen , een lidstaat van de Europese Unie, in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning en van een tewerkstellingsvergunning. Eiser is steigerbouwer. In Litouwen is er een tekort aan steigerbouwers.
2. De werkgever van eiser in Litouwen , [eiseres] , heeft een opdrachtovereenkomst gesloten met [bedrijf] te [plaats] voor het plaatsen van tijdelijke metalen of houten steigers bij de vestiging van [bedrijf]. Ter uitvoering van deze overeenkomst heeft [eiseres] enkele tientallen werknemers ter beschikking gesteld, waaronder eiser. Een constructie als deze wordt aangeduid met de term ‘grensoverschrijdende dienstverrichting’ en maakt gebruik van het recht op vrij verkeer van diensten. Dat recht is neergelegd in de artikelen 56 en 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
3. In het besluit van 19 september 2023 is eiser in Nederland in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting, geldig tot 13 januari 2024. De opdracht bij [bedrijf] was namelijk tot die datum aangemeld bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via de daartoe geëigende Posted Workers-melding. Posted Workers is de officiële website van de Nederlandse overheid waarop werknemers die tijdelijk gedetacheerd zijn in Nederland zich moeten melden.
4. Eiser en zijn werkgever hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 september 2023, met als doel een verblijfsvergunning voor een langere duur te verkrijgen. De opdracht bij [bedrijf] is namelijk verlengd tot en met 31 oktober 2025. Hierbij hebben zij de verlenging van eisers verblijfsvergunning en tewerkstellingsvergunning in Litouwen en een nieuwe Posted Workers-melding overgelegd. De behandeling van dit bezwaar is op verzoek van eiser en zijn werkgever aangehouden in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen van deze rechtbank en zittingsplaats zoals die gesteld zijn in de verwijzingsuitspraak van 11 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8164.
5. Ondertussen heeft verweerder (op 13 juni 2024) aan eiser een verblijfssticker afgegeven met de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist’. Eiser en zijn werkgever zijn het hier niet mee eens en hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Zij voeren aan dat verweerder een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening ‘Tewerkstellingsvergunning niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’ had moeten afgeven. Hierbij betogen zij dat met het overleggen van de verlengde Litouwse verblijfsvergunning en tewerkstellingsvergunning en de nieuwe Posted Workers-melding duidelijk is dat wordt voldaan aan de vereisten voor grensoverschrijdende dienstverrichting zoals omschreven in artikel 4.6 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. Gelet daarop is volgens hen het vereisen van een tewerkstellingsvergunning een ongerechtvaardigde beperking van het recht op vrij verkeer van diensten.
6. In het bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting ook meebrengt dat het recht op arbeid verloren gaat. De omstandigheid dat er een bezwaar aanhangig is gericht op de verlenging van de geldigheidsduur, schept in dat verband geen rechten. De toets of de door eiser en zijn werkgever gewenste arbeidsmarktaantekening moet worden verstrekt, dient dan ook volgens verweerder te worden verricht in het kader van een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting.
De rechtbank oordeelt als volgt.
7. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft in het arrest van 20 juni 2024, ECLI:EU:C:2024:530, in de zaak SN de hiervoor genoemde prejudiciële vragen van deze rechtbank en zittingsplaats beantwoord. In dit arrest is geoordeeld dat het recht op vrij verkeer van diensten niet zo ver strekt dat werknemers bij grensoverschrijdende dienstverrichting een automatisch afgeleid verblijfsrecht hebben. Volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU mag het nuttig effect van het vrij verkeer van diensten niet teniet worden gedaan. Een beperking van dit recht kan echter gerechtvaardigd zijn vanwege een dwingend vereiste van algemeen belang. Het waarborgen van de rechtszekerheid van werknemers is een dergelijk vereiste van algemeen belang. De plicht die in Nederland geldt voor werknemers die langer dan drie maanden vanwege grensoverschrijdende dienstverrichting in Nederland willen verblijven en werken om een verblijfsvergunning aan te vragen, is daarom niet in strijd met het Europese Unierecht. Ook is het niet in strijd met het Europese Unierecht dat de duur van die vergunning wordt beperkt tot de duur van de vergunning die de werknemer eerder heeft gekregen in de lidstaat van waaruit hij wordt gedetacheerd. Een nationale regeling waarbij grensoverschrijdende dienstverrichting nooit een bepaalde duur mag overschrijden is evenmin in strijd met het Europese Unierecht, zelfs niet als die duur korter is dan de duur van het project waarvoor de werknemers worden gedetacheerd. Dit is alleen anders als deze bepaalde duur kennelijk te kort is voor de meerderheid van de werkgevers, of wanneer bij het verlengen daarvan sprake is van buitensporige formaliteiten.
8. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser en zijn werkgever in deze zaak zo dat zij de vraag beantwoord wensen te zien of het SN-arrest zich uitsluitend uitspreekt over de verblijfsvergunningplicht, dan wel of dit arrest tevens betrekking heeft op de toegang tot de arbeidsmarkt. Indien dit eerste het geval zou zijn, zou de vervolgvraag zich voordoen of het recht op vrij verkeer van diensten met zich brengt dat verweerder ook hangende de beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting toegang tot de arbeidsmarkt zonder tewerkstellingsvergunningplicht moet verlenen. De rechtbank komt in deze zaak niet toe aan beantwoording van deze vragen gelet op het volgende.
9. De bestuursrechter moet ambtshalve, dat wil zeggen: uit eigen beweging, beoordelen of er sprake is van een procesbelang. Dat is het geval als de indiener van een beroep daarmee in een gunstigere positie kan komen. Als er geen procesbelang aanwezig is, kan een beroep niet verder in behandeling worden genomen. Ook als partijen zich hierover een mening hebben gevormd en die mening overeen komt, moet de bestuursrechter hierover een eigen oordeel vormen. In dit kader is van belang dat een verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting in Nederland op grond van artikel 3.58, eerste lid, onder i, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet langer dan twee jaar kan duren, en dat deze maximering gelet op het SN-arrest in beginsel is toegestaan. Eiser en zijn werkgever betogen niet dat deze bepaalde duur te kort is voor de meerderheid van de werkgevers en evenmin dat bij het verlengen daarvan sprake is van buitensporige formaliteiten. Nu eisers verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting is ingegaan op 12 augustus 2023 en sindsdien meer dan twee jaar zijn verstreken, kan hij met dit beroep niet meer in een gunstigere positie komen. Omdat niet is gebleken dat eisers werkgever bijvoorbeeld kosten heeft gemaakt die waren voorkomen als het bestreden besluit anders had geluid, of dat de wens bestaat om duidelijkheid te verkrijgen voor toekomstige aanvragen, ziet de rechtbank evenmin in hoe eisers werkgever met dit beroep in een gunstigere positie zou kunnen komen.
10. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...